De Hut van Mie Pils

Geschiedenis van een Brabants café
De oorspronkelijke Aalsterhut, waar Mie Peels woonde met haar gezin. (Bron: www.hutvanmiepils.nl)

Wie door de Kempense bossen ten oosten van Aalst fietst, kan hier zomaar een charmant café tegenkomen: de Hut van Mie Pils. Het oorspronkelijke gebouw was een boerderij en herberg met een twijfelachtige reputatie; de huidige Hut ontvangt vooral wandelaars en fietsers die hier een pitstop maken tijdens hun tochten.

De Aalsterhut

De oorsprong van de Hut van Mie Pils ligt in de Aalsterhut, die in 1717 werd gebouwd. Ondanks wat de naam zou kunnen doen vermoeden, was de Aalsterhut in het begin niet bepaald een armoedig gebouw: het was relatief groot, en was gemaakt van steen, wat vrij zeldzaam was in het arme Brabant. Vanaf 1724 was het in het bezit van een zekere Luijcas Daems, die uit het nabijgelegen dorp Aalst kwam. Hij moet een welgesteld persoon zijn geweest, aangezien hij de volledige eigenaar van het gebouw was.

Net zoals de huidige Hut van Mie Pils lag de Aalsterhut ogenschijnlijk vrij afgezonderd, bijna verborgen in het Kempense landschap. Om bij de Hut te komen vanuit Aalst moest je in deze tijd meer dan een uur lopen. Toch was de ligging gunstig: er liepen namelijk belangrijke wegen langs deze plek. Deze zandpaden functioneerden als verbindingen tussen dorpen in de regio, zoals Aalst, Eindhoven, Leende en Valkenswaard. Ook de drukke postroute tussen Eindhoven en Hamont (in het huidige België) liep hierlangs.

De eigenaren van de Aalsterhut profiteerden van de gunstige ligging door het gebouw te gebruiken als herberg en café. Het werd een populaire plek voor allerlei soorten reizigers, zoals postvervoerders, avonturiers, en turfstekers die op het nabijgelegen land werkten. Zij konden hier terecht voor drank, een simpele maaltijd, en / of een nachtelijk verblijf.

De Familie Peels

Rond 1860 kwam de Aalsterhut in handen van Jan Peels, die het kocht met de erfenis van zijn ouders. Als nieuwe bewoners van de Aalsterhut werden Jan en zijn vrouw ook de uitbaters van het café. Zij kregen in 1863 een zoon, Jef Peels. Voor hem was de ligging van de Aalsterhut niet gunstig: hij moest meer dan een uur lopen om naar school te gaan in Zesgehuchten. Het was een eenzame weg over heuvels en heide.

Jef leerde in de Aalsterhut wel zijn toekomstige vrouw kennen: Mie van den Broek, uit het nabijgelegen dorp Leende. Zij bezocht de hut regelmatig tijdens tochten naar Eindhoven met haar familie. In 1889 trouwde ze met Jef, en ging ze Mie Peels heten. Ergens rond die tijd verhuisde ze ook naar de Aalsterhut, waar Jef inmiddels de eigenaar van was; Jan Peels was in 1888 overleden. Jef en Mie kregen vijf kinderen, van wie er drie volwassen werden. Het was niet echt een gelukkig huwelijk: gasten in de Aalsterhut zagen Jef en Mie vaak ruziën, waarbij het er soms met zoveel geweld aan toeging dat er zelfs ramen en meubels konden sneuvelen.  

Mie en Mina Peels
Mie Peels (rechts) met haar dochter Mina bij de Aalsterhut. (Bron: www.hutvanmiepils.nl)

 

In het dagelijks leven hielden Jef en Mie zich dan ook met verschillende dingen bezig. Jef werkte vooral op de boerderij, maar stond niet bekend als zorgvuldige boer, omdat zijn vee er vaak verwaarloosd en vermagerd uitzag. Hij kocht altijd de goedkoopste dieren, die vaak iets mankeerden. Ook het eten wat Jef kocht op de markt in Geldrop was goedkoop en van slechte kwaliteit. Veel meer kon hij ook niet betalen, aangezien de grond bij de Aalsterhut niet bepaald geschikt was voor de landbouw, en dus weinig inkomsten opleverde.

