Een Poolse hofdans
Hoewel de polonaise snel doet denken aan carnaval, bier en een op elkaar gedrukte mensenmassa, was de polonaise die in de zeventiende eeuw werd gedanst allesbehalve dat. De dans vond wel zijn oorsprong in de volkscultuur, maar werd snel opgenomen in de Poolse hofcultuur. Hier werd het netter gemaakt en kreeg het op zijn frans, de voertaal van de danswereld, de naam polonaise. De Polen zelf noemen het de chodzony, lopende dans.
Volgens kunsthistoricus Klazien Brummel, auteur van Holland danst! over de danscultuur in de twintigste eeuw, was de polonaise vaak de eerste dans van een bal. De makkelijke driekwartsmaat zorgde ervoor dat iedereen mee kon dansen. In tegenstelling tot onze polonaise, raakten deelnemers elkaar nauwelijks aan. Daarnaast vond de polonaise zijn weg naar het klassieke ballet door de interesse in de volkscultuur tijdens de negentiende eeuw.

Intrede in Brabant
Hoe de polonaise precies de omslag heeft gemaakt van een hofdans naar de Brabantse versie die wij vandaag de dag kennen, is voor onderzoekers nog niet helemaal duidelijk. Wel weten we dat deze variant van de polonaise populair was op bruiloften. Het was de ideale dans om de opstelling van de gasten aan lange tafels even om te gooien én iedereen tussendoor de benen te laten strekken, aldus Brummel. Het was hier, op een Tilburgse bruiloft in 1886, dat de eerste polonaise in Nederland is waargenomen volgens ‘polonaisekenner’ Joost Heijthuijsen.
Hij stelt daarnaast dat deze eerste doorbraak van de polonaise in Nederland gepaard ging met de opkomende carnavalscultuur in de Zuidelijke Nederlanden. Het is namelijk rond deze tijd dat het carnavalsfeest weer opbloeide met meer structuur en organisatie. Denk bijvoorbeeld aan de oprichting van de Oeteldonksche Club in 1882. Cafés waar mensen samenkwamen en liedjes die onder andere via de radio werden verspreid, droegen vervolgens bij aan meer eenheid in de vrijetijdsbesteding. De polonaise werd zo een populaire dans op bruiloften, feestjes en schoolgala’s.

Dat de polonaise een integraal deel werd van de Brabantse feestcultuur, van jong tot oud, blijkt uit verslaggevingen van verschillende evenementen. Zo rapporteert de Nieuwe Tilburgsche Courant in 1909 over een kinderfeest waar zo’n 180 kinderen de polonaise zouden gaan lopen. In de Provinciale Noord-Brabantsche Courant Het Huisgezin blijkt vervolgens dat de polonaise in de jaren ’50 al goed ingeburgerd was en dat je daar nooit te oud voor kon zijn: “Toen tenslotte de polonaise gehouden werd, bleef er geen mens van de 430 oudjes zitten, want het hossen en het springen zit de rechtgeaarde Bosschenaar nu eenmaal in het bloed.”
Dit feestgevoel dat met de polonaise gepaard gaat, vond zelfs zijn weg binnen de kerkelijke traditie. Toen er duizenden gelovigen samenkwamen in ’s-Hertogenbosch na het lopen van de Pax Christi in april 1963, werd er “een uitvoerige polonaise georganiseerd waarbij naar goede traditie, zusters en paters op de schouders werden geheven en tot besluit van deze voor allen onvergetelijke morgen gaven kardinaal en bisschop samen de bisschoppelijke zegen”. Zo zag de correspondent van De Tijd De Maasbode hoe de verbindende factor van de polonaise ook tot de gelovige gemeenschap was doorgedrongen.

De bloei van de polonaise in de jaren ‘80
Ondanks alle gelegenheden waarop de dans wordt uitgevoerd, gaan onze gedachten toch snel naar het carnaval als we aan de polonaise denken. Inmiddels is de dans hier niet meer weg te denken. Het is alleen nog helemaal niet lang geleden dat de dans zo’n integraal deel van het feest begon uit te maken. Pas sinds de Tweede Wereldoorlog kreeg de polonaise echt zijn plek binnen het carnaval. Dankzij verschillende novelty acts verspreidde de polonaise zich door het hele land.
Artiesten zoals Arie Ribbens verkregen grote populariteit met nummers zoals Polonaise Hollandaise. Programma’s zoals Op volle toeren gaven novelty acts een podium en meer van dit soort polonaiseliedjes kwamen op, met Arie Ribbens als voortrekker. Deze tweede bloei van de polonaise in de jaren ’80 voedde opnieuw het groepsgevoel en de verbondenheid die gepaard gaan met de dans.

Recordpoging na recordpoging
Deze golf aan enthousiasme voor de dans zorgde ook voor een competitieve drift bij feestvierders. Vanaf de jaren ’80 werden er op verschillende plekken door het land pogingen gedaan om het wereldrecord van de langste polonaise te verbreken. In 1987 was het aan Etten-Leur om het record in Brabant te vestigen. Met een indrukwekkend aantal van zo’n 3400 lopers lukte het de deelnemers helaas niet om op deze regenachtige februaridag het record te verbreken.
Vandaag de dag ligt het record lager, maar zijn er ook meer regels verbonden aan een officiële opname in het Guinness Book of World Records. Zo moet de polonaise uit één lange rij aan deelnemers bestaan en moeten zij elkaar met beide handen op de rug vasthouden. Dit wil weleens fout gaan als de handjes enthousiast de lucht in verdwijnen. Momenteel is de titelhouder het Brabantse Veldhoven, dat in februari 2026 het vorige record verbrak.

Dat de polonaise vandaag de dag een belangrijk onderdeel is van de Brabantse feestcultuur, daar is geen twijfel aan. Maar dat de polonaise van origine geen Brabantse dans is en nog helemaal niet zo lang in dit deel van de wereld wordt gedanst, kan misschien als een verrassing komen. De snelle verspreiding en groeiende populariteit sinds eind negentiende eeuw zorgt in ieder geval voor een vrolijk stukje Brabants verleden. Als we iets uit deze geschiedenis kunnen halen, dan is het wel hoe Brabanders zich snel iets eigen maken om het groepsgevoel te versterken. Zeker als dit gepaard gaat met bier en gezelligheid.