In 1951 ontving het Eindhovense textielbedrijf Van Dissel een damast-opdracht van de Nederlands-Afrikaanse Handelsmaatschappij te Kaapstad. Damast is een weeftechniek voor linnen en katoen waarbij figuren in dezelfde kleuren garen worden geweven. Het betrof de vervaardiging van een damast tafellaken met bijbehorende servetten.
De opdracht had een koloniale lading. De damaststukken waren in het kader van 300 jaar herdenking van de nederzetting van de eerste Nederlandse kolonisten in Zuid-Afrika onder leiding van Jan van Riebeeck in 1652. De Handelsmaatschappij stuurde Van Dissel een uitvoerige brief met een pakket van eisen omtrent de gewenste motieven in het tafellaken en het servet. Naast de vele romantische taferelen moest het damastlaken ook voorzien zijn van het VOC-logo en van een aantal Afrikaanse mensen.
Het eindproduct viel goed in smaak bij de opdrachtgevers. Zij waren echter niet tevreden met de Afrikaanse mensen, aangeduid met het n-woord, die afgebeeld waren op het damastlaken. In hun ogen zagen de halfnaakt afgebeelde Afrikaanse mensen er alsnog te modern uit en zouden zij niet ‘oorspronkelijk’ genoeg zijn weergegeven, conform het beeld dat zij van hen hadden. Desondanks werden de damaststukken uiteindelijk niet aangepast en heeft het Eindhovense textielbedrijf van Dissel de oorspronkelijke opdracht kunnen uitvoeren.
Dit artikel is een bewerking van De stad vertelt. Vooronderzoek naar het Slavernijverleden van Eindhoven. Het volledige rapport is hier te vinden: https://www.onderzoekslavernijverledeneindhoven.nl/