Een laatste redmiddel bij het beleg van Eindhoven in 1583

Hond in de pot
Opgraving aan de Dommeltuin in Eindhoven. Op de voorgrond meten archeologen de funderingsresten in van het stenen gebouw, op de achtergrond het Van Abbemuseum. (Foto: Archeologisch Centrum Eindhoven, 2002)

Nabij het Van Abbemuseum te Eindhoven werden in 2002 de funderingen van een groot bakstenen gebouw opgegraven. De muurresten dateren uit het begin van de veertiende eeuw. In de vijftiende en zestiende eeuw werd het gebouw flink uitgebreid. In een beerkelder werden 535 botresten aangetroffen, vooral van slachtvee en huisdieren. De jongste vondsten uit de beerkelder dateren uit de jaren tussen 1575 en 1600.

Geslachte honden en katten

Van tenminste 22 honden werden in deze beerkelder 182 botresten gevonden. Op deze skeletresten zijn allerlei kap- en snijsporen herkenbaar. Deze sporen maken aannemelijk dat de honden werden gedood voor het vlees. Ook snijsporen aan skeletresten van huiskatten wijzen op doelbewust villen ten behoeve van het vel en/of het vlees.

Theo de Jong, kap- en snijsporen
Snij- en kapsporen op de hondenbotten uit de Dommeltuin. (Afbeelding: Theo de Jong) Alle rechten voorbehouden

 

Aanwijzingen dat het vlees werd verwijderd voor consumptie bewijzen de kap- en snijsporen op, voor het villen, onlogische plekken in het lichaam. Snijsporen zijn aangetroffen op schouderbladen, opperarmbenen, bekkens, dijbenen, scheenbenen, lendenwervels en halswervels. Veel ribben zijn langs de gewrichten losgesneden. Sommige ribben zijn ook nog in het midden met een scherp mes ingekerfd en daarna gebroken.

Theo de Jong, botten
Snijsporen op schouderbladen en bekkens van honden. (Foto: Theo de Jong) Alle rechten voorbehouden

Hondenvlees

Slechts de meest spierrijke delen van de honden zijn in de beerkelder terechtgekomen. Dit zijn de delen met het meeste vlees: ribben (karbonaadjes), “schouderham” en “achterham”. Toch ontbreken van de (tenminste 22) honden nog vele botten.

Werden de honden elders gedood en geslacht? Hiervoor pleit het ontbreken van typerend slachtafval, zoals kop, staart en poten. Werd het vlees elders verdeeld over verschillende huishoudens? Hiervoor pleit dat van de ribben slechts 12%, van de voorpoten slechts 39% en van de achterpoten slechts 27% werd teruggevonden.

Theo de Jong, verdeling botten
Verdeling botresten van honden uit de beerkelder in de Dommeltuin. (Foto: Theo de Jong) Alle rechten voorbehouden

Het beleg van Eindhoven

Honden werden in de Late Middeleeuwen alleen gegeten in noodsituaties. Om te overleven werden ethische bezwaren en sentimentele gevoelens overwonnen. Voor Eindhoven beschikken we over twee opmerkelijke historische bronnen: een plattegrond met onderschrift over het beleg van Eindhoven uit 1612, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, en een lied op de belegering van Eindhoven, geschreven tien dagen vóór de inname van de stad in 1583. De teksten verwijzen naar het eten van paarden, honden en katten gedurende het drie maanden durende beleg in de winter van 1583. Eén van de coupletten in het lied vermeld: “On at mengés chevaulx, le chien, le chat, Mais non obstant tiendront la forteresse”.

Theo de Jong, plattegrond
Kaart van het beleg van Eindhoven in 1583, door Baudartius, 1612. (Bron: Michael Colinius, Guerres de Nassau, 1616) Alle rechten voorbehouden

Hongerige Eindhovenaren

De periode van het beleg correspondeert met de datering van de vulling van de beerkelder. Hebben we in de beerkelder daadwerkelijk het afval gevonden dat door uitgehongerde Eindhovenaren gedurende de schaarste en ellende tijdens het beleg in 1583 is weggegooid? De archeologische botresten vormen daarvoor een concreet bewijs!

Onderdeel van:

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!