Op een voor iedere Nederlander herkenbare onopvallend druilerige novemberdag vond ik een vreemd object bij de Sint-Corneliuskerk in Welberg. Het was een klein houten kruisje waarop een plastic klaproosje zat geniet: een souvenir uit het Belgische Ieper, dat nabestaanden op de bijna ontelbare West-Vlaamse oorlogskerkhoven achterlaten. Pas naderhand viel me op dat er met pen een bekende naam op was geschreven: Major Keith Stirling, een Canadese officier van het Algonquin Regiment. Stirling, afkomstig uit Timmins, in de staat Ontario, 700 km ten noorden van Toronto, werd op 1 november 1944 tegenover de kerk van Welberg door de Duitsers krijgsgevangen gemaakt.