De wereld liep nog niet over van communicatie. Er was geen televisie, computer of smartphone, geen internet. Je had telegraaf en telefoon, krant en radio, het filmjournaal… En je had klokken in de torens. Die hoorde je van verre. Zij sloegen de tijd, luidden bij geboorte en dood, riepen op tot gebed en waarschuwden bij gevaar. Ze waren belangrijk. Ze hoorden bij het bestaan, bij de cultuur.