Het raadhuis van Tilburg

Het raadhuis van Tilburg. (Foto: Marc Bolsius, Erfgoed Brabant)

In 1847 liet koning Willem II (1792-1849) in Tilburg een paleis bouwen in een stijl die kan worden omschreven als katholiek-neogotisch. Het paleis zou uiteindelijk het raadhuis van Tilburg worden.

Voordat de combinatie neogotiek-katholicisme in de tweede helft van de negentiende eeuw als onverbrekelijke twee-eenheid werd ervaren, vond deze bouwstijl enkele andere toepassingen, bijvoorbeeld in de nieuwbouw van het Zwanenbroedershuis in ’s-Hertogenbosch in 1847.

Willem II kende de stad Tilburg sinds hij daar in 1831, tijdens de Tiendaagse Veldtocht, zijn hoofdkwartier had gevestigd. De koning had in Engeland met de nieuwe katholiek-neogotische stijl kennisgemaakt en betoonde zich er een warm voorstander van. Niet zonder reden werd de vroege neogotiek daarom ook wel omschreven als de ‘Willem II-gotiek’. De koning zou overigens nooit in zijn Tilburgse paleisje wonen: hij overleed enkele weken voor het voltooid was. Jarenlang stond het leeg, tot de familie het in 1864 schonk aan de gemeente, op voorwaarde dat er een naar de koning genoemde Hogereburgerschool (HBS) in werd ondergebracht. Na een ingrijpende verbouwing werd het paleis uiteindelijk in 1936 in gebruik genomen als raadhuis van Tilburg.

Onderdeel van:

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!

Periodes