Roof en liquidatie
Historici typeren het optreden van de Duitse bezetter in de beginjaren vaak als terughoudend, gericht op het geruststellen van de bevolking. Jegens de Orde van Vrijmetselaren was de aanpak echter van meet af aan keihard en nietsontziend. Dit vond zijn oorsprong in de nazistische repressie in het Duitsland van de jaren dertig, waar de vrijmetselarij werd weggezet als een verwerpelijk ‘werktuig van de Joden’.
In september 1940 gaf Albin Rauter (1895 – 1949, de Befehlshaber der Sicherheitspolizei) de opdracht de Orde te liquideren. In ‘s-Hertogenbosch werd Loge De Edelmoedigheid gedwongen haar logegebouw aan de Handelskade 1A te verlaten. Onder leiding van NSB-liquidateurs en bijgestaan door de Sicherheitsdienst werden banktegoeden verbeurdverklaard, rituele ruimtes vernietigd en historische archieven geroofd. Zelfs plaatselijke veilingmeesters en deurwaarders werden ingezet om de roofacties te voltooien. De opbrengst van deze totale liquidatie, landelijk ruim negen miljoen gulden, werd door de nazi’s aangewend voor een virulente anti-maçonnieke haatcampagne.
De menselijke tol
De vervolging was echter niet slechts materieel. De bezetter zag in de tolerante idealen van de loges een potentiële bron van verzet. Het ledental van De Edelmoedigheid werd in de oorlogsjaren nagenoeg gehalveerd: van 26 leden in 1939 naar slechts 14 in 1945.
Een tragisch voorbeeld is Salomon van Dam (1920 – 1942), boekhouder en handelsagent. Hij werd in 1919 lid van de Bossche Loge. Op zijn ledenkaart bij het Vrijmetselaarsmuseum leest men vandaag de dag nog de diagonaal geschreven woorden: ‘door moffen weggevoerd’. Van Dam en zijn echtgenote Estella (1917 – 1942) werden in 1942 opgepakt en via kamp Westerbork naar Sobibor gedeporteerd. Salomon werd daar direct na aankomst vermoord. Hij is een van de circa 350 Nederlandse vrijmetselaren die de kampen niet overleefden.
Rechtsherstel en de schoolzolder
Na de bevrijding in mei 1945 volgde een moeizame weg van herbouw. Omdat alle bescheiden waren geroofd, was De Edelmoedigheid aanvankelijk niet in staat haar rechtmatige eigendom aan te tonen. Het logegebouw aan de Handelskade werd door de gemeente gevorderd voor woningnood en uiteindelijk in 1950 verkocht, waarmee de stad een deel van haar sociaal-culturele identiteit verloor.
Toch bleef niet alles verloren. In 1953 werd onverwacht de oorspronkelijke Constitutiebrief van de Loge teruggevonden op de zolder van de L.W. Beekmanschool aan de Van der Does de Willeboissingel. Het document was daar in de bange dagen van 1940 vermoedelijk door een vooruitziend lid verborgen.
De oorlog liet diepe sporen na binnen de logemuren, van de felle nazi-propaganda tot de pijnlijke zuiveringsprocessen na de Bevrijding. Het complete relaas vind je in het uitgebreide artikel in Bossche Kringen.