De herberg van Mie Peels

De herberg en het café interesseerden Jef weinig. Zorgen voor de gasten was dan ook de taak van Mie. Zij stond in de omgeving bekend als hartelijk en gastvrij. Vooral bij kinderen was ze populair, omdat ze ook chocolade verkocht. De eenvoudige, vaak wat slordige manier waarop Mie haar klanten bediende, was voor veel bezoekers onderdeel van de rustieke charme van de herberg. Om bier te schenken gebruikte Mie bijvoorbeeld maar één glas, dat ze telkens omspoelde en aan een andere gast gaf. Wat eten betreft kon Mie niet veel aanbieden behalve gebakken eieren, zult van de varkens, en een simpel soepje. Bezoekers moesten genoegen nemen met een gammele houten bank, want stoelen waren er niet of nauwelijks. Als je geluk had, ving je een glimp op van de drie kinderen van Jef en Mie, die verlegen waren en zich niet vaak lieten zien.

In de tijd dat Mie Peels er de dienst uitmaakte, had de Aalsterhut een reputatie als toevluchtsoord voor ongure figuren. Stropers uit de omgeving waren de stamgasten. Overdag hingen ze rond in het café, en ‘s nachts sliepen ze in of bij de hut, aangezien ze vaak geen ander onderdak hadden. Ze konden erop vertrouwen dat Jef en Mie hen niet zouden verklikken: Jef was onverschillig, zolang ze zijn boerenwerk maar niet verstoorden, en Mie was vooral blij om gasten te kunnen verwelkomen. Door de aanwezigheid van de stropers gingen er allerlei verhalen rond over misdaden die gepleegd waren door bezoekers van de Aalsterhut, en over gasten die zich hier probeerden te verbergen van de wet. Dit imago als rovershol zorgde ervoor dat veel ‘degelijke’ mensen liever wegbleven.

Mie Peels achter de kachel
Mie Peels achter de kachel in de Aalsterhut. (Bron: www.hutvanmiepils.nl)

Na het vertrek van Mie

Na verloop van tijd werd de staat van de Aalsterhut steeds slechter. Het dak was half ingezakt, een van de gevels was helemaal open waardoor er veel tocht binnenkwam, en sommige muren moesten met boomstammen worden ondersteund om instorting te voorkomen. Het was dan ook niet vreemd dat de hut uiteindelijk voor een klein bedrag werd verkocht. Dit gebeurde in 1925. De koper was de heer baron Van Tuijll van Serooskerken, die al een groot deel van de omliggende velden in bezit had. Mie Peels, die inmiddels weduwe was, was op leeftijd en kon nauwelijks meer lopen. Ze woonde nog tot 1927 in de hut, waarna ze naar Aalst verhuisde. Hier overleed ze een jaar later. 

Het vertrek van de familie Peels zorgde ervoor dat de Aalsterhut verder in verval kwam. Toch was het niet het einde van de bedrijvigheid op dit terrein. Enkele jaren voor de verkoop van de Aalsterhut had de baron tegenover de oude hut een boerderij laten bouwen. De bewoners hiervan, de familie Munckhoff, hadden de caféfunctie overgenomen van Mie en haar kinderen. Na het vertrek van Mie werd de boerderij officieel een herberg. Ondanks dat het tegenover de oorspronkelijke hut lag, kreeg deze herberg ook de naam Aalsterhut. 

In 1950 werd de nieuwe Aalsterhut weer een boerderij. Ernaast verrees in dat jaar een nieuw horecagebouw, compleet met terras, uitbouw en keuken. Sinds 1960 heet dit café ‘de Hut van Mie Pils’. Dit was de naam die eerder al in de volksmond was gebruikt voor de oorspronkelijke Aalsterhut. Via deze naam is de erfenis van Mie Peels bewaard gebleven, hoewel natuurlijk in een wat moderner jasje. De reputatie van de huidige Hut van Mie Pils is in ieder geval een stuk beter dan die van de oude hut: al decennialang is het een populaire stop voor fietsers en wandelaars die komen genieten van de charmante Brabantse landschappen. In tegenstelling tot de herberg van Mie zijn er hier meer dan genoeg stoelen, en hoeven bezoekers niet allemaal uit hetzelfde bierglas te drinken. 

Met dank aan Gerda Mertens van de Hut van Mie Pils voor het aanleveren van het beeldmateriaal.  

Onderdeel van:

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!