In dit artikel gaan we op ontdekkingsreis door enkele opvallende iconografische elementen van de kathedraal, zoals de rijkversierde koorbanken, en de humoristische en fantasierijke luchtboogfiguren aan de buitenzijde van de kathedraal. Daarbij ontrafelen we de betekenissen die schuilen achter deze elementen, met behulp van ‘iconografie’. Tijdens de middeleeuwen was iconografie erg belangrijk omdat veel mensen analfabeet waren. Kathedralen zoals de Sint-Jan fungeerden als een soort ‘visuele bijbel’, die op een toegankelijke manier soms ingewikkelde theologische verhalen overbrachten.
Wat betekent iconografie?
Iconografie is een veelgebruikte methode binnen de kunstgeschiedenis. De term iconografie komt van de Griekse woorden eikon (beeld) en graphein (schrijven/beschrijven) en betekent dus letterlijk het beschrijven van beeld.
In kathedralen zoals de Sint-Janskathedraal is iconografie overal aanwezig, deze elementen verwijzen vaak naar een diepere boodschap. Door iconografie toe te passen kunnen we zowel achterhalen wie of wat er precies wordt afgebeeld, en wat de boodschap is van deze afbeelding. Deze boodschappen hadden als doel om een verhaal te vertellen aan de gelovige bezoeker van de kerk, die dus in de middeleeuwen meestal niet kon lezen.
Een mooi voorbeeld hiervan is te zien in een van de luchtboogbeeldjes op de Sint-Jan, waar een beer te zien is die honing snoept uit een bijenkorf. In de middeleeuwse symboliek stond de snoepende beer voor gulzigheid. Waar de beer vraatzucht, wreedheid en slechte invloed symboliseert. Staat de bijenkorf juist centraal voor vlijt en hard werken. Dit beeldje is dan ook meer dan een grappig tafereel. Het waarschuwt de toeschouwer voor het toegeven aan verleidingen, het is een les verpakt in steen.


De transepten
De iconografische reis beginnen we bij het transept, dit is het dwarsgedeelte van de kathedraal. Dit is verdeeld in een noord- en zuidkant, en vertegenwoordigt twee van de belangrijkste heiligen van de Sint-Jan.
Het noordelijk transept is gewijd aan de heilige maagd Maria. Hier staat het beroemde genadebeeld van Maria, beter bekend als de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch. Het zuidelijk transept is gewijd aan de heilige Johannes, de patroonheilige van de Sint-Jan.

Deze twee figuren staan niet toevallig tegenover elkaar in het transept. Hun plaats in het kruispunt van de kathedraal verwijst naar een bekend moment uit het lijdensverhaal van Christus. Volgens het evangelie stonden Maria en Johannes samen aan de voet van het kruis toen Jezus stierf. Door hun beelden hier in de dwarsbeuk tegenover elkaar te plaatsen, wordt dat Bijbelse tafereel als het ware zichtbaar in de ruimte. Het maakt hun verbondenheid tastbaar voor de bezoeker.
Patroonheilige
Johannes de Evangelist duikt overal op in de Sint-Janskathedraal. Dit is niet gek, want hij is de patroonheilige van de kathedraal. Ook op de koorbanken speelt hij een prominente rol. De rechterwang van de koorbanken bevat iconografie van scènes uit het leven van Johannes. Dit beeldprogramma moet je van beneden naar boven aflezen. Wanneer we dit doen, komen we eerst de scene tegen waar Johannes op zijn knieën zit en wordt gezegend door Christus.
In de tweede scène zien we Johannes in zijn rol als evangelist. Hij wordt schrijvend afgebeeld met een adelaar aan zijn zijde. De adelaar is het persoonlijke symbool van de heilige Johannes, daarom zie je de adelaar in de kathedraal veel terugkomen. Daarnaast staat de adelaar symbool voor zijn inspiratie.
De derde scene toont vermoedelijk Johannes die uit een vergiftigde miskelk drinkt. Volgens de overlevering overleefde hij niet alleen het dodelijke gif, maar redde hij ook de twee mannen die eerder aan het gif waren overleden. Het is echter lastig om deze scène met zekerheid als dit motief te duiden, aangezien de handen van de figuren zijn afgebroken, waardoor de gifbeker niet te zien is. Dit is vaker het geval bij middeleeuwse stukken waarbij door de tijd heen schade is ontstaan, waardoor het lastig wordt om de stukken met zekerheid iconografisch te duiden.

De vierde scene toont Johannes in een kokende oliepan. Volgens de Legenda Aurea werd hij onder de Romeinse keizer Domitianus gevangengenomen en in een kokende pan olie gezet, maar hier kwam hij ongedeerd uit. Deze gebeurtenis toont zowel zijn standvastige geloof als de bescherming van God. In de laatste scène zien we drie figuren bij het graf van Johannes staan.
De rijk versierde koorbanken vertellen nog meer verhalen dan alleen van Johannes. Vooral op de wangstukken van de koorbanken vinden we deze beelden. Hoewel de oorspronkelijke vervaardigers van de koorbanken niet bekend zijn, is het wel duidelijk dat de koorbanken het resultaat zijn van het werk van verschillende ambachtslieden dat zie je terug in de variëteit aan stijlen. De huidige koorbanken zijn deels nog origineel, gemaakt tussen 1430-1460, maar ook deels het resultaat van een grote restauratie in de tweede helft van de negentiende eeuw. Vooral beeldhouwer Hendrik van der Geld (1838-1914) speelde toen een belangrijke rol bij het aanvullen en herstellen van het beeldhouwwerk.
Gedenk te sterven
Op de zogenaamde wangstukken van de koorbanken, dat zijn de zijkanten van de banken, zie je vooral belangrijke religieuze scenes. Op de linkerwang zien we het Laatste Oordeel, uitgevoerd in gotische stijl. De voorstelling is opgebouwd in lagen, en ‘lees’ je van boven naar beneden. Bovenaan zien we Christus zittend, met zijn handen geheven en met de palmen naar buiten, zodat we zijn kruisigingswonden kunnen zien.

