Erasmus in Brabant

Mensen worden niet geboren, maar gevormd
Erasmus in 1520, afgebeeld door Albrecht Dürer. (Bron: Musée du Louvre)

Erasmus verbleef op jonge leeftijd enkele jaren in Brabant. Eerst als scholier in ’s- Hertogenbosch, later als twintiger in Halsteren en Bergen op Zoom. Zijn jonge jaren in Brabant bevatten de kiem voor zijn latere, vernieuwende manier van denken.

Erasmus in Deventer, Moderne Devotie

Desiderius Erasmus kwam als vijftienjarige jongen naar Brabant, naar ‘s – Hertogenbosch. Eerder, van zijn zesde tot vijftiende jaar, ging Erasmus naar een Latijnse School in Deventer.

Het was een school zoals scholen waren in die tijd, primitief, hardvochtig, en nog middeleeuws. Erasmus toonde zich in zijn geschriften niet erg tevreden over het genoten onderwijs aldaar. Het onderwijs was vooral gericht op het uit het hoofd leren van grote tekstgehelen in het Latijn. Hij had er ook nog middeleeuwse grammatica’s moeten leren waar hij later geen goed woord over had. Hij vond ze barbaars, onnozel, omslachtig. Het was Deventer dat bij Erasmus de begeerte naar een ander onderwijs opwekte.

Een nieuwe rector, Alexander Hegius (1433-1498), introduceerde het humanisme in Deventer. Er kwamen ook schooluitgaven van de baanbrekende moderne handboeken van Italiaanse humanisten uit de vijftiende eeuw, en er werd les gegeven in het Grieks. De opkomst van deze humanistische ideeën paste in de tijd waarin Erasmus leefde, van overgang van middeleeuwen naar renaissance. Aan deze overgang heeft Erasmus later ook actief zijn aandeel geleverd.

Erasmus naar ‘s – Hertogenbosch

De vijftienjarige Erasmus vertrok in de zomer van 1484 naar ‘s-Hertogenbosch. Zijn voogden hadden dat geregeld. Zijn oudere broer was hem al voorgegaan. Erasmus noemde later met spijt dat hij daartoe gedwongen werd. Hij voelde zich ‘verbannen’.

Hij ging wonen in het Gregoriushuis aan de Hinthamerstraat 164. Het was een kosthuis van de Broeders des Gemene Levens. Het kosthuis bestond uit twee delen: de arme studenten woonden in het achterhuis, en de rijke studenten in het voorhuis. Erasmus woonde met vele tientallen andere jongens in het overbevolkte pand voor betalende kostgangers dat te boek stond als het rijke ‘klerkenhuis’.

Voorgevel_-_
Hinthamerstraat 164, waar Erasmus bij de Fraters verbleef. De gevel is van latere tijd. (Foto: G. Th. Delemarre, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 1964)

 

‘s-Hertogenbosch in de tijd van Erasmus

De jonge Erasmus zal gehuld in een grauw habijt met kap of kovel, nagenoeg gelijk aan dat van de fraters, telkens weer de weg zijn gegaan van zijn kosthuis aan de Hinthamerstraat naar de Latijnse School in de Kerkstraat (nr. 77). Erasmus kwam daarbij langs de Sint-Jan, die van het einde van de veertiende tot het midden van de zestiende eeuw zou uitgroeien tot een van de meest monumentale kerkgebouwen van de Nederlanden.

Erasmus kwam op zijn weg van huis naar de school altijd in de buurt waar sinds de late vijftiende eeuw het boekbedrijf floreerde. Gretig zal Erasmus daar het nodige hebben opgesnoven aan boeken. Ondanks zijn negatieve herinnering aan zijn Bossche periode erkent Erasmus dat hij juist in die jaren een aantal goede schrijvers kon bestuderen en op grond daarvan ook een eigen stijl ontwikkelde. Hij zal het aanbod aan manuscripten en gedrukte boeken dat in ’s – Hertogenbosch beschikbaar was zeker ten volle hebben benut.

Op de Latijnse School in ’s-Hertogenbosch was ten tijde van Erasmus’ verblijf de humanistische geest nog niet doorgedrongen. Er werd daar nog gedoceerd volgens middeleeuwse tradities, met het ‘barbaarse‘ Latijn van middeleeuwse auteurs. Erasmus stak met zijn Deventer-scholing met kop en schouder uit boven de ouderwets gemankeerde latinisten bij de Broeders in Den Bosch.

