Een schip als windvaan op Kasteel Helmond

Stucwerk in Kasteel Helmond, aangebracht in 1790. Hier zien we op de zuidwestelijke toren het schip als windvaan. (Bron: K. Huzink, collectie Regionaal Historisch Centrum Eindhoven, 1921)

Op de toren rechtsvoor van het Helmondse kasteel staat een windvaan in de vorm van een schip. Carel Frederik I Wesselman (1746-1825) plaatste de windvaan op de toren rechtsachter op een onbekend moment na de aankoop van het kasteel in 1781 en voor 1790, toen het stucwerk in de torenkamer werd aangebracht. Nadat zoon Carel Frederik (1780-1853) in 1841 in de adelstand was verheven, plaatste hij een verbeelding van zijn adellijk wapen op de zuidwestelijke toren en verhuisde het schip naar de toren rechtsvoor, de noordwestelijke.

Tekening van Kasteel Helmond. De windvaan met schip is hier te zien op de noordwestelijke toren.
Tekening van Kasteel Helmond. De windvaan met schip is hier te zien op de noordwestelijke toren. (Bron: P.A. Schipperus in Wandelingen door Nederland van J. Craandrijk, collectie Regionaal Historisch Centrum Eindhoven, 1882)

In 2024 ontstond discussie over de windvaan omdat die zou verwijzen naar het met slavenhandel verdiende geld waarmee Wesselman het kasteel kocht. Het handelsschip zou symbool staan voor zijn slavenschepen. Bij onderzoek dat ik kort tevoren had verricht naar Carel Frederik Wesselman bleek dat hij kleinschalig handelde in bouwmaterialen op Suriname, dat dit gebeurde met schepen die rechtstreeks naar Suriname voeren en dat hij enkele keren een aandeel kocht in een schip waarmee hij zijn handelswaar liet vervoeren. Hij was niet betrokken bij driehoekshandel via Afrika, waar slaafgemaakte mensen werden ingekocht, naar de West, waar deze mensen werden verkocht. Hij handelde namens zijn vrouw Anna Sebilla Wilhelmina Plencker (1740-1817) die het Amsterdamse bedrijf De Steenkoperij had geërfd van haar eerste man.

Rijk werd Wesselman niet van deze handel, maar als ambtenaar in dienst van de Staten van Utrecht in de functie van muntmeester’. Dit gaf hem het recht munten te slaan zoveel hij wilde en erin te handelen mits hij de helft van de sleischat betaalde. Dat was het verschil in waarde tussen munten van zuiver goud of zilver en die met een toevoeging van metaal van minder allooi. Zijn winst als muntmeester was ruim voldoende om het Helmondse kasteel te kopen, het op te knappen en de rest van zijn leven te wijden aan landbouwexperimenten op zijn verworven Brabantse landerijen.

Uiteraard kon ik bij mijn onderzoek iets hebben gemist en daarom heb ik gezocht naar de herkomst van het verhaal over de relatie tussen slavenhandel en de windvaan.

Foto van de windvaan van Kasteel Helmond, toen deze van de toren werd gehaald voor restauratie.
Foto van de windvaan van Kasteel Helmond, toen deze van de toren werd gehaald voor restauratie. (Bron: J. Verschueren, Regionaal Historisch Centrum Eindhoven, 1967)

Literatuur

De eerste die de windvaan in verband bracht met kolonialisme en slavernij was gemeentearchivaris J. Verschueren in 1972. Eerdere literaire vermeldingen van de windvaan verwezen allemaal naar Wandelingen door Nederland uit 1879 van Jacobus Craandijk (1834-1912), die de windvanen op de hoektorens zag als wapens van de familie Cortenbach. Verschueren bracht het schip in verband met Wesselmans zwager, Hendrik Willem Bernard Plencker (ca. 1752-?) en diens plantage Adrichem in Suriname. Ook noemde hij de aandelen van Wesselman in schepen en sprak van “het schip juffrouw Elisabeth onder bevel van Jurgen Jansen dat de kusten van Guinea moest bevaren”. Hij koppelde voor de eerste keer de windvaan aan koloniale handel en impliciet aan slavenhandel. Bouwhistorici Ronald Glaudemans en Rob Gruben schreven in 2001 dat de vaan “handelsbelangen in de nieuwe wereld” zou symboliseren. Historicus Henk Roosenboom schreef in 2008 “Hij houdt zich onder meer bezig met slavenhandel en heeft een plantage in Suriname met 147 slaven”. In daarna verschenen literatuur en op websites blijft dit het verhaal.

Archiefbronnen

Zowel Verschueren als Roosenboom verwijzen naar verifieerbare zaken. In het archief Wesselman zitten papieren over plantage Adrichem met 147 “slaven” waar Wesselmans zwager beheerder – geen eigenaar – was. Die papieren bracht Plencker mee naar Nederland om zijn zwager warm te maken voor de koop van een plantage, maar die vond dat te riskant. Wesselman heeft geen plantage gekocht of bezeten. De verwijzing naar de “jufvrouw Elisabeth” houdt ook geen steek. Wesselmans enige bemoeienis met dit schip was de levering van een partij erwten aan zijn broer Daniel Cornelis. Die laatste was een van de eigenaren. Het feit dat de instructie voor kapitein Jurgen Jansen in het archief Carel Frederik Wesselman zit, maakt van hem geen eigenaar van dat schip. Hij bezat geen slavenschip en handelde niet in slaafgemaakte mensen.

Conclusie

Het onderzoek laat zien dat Wesselmans keuze voor een handelsschip als windvaan niet gemotiveerd kan zijn geweest door slavenhandel en plantageteelt, hij had hier namelijk geen aandeel in. De bronnen vertellen niet waarom Wesselman wel koos voor dit schip met bollende zeilen. Wellicht doelde Wesselman op de symbolische betekenis van een schip als teken van hoop op geluk en voorspoed.

Prentbriefkaart met daarop drie engeltjes die symbolen dragen: Geloof als kruis, Liefde als hart en Hoop als anker.
Prentbriefkaart met daarop drie engeltjes die symbolen dragen: Geloof als kruis, Liefde als hart en Hoop als anker. (Bron: vervaardiger onbekend, Regionaal Historisch Centrum Eindhoven)
Betekent dit dat Wesselman geen relatie had met koloniale handel? Uiteraard was die er, omdat het hele handelssysteem daarop gebaseerd was. Goud en zilver vormden de basis van Wesselmans rijkdom en dat edelmetaal kwam, behalve uit de omsmelting van oude munten, uit Afrika en Amerika.

Deze speurtocht naar de windvaan laat goed zien hoe bij historisch onderzoek stukjes informatie ontrafeld moeten worden om tot een afgewogen uitspraak te komen. En dat leidt niet altijd tot een duidelijke conclusie, maar het kan wel een aantal aannames (die niet altijd op feiten zijn gebaseerd) uitsluiten.

Onderdeel van:

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!