In het doosje bevinden zich twee kleine pakketjes, zorgvuldig gewikkeld in perkament en verzegeld met een bisschoppelijk lakzegel. Het zijn eerste-graads relieken, dat betekent dat het gaat om een lichaamsdeel van een heilige. In dit geval minuscule fragmentjes bot van twee heiligen: paus en martelaar Clemens I (?-ca. 99) en Sint Maximinus (eind derde eeuw, 346), martelaar. De authenticiteit ervan wordt bevestigd door een bijgevoegd perkamenten certificaat, ondertekend door bisschop Wilhelmus Mutsaerts (1889-1964) van ’s-Hertogenbosch.

Via een artikel in de Provinciale Noordbrabantse Courant Het Huisgezin in 1952 ontdekte ik waar dit reliekendoosje vandaan kwam. Het was bestemd voor de wijding van een klein kerkje in Werkendam, dat in 1952 in gebruik werd genomen en gewijd was aan Sint-Antonius van Padua. Het doosje werd ingemetseld in het altaar, zoals gebruikelijk bij een kerkwijding. Daarmee werd de verbondenheid tussen de plaatselijke geloofsgemeenschap en de universele kerk tastbaar gemaakt.
Het kerkje in Werkendam werd uiteindelijk in 1989 gesloopt. Het reliekendoosje, normaal gesproken onzichtbaar en veilig opgeborgen in het altaar, werd toen vermoedelijk verwijderd en bewaard. Waar het in de tussentijd is geweest, is niet bekend, maar decennia later vond ik het via Marktplaats.
Wat dit object zo bijzonder maakt, is de combinatie van elementen. Relieken van paus Clemens I zijn uiterst zeldzaam: vrijwel alle bekende relieken bevinden zich in Rome, in de basiliek die aan hem is gewijd. Het feit dat in een Brabants dorp een officieel gewijd fragment aanwezig was, laat zien hoe ver de devotie reikte, ook nog in de tweede helft van de twintigste eeuw.
Het is niet alleen een tastbare herinnering aan het verdwenen kerkje van Werkendam, maar ook een stille getuige van de eeuwenoude traditie van reliekenverering in de katholieke kerk, die lokale geloofsgemeenschappen in direct contact bracht met de vroege kerk en haar martelaren.
