Op 10 december 1941 zet een 33-jarige typiste in het centrum van Eindhoven haar fiets voor een kaaswinkel op slot om een boodschap te doen. Als ze weer buitenkomt, is de fiets verdwenen. Een dag later plaatst de 35-jarige bedrijfsleider van een meubelfabriek bij aankomst op zijn werk zijn fiets in de gang. Als hij een paar uur later weer op zijn fiets wil stappen, is die weg. In dezelfde straat wordt ’s middags, terwijl hij in het café zit, de fiets gestolen die een 31-jarige chauffeur van zijn verloofde heeft geleend. De chauffeur maakt geen melding van de diefstal, omdat hij niet wil dat zijn vriendin weet dat hij in het café zat. De andere benadeelden doen wel aangifte bij de Eindhovense politie.