In middeleeuwse steden was brand een groot risico. Open vuur was een belangrijke energiebron: mensen verwarmden hun huis ermee, kookten hun eten erop, en ambachtslieden zoals bakkers, smeden, pottenbakkers, bierbrouwers en lakenververs waren ervan afhankelijk. Tegelijkertijd waren de meeste huizen in middeleeuwse steden bijzonder brandbaar door de houten muren en rieten, houten of strooien daken. Men was zich ook toen al bewust van het gevaar dat in deze combinatie schuilde: middeleeuwse overheden namen voorzorgsmaatregelen om rampen te voorkomen.