Een grafmonument in Breda

Het grafmonument van Engelbrecht I en Jan IV van Nassau en hun echtgenotes. (Foto: Marc Bolsius, Erfgoed Brabant)

In 1860 kreeg de Roermondse architect Pierre Cuypers (1827-1921) de opdracht voor de restauratie van het laatgotische grafmonument voor Engelbrecht I (1370/1380-1442) en Jan IV van Nassau (1410-1475) en hun echtgenotes, respectievelijk Johanna van Polanen (1392-1445) en Maria van Loon (1426-1502). Dit stond sinds het begin van de zestiende eeuw opgesteld in de Grote Kerk van Breda.

Het kunstwerk, het belangrijkste voorbeeld van een gotisch praalgraf in Nederland, was flink gehavend. De beelden misten ledematen en soms ook het hoofd, revolutionaire heethoofden hadden eind achttiende eeuw alle wapenschildjes weggehakt en ook de centrale voorstelling was al veel eerder door religieuze fanaten verwijderd.

76bgrafmonument1.jpg
Het door Cuypers gerestaureerde grafmonument van Engelbrecht I en Jan IV van Nassau. (Foto: Marc Bolsius, Erfgoed Brabant) Alle rechten voorbehouden

Cuypers – die een passie had voor de gotiek − deed oprechte pogingen om het zwaar gehavende monument te herstellen “overeenkomstig het primitieve werk”. Maar het bleek voor hem en zijn zwager en adviseur Joseph Alberdinck Thijm (1820-1889) toch een te zware opgave om zich los te maken van hun katholieke achtergrond. In de lege nis in het midden plaatsten zij een Mariabeeld in plaats van het kruisigingstafereel dat daar vrijwel zeker oorspronkelijk had gezeten.

Deze wijziging was uiteraard niet naar de zin van koning Willem III (1817-1890) die de restauratie bekostigd had en die nu moest toezien hoe het monument van zijn voorvaderen door onder meer het Mariabeeld met daarboven dwarrelende engelen en andere toevoegingen een uitgesproken ‘rooms’ karakter kreeg. Tussen hem en Cuypers zou het dan ook nooit meer goed komen.

Onderdeel van:

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!