De Brabander van Loenhout

Hoe Guillaume Kenis vier vaderlanden overleefde
Prent met daarop een soldaat te paard uit het leger van Napoleon.
Prent met daarop een soldaat te paard. (Bron: uit K. Peeters, Soldaten van Napoleon, Antwerpen, 1977)

In december 1814 sjokte een uitgemergelde jongeman richting Antwerpen. Zijn jas was nog die van het Franse leger, zijn voeten waren die van een man die maandenlang had gelopen. Het was Guillaume Kenis, op weg naar huis in Loenhout, een dorp in het oude hertogdom Brabant, vandaag op een steenworp van de Nederlandse grens.

Guillaume was geboren in een dorp waar hij in zijn korte leven al meer vlaggen had zien wapperen dan zijn ouders en grootouders samen. Guillaume werd in 1785 geboren in de Oostenrijkse Nederlanden, een uithoek van het grote Habsburgse rijk dat behoorde tot de Weense kroon. Maar tien jaar later marcheerden de Franse revolutionairen binnen. Het hele gebied werd geannexeerd, ingedeeld bij Frankrijk en plots bestuurd vanuit Parijs. Brabantse boerenjongens werden zo op papier Fransen… met alle plichten van dien. En één van die plichten was de dienstplicht.

In 1806 werd Guillaume, amper 21 jaar, opgeroepen voor het Franse leger. Als jager te paard vocht hij in Polen, Duitsland en Oostenrijk, voordat hij in 1812 naar het Oosten werd gestuurd.  Napoleon trok dat jaar met een half miljoen soldaten, zijn Grande Armée, op naar Rusland. Het werd een ramp. De winter, de honger en de kozakken vermaalden het leger; van de half miljoen mannen keerden er nog geen vijftigduizend terug. Guillaume uit Loenhout hoorde bij de tienduizenden ongelukkigen die in Russische krijgsgevangenschap belandden.

Maandenlang sleepte hij zich door een wereld die hij niet kende. Pas toen het Franse rijk in elkaar stortte en Napoleon in april 1814 troonsafstand deed, kreeg hij van zijn bewakers te horen dat hij naar huis mocht. Jaren later schreef hij het zelf op:

“Vernemend dat mijn vaderland niet meer behoorde aan de Koning van Frankrijk, zo richtte ik mij tot de Plaatscommandant… Hij zei mij … dat elk aan zijn eigen land moest teruggeschonken worden. ’s Avonds hadden vele van de Brabanders gehoord, dat zij vrij naar hun vaderland konden weerkeren.”

Brabander. Niet Fransman, niet Hollander, niet Oostenrijker. Brabander. Zo noemde hij zichzelf, en zo liep hij naar huis.

Wat Guillaume bij thuiskomst aantrof, was een land in een tussentijd. Sinds februari 1814 stond zijn streek onder bestuur van het zogeheten Voorlopig Gouvernement, een door Pruisen en Rusland opgezette overgangsregering die de Zuidelijke Nederlanden moest behoeden voor chaos. Het was een vreemd hybride bestuur: de Franse ambtenaren bleven hun werk doen, de belastingen werden geïnd, de wegen onderhouden, maar de orders kwamen voortaan uit een andere hoofdstad. Niemand wist nog precies wie aan wie toebehoorde.

In de salons van Wenen werd ondertussen onderhandeld over Europa. Zou het oude Brabant terugkeren naar de Oostenrijkse keizer? Onafhankelijk worden? Aansluiten bij het noorden? Het waren keuzes die in dorpen als Loenhout pas later voelbaar werden. In juli 1815 viel de beslissing: de zuidelijke gewesten werden samengevoegd met Holland tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, een bufferstaat tegen een mogelijk weer machtig Frankrijk. Willem I werd koning. Brabant, dat zich eeuwenlang als één hertogdom had gevoeld, werd herenigd in één land, maar toch administratief in tweeën gesneden. Met aan de noordkant het departement dat zou uitgroeien tot het huidige Noord-Brabant, en aan de zuidkant het stuk waar Loenhout in lag. Vijftien jaar later, na de Belgische opstand van 1830, werd die scheidslijn een echte staatsgrens.

Guillaume bekommerde zich vermoedelijk weinig om die hogere politiek. Hij was blij terug in Loenhout te zijn en werd er hoofdonderwijzer. Zijn naam dook nog op in dorpsregisters die in de loop van de jaren steeds van briefhoofd veranderden: eerst dat van het Voorlopig Gouvernement, dan van het Verenigd Koninkrijk, en vanaf 1830 van het pas opgerichte koninkrijk België. Vier regimes had hij gediend of moeten dulden, en geen enkel had hij zelf gekozen. Zijn laatste adem blies hij uit als Belg, in een dorp dat hij, de acht lange jaren als Frans soldaat niet meegerekend, zijn hele leven amper had verlaten.

Het is dat gegeven – een man die vier vaderlanden ondergaat zonder zelf te verhuizen – dat zijn verhaal zo veelzeggend maakt voor de Brabantse geschiedenis. Terwijl in Wenen, Parijs, Brussel en Den Haag de kaarten van Europa werden getekend en bijgekleurd, hechtten gewone mensen zich aan iets ouders en taaiers: aan de streek, aan het hertogdom, aan de naam Brabant. De diplomatie schoof grenzen op landkaarten. De Brabanders bleven Brabander, aan beide kanten van de huidige grens.

 

Onderdeel van:

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!

Periodes