Tijdens de bezetting liepen mensen die op een of andere manier buiten de als ‘normaal’ geldende maatschappelijke kaders vielen, het reële risico om als ‘asocialen’ opgepakt en zonder enige vorm van proces in een concentratiekamp te worden opgesloten. Het ging hierbij om zwervers, woonwagenbewoners, muzikanten, zwarthandelaren en mensen zonder vaste woonplaats of vast beroep. Eigenlijk liep iedereen die geen burgerlijk bestaan leidde of in de verkeerde buurt woonde dit gevaar.