Er was niks meer te winnen

Wim Breeuwer in zijn achtertuin. (Foto: Marit Laurenssen, 2024)

Op 1 maart 1960 kreeg het schip De Ruyter van de Koninklijke Marine de opdracht om zich te haasten naar de Marokkaanse havenstad Agadir. Een aardbeving van 5,9 op de schaal van Richter zorgde ervoor dat bijna 15.000 mensen het leven lieten en ongeveer 90% van de stad werd vernietigd. Aan boord van De Ruyter was Wim Breeuwer: “Ik ruik af en toe nog steeds de geur van een lijk.”

Het Nederlandse vlootverband Smaldeel 1 lag op 29 februari 1960 aan de kust van Gibraltar voor een oefening. Bij deze eenheid hoorde onder andere de kruiser Hr.MS. De Ruyter, het vlaggenschip waar de toen 17-jarige Wim Breeuwer zich aan boord bevond. Die avond werd de Marokkaanse stad Agadir getroffen door een verwoestende aardbeving. Eén dag later, op 2 maart 1960, zetten de jongens van de Koninklijke Marine voet op Marokkaanse bodem om hulp te bieden. Wat ze daar aantroffen, laat Wim ruim zestig jaar na de ramp nog altijd niet los. “Eén grote puinhoop. We zagen alleen maar ingestorte gebouwen en lichamen van mensen. We waren nog allemaal jonge jongens, hadden amper doden in ons leven gezien.” Ze konden weinig anders doen dan de al in ontbinding verkerende lichamen op brancards leggen en deze naar een verzamelplaats op de boulevard brengen. 

Drie hele dagen zijn de opvarenden van De Ruyter in Agadir gebleven. “Er was niks meer te winnen”, legt Wim zichtbaar aangeslagen uit. Na verloop van tijd werden nauwelijks nog overlevenden gevonden. De reddingsoperatie werd dan ook stopgezet en Wim keerde samen met de anderen terug naar het schip. Terug naar Nederland. Terug naar Brabant. Terug naar huis.

Wim groeide op in het Brabantse dorpje Volkel. Zijn pa was werkzaam op vliegbasis Volkel, waardoor Wim op jonge leeftijd al in aanraking kwam met Defensie. Toen Wim op 7-jarige leeftijd een matrozenpakje cadeau kreeg, wist hij het zeker: hij wilde gaan varen. En dat deed hij. Op zijn zestiende ging hij dan ook bij de Koninklijke Marine.

image001-1
Wim Breeuwer in zijn tijd bij de Koninklijke Marine (Foto: Wim Breeuwer, omstreeks 1960)

Op 28 september 1960, een paar maanden nadat Wim terug was gekomen uit Agadir, vertrok hij naar Nieuw-Guinea. Daar zette hij op 1 oktober 1960 voet aan boord van de Nederlandse torpedobootjager Hr.Ms. Kortenaer. Vlak voor zijn vetrek naar Nieuw-Guinea leerde Wim zijn vrouw kennen; ze beloofde op hem te wachten tot hij terug was. De twee stuurden elkaar maandenlang liefdesbrieven over en weer. Wat Wim op dat moment nog niet wist, was dat dit de grote liefde van zijn leven was. Wanneer Wim na anderhalf jaar weer terugkeerde in Nederland, stond ze zoals beloofd op hem te wachten. De twee besloten in het huwelijksbootje te stappen en ze werden ouders van twee dochters.

image001-2
Ansichtkaart van Wim Breeuwer naar zijn vrouw (Foto: Marit Laurenssen)

Dat Wim zo vaak weg was van huis, vond zijn vrouw maar niks. Toen Wim op het punt stond om voor de zoveelstekeer de zee op te gaan, stelde ze hem voor een keuze: of hij zoekt een andere baan, of het huwelijk is van de baan. Uiteindelijk heeft Wim ruim zes jaar bij de Koninklijke Marine gezeten. Hij omschrijft het als ‘de mooiste tijd van zijn leven’, maar met een gezin thuis, koos hij op 23-jarige leeftijd voor een stabieler bestaan. Een leven waarbij hij niet om de haverklap op zee zat. “Als mijn vrouw er geen problemen mee had, was ik tot mijn pensioen bij de Marine gebleven. Ik was er zo intens gelukkig.”

Jaren later kwam Stichting Agadir in zijn leven. 127 man in totaal, inclusief partners en familieleden, keerden precies vijftig jaar na de ramp terug naar de Marokkaanse havenstad. Wim ging alleen, zijn vrouw is namelijk jaren geleden overleden. Hij had nooit eerder

stilgestaan bij de vreselijke dingen die hij vooral in Agadir onder ogen is gekomen. De realiteit hakte er bij hem dan ook pas later in. In de periode daarna werd hij soms badend in het zweet wakker. “Ik denk dat ik PTSS heb overgehouden.” Toch was er voor Wim geen twijfel over mogelijk: hij moest en zou teruggaan naar Marokko. “Ik voelde aan alles in mijn lichaam: ik moet terug.”

IMG_1444
Wim Breewuer rechts op de foto in Agadir in 2010. (Foto: Wim Breeuwer)

En daar stond Wim dan, vijftig jaar na het natuurgeweld in Agadir, terug op de plek waar duizenden mensen hun leven hebben gelaten. De plek waar Wim als 17-jarige Brabantse jongen dingen heeft gezien die de meeste mensen hopen nooit te hoeven zien. Veel bouwwerken zijn verloren gegaan, maar toch is er één gebouw dat de aardbeving gedeeltelijk heeft overleefd: de Kasbah. Boven de ingang prijkt de tekst: “Vreest God ende Eert den Kooning – 1746”. En precies op dat punt, krijgt Wim een vlaag van verlichting over zich heen. “Ik voelde een acceptatie. Ik was aan het janken en zei verder niks, maar voelde aan alles: het is goed zo.”

Dit interview kwam tot stand dankzij een samenwerking tussen Stichting Bredase Veteranen, Fontys Journalistiek Tilburg, en Erfgoed Brabant.

Onderdeel van:

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!