De brieven van Italiaanse soldaten over het Beleg van Breda (1624-1625)

Post uit de loopgraven
Een prent gedrukt door Abraham Verhoeven in 1624 met daarop het Beleg van Breda (Bron: Gallica)

Het beleg van Breda (1624–1625) werd in heel Europa op de voet gevolgd. Het Spaans-Habsburgse leger was een multinationaal leger: zo was Ambrogio Spinola, de aanvoerder, een Genuees. Dat er een ‘Italiaan’ aan het hoofd stond van dit multinationale leger, zorgde voor een enorme toename van het aantal soldaten uit dat land. De aanwezigheid van deze duizenden militairen leidde vervolgens tot grote betrokkenheid, en dus tot vraag naar nieuws, in vele Italiaanse huishoudens.

Brieven van de belegeraars

De familie én vaak ook hun staatshoofden verwachtten dat de Italiaanse militairen hen op de hoogte hielden van de laatste ontwikkelingen. De brieven aan familieleden zijn grotendeels verloren gegaan, maar de brieven aan de staatshoofden zijn nog bewaard gebleven in talloze Italiaanse staatsarchieven. Bijna wekelijks schreven militairen brieven, en wanneer ze door omstandigheden een week niet konden schrijven, volgden steevast uitvoerige excuses. Dat gold ook voor de Toscaanse militaire ingenieur Giovanni Francesco Cantagallina. Hij was immers druk in de weer tijdens het beleg en had eigenlijk weinig tijd om wekelijks te schrijven naar de Groothertog van Toscane in Firenze. Toch zag hij het als zijn plicht dit regelmatig te doen, en op die manier kregen de Medici informatie uit de eerste hand.

Kaarten

Cantagallina stuurde een aantal keer tekeningen en plannen van Breda mee. Kaarten werden gebruikt om het verloop van het beleg beter te kunnen volgen. De lezers van deze brieven waren immers niet bekend met het terrein rondom de stad. Een visuele representatie van de tactiek van de belegeraars was om die reden zeer welkom. De tekeningen van Cantagallina waren uiteraard niet voor iedereen bestemd. Geïnteresseerden konden echter ook nieuwskaarten kopen in Italiaanse steden. Zo kon je al in het najaar van 1624 in Napels een nieuwsprent over het beleg van Breda kopen. Het betrof een kopie van een kaart die eerder was uitgegeven door Abraham Verhoeven (1575 – 1652) in Antwerpen. De Venetiaanse ambassadeur Alvise Contarini (1601 – 1684) stuurde in september 1624 al een eerste beschrijving van de stad in het Italiaans op, geheel gebaseerd op een Amsterdamse nieuwsprent met uitleg over het terrein.

Venetianen staan tegenover elkaar

Niet alle Italiaanse staten waren bondgenoten van de Spaans-Habsburgse koning. Sinds 1619 had de Republiek Venetië een alliantie gesloten met de Nederlandse Republiek. Dit verdrag zorgde ervoor dat een deel van de edellieden uit de Venetiaanse Republiek ervoor koos om militaire ervaring op te doen in het leger van Maurits van Nassau, in plaats van bij Spinola. Zij kozen er dus voor om mee te vechten aan de zijde van de calvinisten. Onder hen bevond zich de jonge Galeazzo Gualdo Priorato, die samen met zijn vader vocht in het Staatse leger. Hun brieven bereikten hun thuisstad via Contarini, de eerdergenoemde Venetiaanse ambassadeur in Den Haag.

Ondanks de alliantie met de Republiek vochten er in het leger van Spinola ook Venetianen mee. Toen het duidelijk werd dat bij de muren van Breda Venetianen tegenover elkaar kwamen te staan, achtte Contarini het niet langer wenselijk dat landgenoten in dienst bleven van het Spaans-Habsburgse leger.

Persoonlijke ervaringen en live verslag

De militairen verwezen in hun brieven naar ‘de gewone ellende van de oorlog’. Ze schreven over de vele zieke soldaten, het gebrek aan levensmiddelen en het grote aantal doden in het kamp van de belegeraars. In de brieven noteerden ze vaak ook dag per dag de gebeurtenissen. Op die manier voelt het alsof je bijna live verslag krijgt van de aanvallen en troepenbewegingen. Een Venetiaanse kolonel berichtte bijvoorbeeld hoe hij samen met Frederik Hendrik een gevangen soldaat uit Siena heeft ondervraagd over de troepensterkte. Naarmate het beleg vordert, werden de brieven van Venetiaanse soldaten uit Breda in cijferschrift verstuurd. Zij voorspelden dat Spinola en zijn troepen te sterk zijn en hun weldra zullen overmannen. De combinatie van persoonlijke ervaring en verslaglegging van de gebeurtenissen maakt deze brieven tot waardevolle bronnen om het beleg van 1624–1625 beter te begrijpen.

Onderdeel van:

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!