Links van Christus zit de heilige Maria, die wordt doorgaans knielend afgebeeld, omdat ze volgens de traditie namens de zielen pleit bij Christus tijdens het oordeel. Rechts van Christus zien we Johannes de Doper. Dit is een andere Johannes dan patroonheilige Johannes de Evangelist. Onder Christus is de opstanding van de doden afgebeeld. Je ziet ze als geraamte tevoorschijn komen. Onder de dodenherrijzing zien we de heilige Petrus, herkenbaar aan zijn sleutels, zijn vaste attribuut waarmee hij de zielen ontvangt bij de hemelpoort. Onder de hemelpoort is de verbeelding van de hel te zien, te herkennen aan de gapende muil van de hel.

Door deze iconografie op de koorbanken te plaatsen, werden bezoekers van de kathedraal constant herinnerd aan de centrale thema’s van hun geloof en de gevolgen van hun levenskeuzes voor het hiernamaals. Tijdens de middeleeuwen waren mensen veel bezig met memento mori, wat letterlijk ‘gedenk te sterven’ betekent. Hier past deze iconografie perfect bij.

Opdrachtgever
In het onderste gesloten paneel van het linker wangstuk zien we een bisschop. Herkenbaar aan zijn bisschopsmijter en de kromstaf die hij in zijn rechterhand houdt. In zijn linkerhand houdt hij, bijna als een trofee, een klein kerkmodel vast. Dat miniatuurkerkje is een belangrijk detail, en verraadt zijn identiteit. Zo’n kerkmodel wijst er meestal op dat het om de kerkstichter gaat. Dit beeld stelt dan ook vrijwel zeker de heilige Lambertus voor, bisschop van Luik en de patroon van het bisdom waar ‘s-Hertogenbosch onder viel.

De 96 luchtboogfiguren op de Sint-Jan
Nog een bijzonder onderdeel van de kathedraal vind je op de luchtbogen, daar zijn in totaal 96 luchtboogbeelden te zien. Deze beelden zijn erg uniek, voor zover we weten zijn nergens anders dit soort sculpturen op luchtbogen te zien. Oorspronkelijk stonden er middeleeuwse beeldjes op de luchtbogen van de Sint-Jan. Door de eeuwen heen zijn er veel van deze beeldjes beschadigd geraakt. Daarom zijn de beeldjes die we nu zien grotendeels gemaakt tijdens de negentiende eeuw, naar ontwerpen van Lambert Hezenmans (1841-1909). De meeste van zijn ontwerpen zijn hoogstwaarschijnlijk gebaseerd op de originele middeleeuwse beeldjes, waarvan er nu nog 39 van de 96 over zijn.

Alleen in de zuidoosthoek van het schip staan geheel nieuwe beeldjes, die niet op middeleeuwse voorbeeld zijn gebaseerd. Omdat deze nieuwere beeldjes geen duidelijke middeleeuwse oorsprong hebben, is hun betekenis minder goed bekend, en minder duidelijk dan die van de middeleeuwse beelden.
De meeste negentiende-eeuwse beeldjes vormen daarmee dus een redelijk goede afspiegeling van de beeldjes die rond 1500 werden geplaatst op de luchtbogen. De luchtboogbeelden kunnen grofweg worden onderverdeeld in thematische categorieën. Zo zijn er op de luchtbogen muzikanten, monsters, duivels, dieren, gebrekkige figuren en beeldjes te vinden die beroepen lijken uit te beelden.
Moderne toevoeging
Er zijn ook eigentijdse toevoegingen gedaan aan de iconografie. Een engel met telefoon werd in 2011 vervaardigd door beeldhouwer Ton Mooy (1948-). Op het eerste gezicht lijkt dit beeldje misschien heel afwijkend van de rest van de kathedraal, maar toch past de engel verrassend goed tussen de andere beelden. Engelen worden namelijk al eeuwenlang afgebeeld als boodschappers tussen hemel en aarde. Wanneer je het zo bekijkt, is de telefoon geen absurd detail, maar een modern symbool voor communicatie. Deze moderne toevoeging laat zien dat de iconografie van de kathedraal nooit stilstaat.

Conclusie
De Sint-Janskathedraal zit vol verhalen. Van de binnenkant van de kathedraal, tot de luchtbogen en de moderne engel met de telefoon. Overal spreekt de symboliek tot de verbeelding. Iconografie laat zien dat kunst en architectuur veel meer zijn dan decoratie. Het zijn krachtige communicatiemiddelen die eeuwenoude waarden, waarschuwingen en geloofsovertuigingen overbrengen. De beeldtaal van de Sint-Janskathedraal blijft zich ontwikkelen en spreekt nog steeds tot de verbeelding. Een bezoek aan de Sint-Janskathedraal is alsof je door een eeuwenoud prentenboek wandelt, een ervaring die je niet mag missen. En wie met een beetje achtergrond kennis kijkt, ziet opeens zoveel meer.
Bronnenlijst
Koldeweij, A.M., “De Koorbanken in de Sint-Jan”, in: Tentoonstellingscatalogus Sint-Janskathedraal, 1991-1992, kleine monografieën Sint-Jan, ‘s-Hertogenbosch, 1991, 5-112.
Van Laarhoven, J. De beeldtaal van de Christelijk kunst; geschiedenis van de iconografie, Nijmegen, 2008.