Op maandag 15 mei 1944 werd de directie van de NV Hudson Sigarenfabrieken in Roosendaal opgeschrikt door een inval van de Inspectie Prijsbeheersing, gevestigd in ’s-Hertogenbosch. Deze had ‘aanwijzingen’ gekregen dat Hudson op grote schaal sigaren verkocht tegen te hoge prijzen en zo de Prijzenbeschikking overtrad. Niet alleen de directie werd gearresteerd, ook de adjunct-directeur, de procuratiehouder, enkele commissarissen en de financieel-adviseur werden opgepakt. Verder troffen de opsporingsambtenaren nog op diezelfde maandag bij de Bredase accountant van het bedrijf een ‘zwarte’ boekhouding aan. Hieruit bleek dat deze verkopen zowel buiten de boekhouding als uit het zicht van de fiscus werden gehouden. Het was voor de opsporingsambtenaren lastig om het plaatje min of meer compleet te krijgen en daarom kreeg de buitenwereld pas medio juli 1944 lucht van de affaire. Het bewaard gebleven proces-verbaal levert, samen met enkele andere archiefstukken, een interessant kijkje op achter de schermen van netwerken die het daglicht doorgaans niet konden velen. Maar Hudson was niet de enige sigarenfabriek die in de zwarte handel stapte.