Chinees behang: grandeur aan de Ginnekenstraat

Achttiende-eeuws Chinees behang uit de woning van het echtpaar Cantzlaar-Kamerling.
Achttiende-eeuws Chinees behang uit de woning van het echtpaar Cantzlaar-Kamerling. (Bron: Stedelijk Museum Breda, 2025)

Het Stedelijk Museum Breda beheert een set bijzondere Chinese behangsels en de bijbehorende betimmering. In 2024 vormden deze stukken aanleiding voor een nieuw onderzoek naar de herkomst dat in 2025 uitmondde in een tentoonstelling:  Chinees behang – Stedelijk Museum Breda.

Het echtpaar Cantzlaar-Kamerling

De behangsels en betimmering zijn afkomstig uit het pand ‘Den Rooden Haen’ gelegen aan de Ginnekenstraat in Breda. Eind achttiende eeuw woont het echtpaar Cantzlaar- Kamerling in het huis.

Hugo Cantzlaar (1757-1828), geboren in Rotterdam, is procureur bij de rechtbank en heeft een neus voor handeltjes. Hij komt naar Breda en trouwt in oktober 1783 met Geertruij Kamerling (1758-1845), dochter uit een vooraanstaande Bredase familie, met zelfs een familiegraf in de Grote Kerk. Van het echtpaar zijn twee kleine portretten bekend. Geertruij zie je hier op latere leeftijd; van Hugo is er alleen een silhouet.

Een onderkomen van formaat

Als Hugo Cantzlaar en Geertruij Kamerling op huizenjacht zijn, is Breda nog een compleet ommuurde vestingstad. Het middeleeuwse centrum is compact gebouwd, vol en druk. Niet voor niets zal hun zoekgebied zich op de straten daar net buiten hebben geconcentreerd. Langs de verharde weg naar Ginneken staan ruime panden met veel eigen grond.

Het pand waar hun oog op valt is Den Haen, later Den Rooden Haen, een statig pand met opslagruimten, stallen en tuin op Ginnekenstraat 10. Het is een pand met een flinke geschiedenis, het duikt al in 1546 in de Bredase archieven op.  Het is van oudsher een brouwerijcomplex met mouterij en woonhuis. Praktisch gelegen want over het water van de Oude Vest en de Mark zijn grondstoffen en vaten makkelijk aan- en af te voeren. Het is sinds 1718 in handen van wijnhandelaarsfamilie Van Gool, vanaf 1723 wordt er geen wijn meer gebrouwen. Ruim zestig jaar later verkopen zij “Een Huisings, Pakhuijsen, Stallinge, Hovinge, Plyne en erve met toebehoren van dien” aan Hugo.

De vader van Geertruij, Henricus Kamerling (1717-1792) is notaris en stelt de overeenkomst op: op 6 februari 1787 kopen ze voor 9700 guldens Den Rooden Haen. Het huis zal de komende twaalf jaar het decor vormen voor het sociale en het gezinsleven van het echtpaar Cantzlaar- Kamerling. Zodra ze kunnen betrekken ze het huis en maken ze het eigen. Hier worden vanaf 1787 zaken gedaan, lief en leed gedeeld en nagedacht over de toekomst.

Huis De Rooden Haen, circa 1860-1900.
Huis De Rooden Haen, circa 1860-1900. (Bron: Stadsarchief Breda)

 

Behang uit China, stijl uit Frankrijk

In de ontvangstkamer van Den Rooden Haen  zijn twee wanden bedekt met Chinees behang dat omlijst wordt door een betimmering in de stijl van Franse vorst Lodewijk XVI en juist deze combinatie maakt de kamer uniek.

De interieurstijl heet Louis Seize, naar koning Lodewijk XVI. Frankrijk is in Europa dan al twee eeuwen toonaangevend op het gebied van architectuur, interieur en toegepaste kunst. Vergeleken bij de dramatische barokstijl van Zonnekoning Lodewijk XIV en het uitbundige rococo van Lodewijk XV is deze stijl meer ingetogen, met strakke, klassieke lijnen. Direct in de regeringsperiode van Lodewijk XVI (1774-1792), vlak voor de Franse Revolutie, waait de stijl over naar Nederland. Dat het echtpaar juist deze stijl kiest voor hun huis duidt erop dat zij zich in interieurtrends hebben verdiept.

