Het TextielMuseum heeft tussen 2017-2019 een collectiewaardering uitgevoerd van de collectie textieltechniek, in samenwerking met Erfgoed Brabant en Stichting Historie der Techniek.
Het verhaal achter de machines vertelt over een voortdurende zoektocht naar handigere en productievere apparatuur, van eenvoudige niet-mechanische hulpmiddelen tot computergestuurd.
Eeuwenlang was het vlas een belangrijk gewas als grondstof voor de textielnijverheid. De teelt en de verwerking tot spinbare vezels was lang een zeer arbeidsintensief gebeuren.
Eeuwenlang was menselijke of dierlijke spierkracht de belangrijkste bron voor de aandrijving van textielapparatuur. Maar dit veranderde vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw.
De aloude linnennijverheid werd vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw een industrie die in de twintigste eeuw in omvang sterk terugliep. Een aantal bedrijven wist lang te overleven door hoogwaardige producten.
Een van de mooie aspecten van de textielnijverheid is de veelzijdigheid. Een wel erg bijzondere tak vormt de vervaardiging van zogeheten passementen, waarbij verschillende technieken te pas komen.
Georganiseerd, meer grootschalig onderzoek ofwel research werd in de twintigste eeuw steeds belangrijker, ook voor de textielindustrie. Een zelfstandig instituut hiervoor maakte lange tijd onderdeel uit van de landelijke onderzoekkoepel, het TNO.