Ondanks de zeer grote welstandsverschillen tussen rijk en arm in de negentiende eeuw, werden deze soms overbrugd door goede, persoonlijke banden. Uitgebreide, historische gegevens over zulke banden zijn heel schaars, maar het onderstaande is er een mooi voorbeeld van. Het toont aan dat een rijke pachtheer niet alleen de trouwe diensten en het oordeelsvermogen van zijn arme pachter hogelijk wist te waarderen, maar ook, met zijn adellijke vrouw en gezin, zorg droeg voor diens kinderen, hen ten doop hield en (doop)namen gaf, één zelfs adopteerde en in moeilijke tijden de schulden van zijn pachter kwijt schelde.