“Het was het jaar 1928. Een jongeman van achttien jaar, Johan Pinas, besloot vanuit Suriname naar Nederland te vertrekken om in het Nederlandse leger te gaan dienen. Dat viel niet goed bij zijn familie. Uiteindelijk gaf zijn vader, met pijn in zijn hart, toestemming. Zo kwam Johan in februari 1929 in Nederland aan.
In de kazerne in Nijmegen ontmoette hij Leo Jansen met wie hij bevriend raakte. Deze legervriend nam hem mee naar zijn ouderlijk huis in Tongelre (Eindhoven). Daar ontstond een vriendschap met de buurjongens van Leo, de broers Van de Burgt. Johan was opzienbarend in Tongelre, ze hadden nog nooit een donkere man in levende lijve gezien. Iemand die nog nooit van gerookte paling had gehoord en zelfs op een viool kon spelen die een snaar miste.
De buurjongens hadden één zus, Marietje van de Burgt. Toen zij Johan zag, was ze meteen gecharmeerd van de vriendelijke charmante jongeman. En Johan van de spontane mooie Maria. De twee werden verliefd en noemden elkaar Marie en Joep.
De broers hielden hen wel goed in de gaten want ze hadden maar één zus en ze was nog zo jong, zestien jaar.”
Nederlands-Indië
“Joep had getekend om naar Nederlands-Indië te gaan om daar zijn opleiding verder te voltooien want hij vond het véél te koud in Nederland. Hij kon daar niet meer onderuit komen en moest gaan. Toen het afscheid daar was, wandelden Marie, Joep en de broers naar hun favoriete visstek toe: de Collse watermolen. Marie en Joep mochten, om even alleen te zijn, over een paadje wandelen langs de Dommel. Maar de broers stonden strategisch opgesteld zodat het tweetal goed in de gaten gehouden kon worden. Daar beloofden Marie en Joep elkaar trouw en bezegelden dat met een eerste zoen.
Ze hebben woord gehouden en zijn vijf jaar later met de handschoen (per volmacht) getrouwd. Marie vertrok naar Nederlands-Indië. Ze hebben negen kinderen gekregen. Na Nederlands-Indië is Joep overgeplaatst naar Suriname. Toen het gezin Pinas-Van de Burgt later weer neerstreek in Tongelre, wandelden ze vaak naar de Collse watermolen en vertelden hun verhaal.”
Familie-erfgoed
“Wij, hun kinderen, zetten na de dood van Marie en Joep de tochtjes naar de watermolen voort met onze eigen kinderen en vertellen natuurlijk het verhaal van hun grootouders. Het is nu zo, dat enkele kleinkinderen met hun kinderen de watermolen bezoeken en het verhaal van hun overgrootouders ook doorvertellen. Hopelijk gaan hun nazaten dit voortzetten.
De Collse watermolen is voor onze familie een herinneringsmonument geworden. Waar toen twee mensen al toonden dat liefde over alle grenzen heen gaat.”