De Bossche broeders regeerden over de jongens met tucht, slaag, loodzware dreigementen en irrationale bangmakerijen. Maar de jonge Erasmus toonde zich een weerspannige pupil, en liet zich niet temmen, Hij trok in Den Bosch zijn eigen plan. Ook al verboden de meesters het, ‘als ik eens iets te pakken kreeg verslond ik stiekem boeken zoveel ik kon‘, schreef hij. Zo begint bij Erasmus een ‘tegen de klippen op bevochten ontworsteling aan middeleeuwse intellectuele knechting’.

Weg uit ’s – Hertogenbosch

In 1487 brak in ‘s – Hertogenbosch de pest uit. Erasmus kreeg koorts en mocht uit voorzorg het kosthuis verlaten.  De jonge Erasmus vertrok, 17 jaar oud. In zijn latere leven allesbehalve goede herinneringen aan zijn korte verblijf bij de Broeders des Gemene Levens.

Hij ging naar Gouda, naar het Augustijnenklooster Emmaüs, in de volksmond bekend als Steyn. Ook in het klooster in Steyn was Erasmus niet op zijn plaats. Erasmus liet, 24 jaar oud, de kloostermuren van Steyn achter zich om er nooit meer terug te keren. Hij vond het er koud, kil, boers en grof.

Jan III van Glymes en Hendrik van Bergen knieldend voor hun patroonheiligen. Paneel van een verloren gegaan huis- of reisaltaar, vervaardigd door een onbekende maker omstreeks 1480.. (Bron: Markiezenhof)
Jan III van Glymes, gekleed in een tabbard met het famliliewapen, en Hendrik van Bergen knieldend voor hun patroonheiligen. Paneel van een verloren gegaan huis- of reisaltaar, vervaardigd door een onbekende maker omstreeks 1480. (Bron: Markiezenhof) Alle rechten voorbehouden

 

Secretaris in dienst van Hendrik van Bergen

Hij kreeg de gelegenheid om het klooster Steyn te verlaten toen hij in 1493 het aanbod kreeg van de post van secretaris bij de bisschop van Kamerrijk, Hendrik van Bergen. Toen Erasmus bij Hendrik van Bergen kwam was deze juist benoemd tot kanselier van de Orde van het Gulden Vlies, de aanzienlijkste waardigheid aan het Bourgondische hof van Philips de Goede.

De ambitieuze bisschop wilde graag nog hoger en verhoopte daarom veel van de gaven van Erasmus. Erasmus betrad met zijn nieuwe betrekking het pad van een in die tijd zeer gewone en zeer gezochte carrière: die van de intellectueel in de schaduw van de groten.

Hij reisde mee als slecht betaalde secretaris van een bisschop – edelman, een arme scribent, dromend van een mecenas, Erasmus bleef het kloosterhabijt dragen, al hoefde dat niet van de bisschop bij wie hij in dienst was.

Vrienden in Bergen op Zoom

Hendrik van Bergen verbleef mijlenver buiten zijn bisschopszetel in Kamerijk, in Bergen op Zoom. Erasmus vond zichzelf als jonge twintiger daar terug in het volle leven. Hij maakte in zijn nieuwe omgeving kennis met ontspannen leden van de Bergense stedelijk elite.

Erasmus kwam te werken in het Markiezenhof in Bergen op Zoom en in het Slot van Halsteren. Over het Slot van Halsteren schreef Erasmus: “Toen ik nog een jongeman was, woedde bij ons vreselijk de pest. Uit zucht naar zelfbehoud begaf ik me toen naar het platteland van Brabant, dat die plaats het aller geschiktst leek, niet slechts om gezond te blijven maar evenzeer om me aan de studie te wijden.”

Het slot dat werd omsloten door een gracht, met op de binnenplaats een zware (woon) toren. En met achter het kasteel een aarden hoge wal. De funderingsresten zijn nu nog in de grond aanwezig. Daar in het slot van Halsteren, schreef hij in 1494, ondanks alle beslommeringen als secretaris van de bisschop, Antibarbari (Tegen de barbaren).

