Niet lang daarna kwam ik in contact met de archeologen Nils Kerkhoven en Wouter Vos, die de vondsten in het gebied Over de Maas (gemeente West Maas en Waal) aan het onderzoeken zijn. Zij hebben funderingspalen ontdekt die uit de Romeinse tijd stammen en die hoogstwaarschijnlijk gebruikt waren voor een brug of kade. Ook zijn er grote hoeveelheden tufsteen gevonden die eveneens waarschijnlijk afkomstig zijn van een brug. De vindplaats blijkt in het verlengde van de oude weg te liggen. Dat is een aanwijzing dat het hier om een Romeinse weg gaat. Echt bewijs is er overigens pas, als de weg zelf daadwerkelijk archeologisch wordt aangetoond. Vandaar het vraagteken in de titel.
Nog meer vraagtekens
Er zijn wel nog wat meer vraagtekens. Zo is bekend dat de belangrijkste Romeinse wegen kaarsrecht waren. Dat is hier enigszins het geval, maar de weg slingert een beetje. Toch is dat wel verklaarbaar. Zo is er in de loop der eeuwen zeker 1 tot 1,5 m klei afgezet op het oorspronkelijke oppervlak. Door het eeuwenlange gebruik kreeg zo’n weg dan een min of meer slingerend verloop. Ook uit voorbeelden in Engeland is dat bekend. Een andere vraag is: hoe kan het dat dit stuk weg bewaard is gebleven, terwijl andere stukken van het tracé zijn verdwenen? Na het vertrek van de Romeinen werden delen van het rivierengebied onbewoonbaar. De omgeving van Kessel en Lith werd wel schaarser bewoond, in vergelijking met de hoogtijdagen van het Romeinse Rijk, maar er bleef wel bewoning over. Deze bewoners kunnen ervoor gezorgd hebben dat de weg in gebruik bleef.
De zuidelijke route
Als we daadwerkelijk te doen hebben met een Romeinse weg, dan is het niet onmogelijk dat het hier om de zogenaamde zuidelijke route gaat. Deze weg is aangegeven op de Peutingerkaart, een wegenkaart uit de Romeinse tijd. Voor het huidige Nederland staan daar meerdere routes op, waarvan de route langs de Rijn (de noordelijke route) en de Via Belgica door Zuid-Limburg de voornaamste zijn. Een derde weg is de zogenaamde zuidelijke route die vanuit Nijmegen westwaarts tot aan de kust liep. Van deze weg was tot nu toe helemaal niets teruggevonden.

De Peutingerkaart, die niet geografisch nauwkeurig is en meer een schematisch karakter heeft, geeft vermoedelijk de situatie weer in de derde eeuw of vierde eeuw na Chr. aan. Aan de zuidelijke route moeten ongeveer ter hoogte van deze weg de nederzettingen Ad Duodecimum en Grinnibus hebben gelegen. Algemeen wordt aangenomen dat de laatstgenoemde nederzetting ter hoogte van Alem-Rossum heeft gelegen. Ad Duodecimum, ‘aan de twaalfde’, verwijst naar de twaalfde mijlpaal. Dat zou ongeveer ter hoogte van het gebied Over de Maas zijn geweest. En laat nu juist in mei 2026 een fragment van een mijlpaal gevonden zijn, vlak bij de plaats waar eerder de funderingspaal van de brug werd gevonden!
Als inderdaad bewezen kan worden dat de gevonden weg Romeins is en deel uitmaakt van de ‘zuidelijke route’, zou dat een enorme doorbraak zijn. Niet alleen omdat dan eindelijk een deel van het onbekende tracé zou zijn teruggevonden, maar ook omdat daarmee wellicht delen van de rest van het tracé zouden kunnen worden achterhaald.