De Brabantse lucht kan mooi blauw zijn, maar wel in zes soorten: ‘blauw’, ‘blaow’, ‘blaauw’, ‘blèùw’, ‘blöw’ en ‘blèèuw’. Wat ze waar zeiden in 1937, zie je op de kaart met gegevens van van prof. dr. Weijnen. Voor zijn onderzoek sprak hij met mensen uit maar liefst 238 Brabantse plaatsen.
In het Nederlands rijmt ‘blauw’ op ‘mouw’, omdat de twee au’s lang geleden hetzelfde zijn gaan klinken, maar in grote delen van Noord-Brabant zijn ze nog steeds verschillend. In West-Brabant, zeggen ze bijvoorbeeld ‘blaauw’ met aauw (dus met een lange aa), maar ‘mouw’ met ouw. Sommige woorden kun je zo onderscheiden, zoals ‘daauw’ (dauw) en ‘douw’ (duw).
De opvallendste uitspraak is ‘blèùw’ in het zuiden van Oost-Brabant. De spelling èù staat hier voor de klinker die je in het Nederlandse woord ‘freule’ kunt horen, oftewel een soort langgerekte ui. De combinatie èùw waar het Nederlandse au(w) of ou(w) heeft, is typisch voor de regio rond Eindhoven. ‘Ik trouw niet met jou’ is daar bijvoorbeeld ‘Ik trèùw nie mi èùw’. ‘Èùw’, dat “jou” betekent, is in andere delen van Oost-Brabant ‘ouw’, ‘aow’ of ‘aauw’, dus met de klank die het woord voor “blauw” daar heeft.
In sommige plaatsen gebeurt er iets bijzonders als het woord ‘blèùw’ een uitgang krijgt: dan wordt de klinker kort. In Valkenswaard zeggen ze bijvoorbeeld enerzijds ‘dieje stoel is blèùw’, maar anderzijds ‘diejen blöwe stoel’. Dat gebeurt ook weer bij andere woorden met die klank: ‘dieje stóél is van èùw’, maar ‘dè’s öwe stóél’.