De handgeschilderde behangsels komen uit Kanton (Guangzhou): dé plek waar Chinezen in die tijd spullen voor de westerse markt produceren. Lange tijd krijgt de VOC er – zelfs met geweld – geen voet aan de grond. Pas rond 1728 is er directe handel opgestart onder strenge voorwaarden. Thee, porselein en zijde worden in bulk verhandeld via de factorijen, de pakhuizen van de VOC. Er ontstaan winkeltjes in hun buurt waar gepersonaliseerde bestellingen worden geplaatst, zoals geschilderde behangsels: alleen betaalbaar voor de happy few.

Tussen ongeveer 1750 en 1790 arriveren ongeveer 17.000 vellen handgeschilderd Chinees behangsel op rollen in Nederland. Er is keuze uit behang met bloemen en vogels, taferelen met personen of een combinatie van beide. Met dit monumentale behang tover je alle muren van de kamer om tot een schitterend panorama.

In Nederland zijn nog een handjevol andere locaties waar (fragmenten) Chinees behang bewaard zijn  gebleven; Landgoed Huis Oud-Amelisweerd, Paleis het Loo, Huis Ten Bosch, Huis Marquette, Kasteel Heeswijk, Paviljoen Welgelegen, Park Sparrendael, Het Rijksmuseum Amsterdam en in het pand aan de Lange Voorhout 32  in Den Haag.

Opvallend is dat in de kamer van Cantzlaar-Kamerling slechts twee wanden gevuld zijn, namen ze het mee uit een ander huis en ging daarbij een deel verloren? Of kochten ze het tweedehands en konden ze simpelweg niet meer behang betalen?

Het behang in Breda is uniek doordat er, om het Chinese behangsel aan te passen aan Europese standaarden, allerlei ingrepen zijn uitgevoerd. Zo heeft iemand met olieverf een ‘horizon’ aangebracht, om diepte in de voorstelling te brengen volgens het renaissanceperspectief. Met een zwarte papieren rand is een omlijsting gecreëerd, als bij een schilderij.

Zijpaneel van achttiende-eeuws Chinees behang uit de woning van het echtpaar Cantzlaar-Kamerling, op zaal in het Stedelijk Museum Breda.
Zijpaneel van achttiende-eeuws Chinees behang uit de woning van het echtpaar Cantzlaar-Kamerling, op zaal in het Stedelijk Museum Breda. (Bron: Stedelijk Museum Breda, 2025)

 

Het persoonlijke en het zakelijke verbeeld

De twee behangselschilderingen uit Den Rooden Haen hebben verschillende thema’s. Op het kleinste paneel van de twee toont in de tuin van een welvarend Chinees koopman in de buurt van Kanton. In het midden ligt een vijver, waar verschillende gebouwtjes omheen staan. De leden van de familie vermaken de kinderen, dragen poëzie aan elkaar voor, er wordt geborduurd en gekalligrafeerd.

Een van de vrouwen is gehuld een kostbare traditionele kamerjas een heeft een waaier in haar hand, het is goed mogelijk dat zij de vrouw des huizes voorstelt. Een ander tafereel toont mannen rond een tafel, in de schaal op tafel liggen boeddha-citroenen, in Azië symboliseert de vrucht geluk, een lang leven en voorspoed, en wordt vaak als offergave in tempels gebruikt.

Uitsnede van het achttiende-eeuws Chinees behang uit de woning van het echtpaar Cantzlaar-Kamerling, op zaal in het Stedelijk Museum Breda.
Uitsnede van het achttiende-eeuws Chinees behang uit de woning van het echtpaar Cantzlaar-Kamerling, op zaal in het Stedelijk Museum Breda. (Bron: Stedelijk Museum Breda, 2025)

 

Het grootste behang toont een landschap met een rivier en boeddhistische tempel. In het landschap zien we enigszins geïdealiseerde scènes uit het dagelijkse leven van de Chinese man– vrouwen zijn slechts ‘decoratie’. Centraal op de voorstelling is men zich aan het verpozen in een prieel. Linksonder daarvan wandelen twee mannen met een hondje. Aan de andere kant van het water staat een kwakzalver met zijn knechtje. Zij verkopen volgens de tekst op de vlag aan de draagstok “levenselixer van overzee”. Een boer in traditionele Chinese regenkleding is op pad met zijn os, een andere man zoekt ontspanning aan de oever en rookt opium.

