Van die munten is van 261 de herkomst vastgesteld. Ruim veertig procent is uit het Hertogdom Brabant afkomstig.
In het Brabantse deel van de collectie zitten veel munten geslagen tijdens het bewind van Johanna van Brabant. Opvallend is dat de munten uit de regeringsperiode van Johanna allemaal in Vilvoorde en in Leuven zijn geslagen.
De niet-Brabantse munten zijn uit een groot aantal plaatsen afkomstig: Roermond, Utrecht, ās Heerenberg, Brugge, Gent, Mechelen, Dordrecht, Kleef, Trier, te veel om opĀ te noemen.
Hoe is deze verzameling bij elkaar gekomen? Prof. Dr. Jos Benders, gespecialiseerd in laatmiddeleeuwse muntslag in de Lage Landen, noemt de mogelijkheid dat het handelsgeld is geweest van een handelaar.
Een aanwijzing daarvoor is het gebrek aan halve en kwart munten. Dat moet je letterlijk nemen: voor een halve munt werd gewoon de bestaande hele munt gehalveerd. Voor een kwart munt werd weer de halve munt gehalveerd. Eenvoudiger kan het haast niet. Juist door het ontbreken van die gehalveerde munten en het geval dat een groot deel Brabants is, maakt het waarschijnlijk dat de eigenaar een mogelijk rondtrekkende handelaar is geweest. Waarschijnlijk stopte de reiziger de munten tussen 1374 en 1378 in de grond. Dat was een roerige tijd in het hertogdom Brabant, want er was oorlog met Gelre. Troepen trokken plunderend rond.
Mogelijk hebben de munten in een pot gezeten. Op de plaats waar de munten zijn gevonden is ook een aantal potscherven en de bodem van een pot gevonden.