Charles de Lasco

Het vonnis van Charles de Lasco uit 1639. (Bron: Stadsarchief Breda, 1639)

Op 21 april 1639 werd kunstschilder Charles de Lasco (1591-1639) in Breda veroordeeld voor de "stomme sodomitische sonde". De Lasco’s proces is het enige bekende sodomieproces in de geschiedenis van Breda. In het zeer beknopte verslag van zijn rechtszaak wordt beschreven dat De Lasco “culpabel is naer sijne eijgene iteratieve confessie” en dat hij voor zijn overtreding tot de dood veroordeeld wordt. Hij krijgt hiervoor een zware straf en wordt volgens het vonnis "aen eenen staeck geworcht", gewurgd aan een wurgpaal tot de dood erop volgt.

De Lasco werd schuldig bevonden aan de “stomme sodomitische sonde”, een term die verwijst naar het Bijbelse verhaal van de steden Sodom en Gomorra. Deze steden werden door God verwoest als straf voor de zondigheid van hun inwoners, die zich bezighielden met ’tegennatuurlijke’ seks. Het begrip sodomie ontwikkelde zich tot een term die gebruikt werd om allerlei seksuele handelingen te beschrijven, die buiten de heteroseksuele norm vielen en niet gericht waren op voortplanting. Hieronder viel bijvoorbeeld masturbatie en bestialiteit, maar met name seks tussen twee mensen van hetzelfde geslacht.

In het sodomieproces van Charles wordt het de “stomme sonde” genoemd. De zonde was zo erg, dat men er beter over kon zwijgen. Sodomie werd ook wel het crimen nefandum (het onnoembare misdrijf) genoemd. Daarom werden sodomieprocessen voor 1730 soms in het geheim voltrokken en zijn er alleen samenvattende vonnissen van bewaard gebleven. Omdat sodomie verschillende handelingen omvatte, is het niet duidelijk waar De Lasco precies voor is veroordeeld. Aangezien De Lasco echter de doodstraf kreeg, is het waarschijnlijk dat het ging om homoseksualiteit en/of anale seks. Dat De Lasco veroordeeld werd tot de wurgpaal is best bijzonder. Deze straf was meestal namelijk voorbehouden aan vrouwelijke misdadigers. De Lasco werd door deze executiemethode dus nog verder vernederd, zijn mannelijkheid werd in twijfel getrokken.

Een Italiaanse Katholiek in Breda

De informatie over het leven van Charles de Lasco is beperkt. Historica Veronique Eggermont heeft voor Jaarboek De Oranjeboom een uitgebreide reconstructie van het leven en de dood van Charles De Lasco geschreven. De Lasco werd geboren in 1591 in Brussel, in een gezin van Italiaanse afkomst. Het is onbekend of zijn familie een eerste generatie Italiaanse migranten was, of dat zij al langer in Brussel gevestigd waren. In 1609 verhuisde De Lasco naar Breda. Uit de doopakte van zijn dochter Lucia blijkt dat De Lasco getrouwd was met Catharine de Hens en dat hij werkzaam was als stadsfourier.

De Lasco was dus een migrant uit Brussel, met een Italiaanse achtergrond en katholiek geloof. Zoals ook aan bod komt in het sodomieproces van Jehan Ghijs Pieterszoon, waren migranten vaak het slachtoffer van sodomiebeschuldigingen. ‘Migrant’ heeft hierbij niet precies dezelfde betekenis als vandaag. Volgens historicus Jonas Roelens hadden steden vaak een sterkere identiteit dan landen. Het label ‘migrant’ werd dus niet alleen toegepast op mensen uit andere landen, maar ook uit andere steden. Daarnaast bestonden er allerlei stereotypen over waar de ‘sodomitische sonde’ vandaan kwam. Binnen Europa werd het vooral geassocieerd met Italië, in het bijzonder de stad Florence. Ook werd het beeld van Italianen als sodomieten door Protestanten bevorderd, als anti-katholieke propaganda.

De Lasco’s identiteit als migrant, Italiaan en katholiek maakte hem kwetsbaar voor beschuldigingen van sodomie. Of deze discriminatie een rol heeft gespeeld in zijn vonnis, is niet met zekerheid te zeggen. De kwetsbaarheid van migranten hing met name samen met het feit dat migranten ook vaak een lage sociale status hadden. Dit was niet het geval voor de familie De Lasco, die een hoge sociale status in Breda genoten. Die sociale status beschermde De Lasco echter niet voor deze stereotypering.

Prent waarop de straffen voor sodomie als waarschuwing verbeeld zijn. De prent komt uit Amsterdam, 1731, na de eerste grote vervolgingsgolf in de Republiek der Nederlanden. (Bron: Wikimedia Commons, 1731)
Prent waarop de straffen voor sodomie als waarschuwing verbeeld zijn. De prent komt uit Amsterdam, 1731, na de eerste grote vervolgingsgolf in de Republiek der Nederlanden. (Bron: Wikimedia Commons, 1731)

Beperkte bronnen

Door de zeer beperkte informatie in De Lasco’s vonnis blijft er veel onduidelijk over zijn rechtszaak. Zoals eerder benoemd is het niet zeker te stellen wat De Lasco’s misdaad was. Als het inderdaad ging om homoseksualiteit, is er geen registratie bekend van een mogelijke partner. Ook is het niet bekend wat er als bewijs voor De Lasco’s sodomie is aangeleverd, of wat er ter zijn verdediging is gezegd. Volgens het vonnis is De Lasco “culpabel is naer sijne eijgene iteratieve confessie”, wat inhoudt dat hij zijn misdaad zelf bekend heeft. Het is echter mogelijk dat deze bekentenis is afgelegd onder (dreiging van) marteling. Het korte vonnis komt wel overeen met de traditie van de “stomme sonde” en het idee dat sodomie iets was waarover je moest zwijgen.

De zaak van De Lasco geeft wat inzicht in de culturele kijk op seksuele normen en waarden in het zeventiende-eeuwse Breda, maar roept tegelijkertijd ook veel vraagtekens op. Het summiere vonnis en de hoge straf wijzen erop dat De Lasco werd veroordeeld voor homoseksualiteit, maar dit is niet met zekerheid vast te stellen. De Lasco’s status als migrant en katholiek zouden het proces beïnvloed kunnen hebben, aangezien de vervolging van sodomie samenhing met andere vormen van discriminatie, maar ook dit is niet zeker te weten. Wat het proces wel duidelijk maakt, is het taboe dat in de zeventiende eeuw gold op alles wat buiten de heteroseksuele norm viel: het was niet alleen verboden om homoseksuele relaties te onderhouden, maar zelfs al uit den boze om erover te spreken.

Onderdeel van:

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!

Periodes