Alle woorden voor ‘boompje’ komen van één en hetzelfde Oudnederlandse woord. Zo’n 1300 jaar geleden moet dat *bōmikīn zijn geweest. In de 9e eeuw gebeurde er iets: er ontstond een verschil tussen oost en west. In het westen had *bōmikīn een lange o-klank. Uit die variant zijn de westelijke woorden ‘boeëmeke’, ‘boeëmke’ en ‘bomke’ ontstaan. De precieze uitspraak daarvan verschilt wat van plaats tot plaats. ‘Boeëmke’ neigt in sommige plaatsen bijvoorbeeld naar ‘boeomke’ of ‘bwomke’.
In het oosten veranderde de ō van *bōmikīn: het werd een eu-achtige klank. De oorzaak was het achtervoegsel ‘-kīn’. Uit deze eu-vorm zijn in de oostelijke helft van Brabant allerlei varianten ontstaan: ‘bömke’, ‘bumke’, ‘bjumke’, ‘bwumke’ en ‘buemke’. Het achtervoegsel ‘-kīn’, wat de voorloper van ‘-ke’ en ‘-je’ was, zorgde voor een klinkerverandering in allerlei verkleinwoorden. Hier komen wat voorbeelden uit Midden-Brabant:
koek ~ kuukske
dôos ~ duske
jong ~ jungske
kòp ~ köpke
gat ~ götje
baank ~ bènkske
man ~ mènneke
Deze verandering heet umlaut.
In het noordwesten van de provincie, in de Westhoek, is het helemaal anders: ‘boompje’. Dat is een typisch Hollands verkleinwoord. Dit komt omdat de Westhoek in de 16e en 17e eeuw bevolkt was door Hollanders en Zeeuwen.
De kaart is gebaseerd op de taal van mensen die in de decennia rond 1900 waren geboren. Sindsdien is er veel veranderd. ‘Bjumke’ en ‘bwumke’ zijn bij de jongere generaties bijvoorbeeld ‘bumke’ geworden, zonder j of w. In Midden-Brabant, tegen de grens met het blauwe gebied, wisselden de jongere generaties bumkes in tegen bomkes. In een dorp als Drunen kun je bij sommige negentigers nog een verdwaald ‘bjumke’ horen, bij tachtigers is het nog ‘bumke’, en jongere mensen zeggen ‘bomke’.