Provinciegrenzen zijn geen dialectgrenzen. De kleuren op de kaart lopen door tot in Zeeland, Vlaanderen, Gelderland en Limburg. De groene varianten, ‘drèùg’, ‘druig’ en ‘druieg’, zijn een uitzondering. Die zijn typisch voor de Brabantse Peel. In Limburg, voorbij Asten en Deurne, is het weer ‘drueg’.
De tweeklanken met het doffe e’tje worden steeds zeldzamer. In veel plaatsen verdwijnt het e-klankje. Zo hoor je ‘dreûeg’ in de Meierij bijna niet meer. In plaatsen als Rosmalen, Boxtel en Veghel zeggen mensen nu ‘dreûg’. In de Langstraat, boven Tilburg, legt ook ‘drueg’ het af tegen ‘dreûg’.
Elke uitspraakvariant kent een eigen spelling:

Het verschil tussen blauwe varianten als ‘droôg’ in het westen en rode en groene als ‘dreûg’ en ‘druig’ in het oosten komt door umlaut, iets typisch oostelijks. De grens loopt bijna gelijk met die van woorden als ‘bomke’ en ‘bumke’, en ‘boekske’ en ‘buukske’.