Daarboven is op de achtergrond een groepje mannen aan het picknicken. Twee van hen spelen een gokspel “Jiuling” waarbij zo snel mogelijk een met de vingers gevormd getal moet worden geraden, de verliezer moet en glas drank drinken.

Uitsnede van het achttiende-eeuws Chinees behang uit de woning van het echtpaar Cantzlaar-Kamerling, op zaal in het Stedelijk Museum Breda.
Uitsnede van het achttiende-eeuws Chinees behang uit de woning van het echtpaar Cantzlaar-Kamerling, op zaal in het Stedelijk Museum Breda. (Bron: Stedelijk Museum Breda, 2025)

 

Als muren konden spreken

Dankzij de aantekeningen die Hugo Cantzlaar in zijn familiebijbel maakt, krijgen we een idee over hoe hun leven er in deze periode uitzag. Geboortes en sterfgevallen maar ook lezen we over een poging tot brandstichting en vlucht voor de Fransen. Waar de originele bijbel is gebleven weet niemand, maar we hebben gelukkig een kopie. Daarin lezen we over een schokkende gebeurtenis in 1796:

“In den nacht tusschen den 9de en 10de Augustus 1796 zijn aan onze wooning op de Ginnekestraat op eene brutale wijs de glasen met sabels ingeslagen en tot overmaat van kwaadheid eene brande pijp tusschen de blinden en ramen gegooid om daardoor, was het mogelijk, de gordijntjes in den brand te doen geraken, dat echter niet gelukt is.”

Wellicht droeg de onrust in de kersverse Bataafse Republiek ook bij aan het besluit van het besluit om het huis eind 1799 te verkopen (mét de behangsels) en te verhuizen. In de akte van verkoop worden nadrukkelijk de extra’s in het huis opgesomd: een schilderij boven de schoorsteen, een kast in de provisiekamer én de Chinese behangsels. Meerprijs: 200 gulden. De Stam Abrikoos, acht bomen en enkele planten zijn uitgezonderd; zij zullen bij beter weer worden opgehaald.

In de Bijbel valt te lezen dat Hugo en zijn zoons naar Suriname en Nieuw Guinea gaan. Een van hen wordt de eigenaar van een plantage. Hugo blijft heen en weer reizen, bemiddelen en zaken doen. Geertruij maakt ook nog een keer de overtocht. Uiteindelijk overlijd Hugo in 1828 in Den Haag, Geertruij overleefd hem een heel aantal jaar tot 1845.

In 1961 gaat het ‘Den Rooden Haen’ tegen de vlakte. Mede dankzij een oplettende overbuurman, die tevens kunsten antiekhandelaar is, blijven betimmering én behangsels van de Chinese kamer bewaard. Het behang ligt tussen 1961 en 1996 opgerold en ingepakt in plastic in het depot van het museum. In 1996 werd er een restauratietraject in samenwerking Restauratieatelier Tilburg gestart. Wonderlijk genoeg bleek de staat, die als zeer slecht te boek stond, mee te vallen. Het ensemble was echter niet compleet zonder de betimmering die in 2024 een behandeling onderging. Nu geven ze als ensemble een uniek kijkje in de wereld van de achttiende-eeuwse elite.

 

Met dank aan Yang Hu en Hilda Groen.

In aflevering 3 van seizoen 2 van ‘Kluizen van Brabant’ (2026) gaat historicus Patrick Timmermans op zoek naar het verhaal achter het Chinese behang. Deze aflevering is te bekijken via de app Brabant+.

Achttiende-eeuws Chinees behang uit de woning van het echtpaar Cantzlaar-Kamerling, op zaal in het Stedelijk Museum Breda.
Achttiende-eeuws Chinees behang uit de woning van het echtpaar Cantzlaar-Kamerling, op zaal in het Stedelijk Museum Breda. (Bron: Stedelijk Museum Breda, 2025)

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!