Zicht op Bergen op Zoom getekend door Albrecht Dürer rond 1520. (Bron: Chantilly, musée Condé)
Zicht op Bergen op Zoom getekend door Albrecht Dürer rond 1520. (Bron: Chantilly, musée Condé)

 

Antibarbari

De Antibarbari begint met een gefictionaliseerde flashback naar een zomer in Halsteren. Een begin met een vroeg zomers tafereel in een onschuldig ogende, arcadisch- literaire omgeving (voorjaar 1494), vlak bij het Slot Halsteren.

Hij goot zijn verhandeling in de vorm van een gesprek. De personen die hij ten tonele voerde zijn met hemzelf en Willem Hermans, zijn beste vrienden in Bergen op Zoom: Jacob Batt (Battus)die toen in Bergen op Zoom eerst hoofd van de stadsschool en daarna gemeentesecretaris was; Joost van Schoonhoven, een geneesheer in Bergen op Zoom; en Willem Koenraad, magistraat en voorheen ook burgemeester in deze stad.

Erasmus introduceerde de mooie buitenplek Halsteren en zijn aangename gezelschap van vrienden: “De heldere hemel lokt ons naar buiten.. We maken een wandeling in de omgeving en aan mijn gast (Batt) toon ik de ligging van de streek en het natuurschoon. Terwijl wij daar bij toeval op de ophaalbrug staan verschijnt daar eensklaps in de verte Joost, de geneesheer, een zeer beminnelijk en ontwikkeld man, vergezeld van Willem Koenraad, de eerste burger van de stad. Deze bezat niet verre van ons een klein landhuis.”

De adolescent Erasmus gaat met zijn Antibarbari fel en gepassioneerd in aanval tegen de oppermachtige ’barbaren’. Zijn Antibarbari heeft de vorm gekregen van een verzet van angry young men tegen de overheersing door een oudere, in achterlijkheid opgegroeide generatie.

Het is een oorlogsverklaring van de jonge Erasmus aan al degenen die verantwoordelijk waren voor de intellectuele achterlijkheid van het onderwijs in de tijd van zijn jeugd. Erasmus verbond hier het thema van het nieuwe leren met zijn eigen persoonlijke levensverhaal, in Deventer en ’s-Hertogenbosch.

Erasmus vertrekt uit Brabant

Het was Jacob Batt in Bergen op Zoom die voor Erasmus een uitweg hielp vinden, toen de vooruitzichten bij de Bisschop van Kamerrijk op een teleurstelling uitliepen. Erasmus kreeg verlof van zijn bisschop om in Parijs te gaan studeren.

Met de toestemming van de bisschop en met de belofte van een stipendium (een belofte die de bisschop nooit zou nakomen) vertrok Erasmus in de nazomer van 1495 uit Brabant, naar de beroemdste aller universiteiten, in Parijs.

Nomade van de geest

Na Parijs reisde hij verder: naar Londen, Venetië, Florence, Rome, Napels, Leuven, Freiburg, Bazel.

Erasmus ging zijn eigen weg, letterlijk maar ook figuurlijk. Hij volgde zijn eigen koers. Een rusteloze zwerftocht werd door hem in gang gezet, in een tijd van overgang tussen twee werelden, woelig, angstaanjagend en wreed. En door alles heen begon de jonge Erasmus te publiceren.

Zwevend tussen de partijen, op zoek naar erkenning. Een ‘nomade van de geest’, dwars door pest, oorlog en haat in een verscheurd Europa.

Het was en bleef bij Erasmus heel hard werken, doordrenkt van een christelijk humanisme en een verzoenende filosofie. Hij geloofde vurig in de kracht van het woord. Ruim baan bij hem voor het vrije woord, alleen “in een vrije staat zijn ook de tongen vrij”.

  • Van Herwaarden, J., “Mensen worden niet geboren maar gevormd. Erasmus en het principe van de opvoeding,” in: BMGN, 2007, nr. 4: 3- 18.

  • Erasmus, D., Het boek tegen de barbarij, met inleiding van István Bejczy, Nijmegen, 2001.

  • Jensma, G. Th., e.a. (red), Erasmus. De actualiteit van zijn denken. Zutphen, 2016.

  • Langereis, S., Erasmus: Dwarsdenker, Amsterdam, 2021.

  • Slootmans, C., “Erasmus en zijn vrienden uit Bergen op Zoom en zijn verblijf in Halsteren,” in: Taxandria, jrg. 35, 1928, 113 – 123.

  • Weiler, A. G., De geschiedenis van de huizen van de broeders van het Gemene Leven in Nederland, Nijmegen, 1997.

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!