Het Chaamse Hoen

Levend erfgoed
Het Chaamse Hoen. (Foto: Wilma Taks)

Aan het begin van de eenentwintigste eeuw stond het Chaamse Hoen zowat op uitsterven. En dat terwijl dit hoenderras de reputatie had dat het zich op schrale zandgrond zo goed wist te handhaven.

Op bijna elk boerenerf ten zuiden van Breda scharrelden ze vroeger wel rond. Ook aan zijn overige kwaliteiten kan het niet gelegen hebben, want de ‘Kaamse Kiep’ stond er om bekend dat hij veel eieren legde en uitstekend smaakte. Koning Willem III (1817-1890) hield bijvoorbeeld Chaamse Hoenders op het Loo, terwijl prins Maurits van Nassau (1567-1625) veel eerder al dit ras roemde als Kapoen.

Maar de late twintigste eeuw was nu eenmaal meer gericht op kwantiteit en snelheid en had niet zoveel oog voor kleinschalige kwaliteit en voor de cultuurhistorische betekenis van dergelijke oude rassen. Dat is pas weer opgeleefd met de beweging voor slow food en de zorg om biodiversiteit. Het Chaamse Hoen staat zodoende – ook letterlijk – weer op de kaart. Ook een andere inheemse soort, het Kempisch Heideschaap, heeft om dezelfde redenen weer de weg omhoog gevonden.

Onderdeel van:

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!