De onderzeeboot glijdt geruisloos door het donkere water – als een spion in de nacht, diep in de zee, ergens in 1982. Rondom is het stil, en hij verdwijnt voor de buitenwereld. Binnenin leven zeventig mannen. Tussen de machines, hendels en bedjes, waarvan sommige omhoog geklapt moeten worden om te kunnen eten, zit ook Frederik van der Putten. Een 24-jarige jongen uit Deurne, omringd door jonge mannen zoals hij, die hun oren gespitst houden en op hoog niveau moeten presteren. Het is benauwd binnen en de uren verstrijken waarin ze proberen dicht bij de boten van de Sovjet-Unie te komen. Bijna niemand weet dat ze onderweg zijn en niemand zal ze ooit erkennen als veteraan. Nu veertig jaar later de dreiging vanuit Rusland toeneemt en de bezorgdheid om de inzet van nucleaire wapens stijgt, stappen we samen met Frederik weer in diezelfde onderzeeboot Harer Majesteits Tonijn.