Het verhaal achter de tatoeage

De tatoeage van het gevleugelde paard op de rechterbovenarm van veteraan Vic Lathouwers. (Foto: Noor Klein, 2026)

Een groots steigerend paard met vleugels pronkt op zijn arm, voor hem het symbool van zijn missie. Geen tank en geen Libanese ceder, dat vond hij niet stoer genoeg. Vic Lathouwers kijkt naar zijn arm en vervolgens terug naar mij: “Ik ben een paar keer goed weggekomen daar. Maar ik had het niet willen missen, voor geen goud.”

Vic groeit op in Veldhoven vlakbij de militaire rijschool PIROC waar dagelijks militaire voertuigen op en neer reden. Hij was anderhalf toen zijn vader uit beeld raakte vanwege een scheiding. “Door mijn moeder werd ik op de koksschool gezet, je kunt je vast voorstellen dat dat een geweldig succes was”, zegt hij met een grijns. Vic deed meer aan dagdromen dan aan koken – over tanks, vrachtwagens, maar vooral over de wereld buiten Veldhoven. Het werd hem vrij snel duidelijk; ik moet het leger in. Zo gezegd, zo gedaan. Met zeventien jaar laat hij zichzelf keuren, op zijn achttiende tekent hij voor vier jaar en in mei 1982 vertrekt hij naar Libanon.

In mei 1982 vertrekt Vic naar Libanon als onderdeel van UNIFIL, de Interim-vredesmacht van de VN. Naast Vic namen er nog ongeveer negenduizend militairen deel aan deze missie, waaronder enkele honderden Nederlanders

Van zon naar dreigende stofwolken

“Ik weet nog heel goed dat we aankwamen en ik dacht; misschien kom ik wel gewoon lekker uitgerust en bruin thuis”. De situatie in Libanon was rustig, het zonnetje scheen en de militairen kletsten met elkaar. Tot 6 juni. De relaxte sfeer verdween en werd vervangen door grote grijze rookwolken. Israël viel Libanon binnen met als doel de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, de PLO, uit Zuid-Libanon te verdrijven.

Links en rechts hoorden ze de knallen steeds dichterbij komen. Waar eerst nog gezellig met elkaar bijgepraat werd, keken de soldaten elkaar nu heel anders aan. Met een blik zo van; daar gaan we. Angst? “Ja, het was de eerste keer dat de jonge stoere Vic angst voelde.”

De invasie

De bedoelingen van de Israëlische soldaten waren bij de Nederlanders niet bekend: “Het had zomaar gekund dat ook wij een doelwit waren”, zegt Vic. En aangezien ze allebei een andere taal spraken, was de mogelijkheid om met elkaar te communiceren er ook niet. Het enige communicatiemiddel was een kleine radio waar de kapitein op 6 juni deze boodschap doorheen sprak: “De invasie is begonnen, maak dat je klaar staat.”

Ze kwamen het dorp binnendringen waar Vic patrouilleerde: “Ineens stond ik oog in oog met meerdere geweerlopen.” De Israëlische soldaten trokken door de straten, maar ingrijpen was geen optie – ze waren er om te bewaken, niet om te vechten. En dan, midden in die geladen stilte, stapt een van de Israëlische soldaten op Vic af. Hij kijkt hem aan en vraagt, gewoon in het Nederlands: “Heb jij een Marlboro voor me?” Vic staat er even van te kijken. Wat bleek? De man had zijn dienstplicht in Nederland vervuld en sprak dus wat woordjes Nederlands. “Maak je niet ongerust,” zegt hij, “wij doen jullie niks

Dit is het einde

Helaas eindigde niet iedere confrontatie met een sigaret en een glimlach. Majoor Saad Haddad, een Libanese officier die tijdens de burgeroorlog een bondgenootschap met Israël sloot, ondersteunde het Israëlische leger tijdens de operatie. Overal waar de Israëlische soldaten geweest waren, kwamen zij achteraan. Maar niet alleen Palestijnen werden hardhandig aangepakt, ook Vic kwam in de klauwen van Haddad terecht. Hij werd tegen een muur aan gezet: “Ze gaan me doodschieten. Dat was de enige gedachte die er door me heen ging.” Hij kijkt op; “heb ik dat eens mooi overleefd.” Omdat Vic bij de vredesmacht hoorde, was hij geen officiële vijand en moesten ze hem laten gaan.

Het noodlot was nog niet klaar met Vic. Een onschuldig potje paalwerpen met kameraden zorgt ervoor dat hij zijn enkel verstuikt. En dat is een probleem, want Vic is chauffeur. “Probeer jij maar eens met een dikke enkel je koppeling in te trappen, dat gaat dus niet.”
Een van de sergeanten biedt zich aan om het stuur tijdelijk over te nemen van de YP 408, een pantserwagen. Hij reed tenslotte regelmatig in soortgelijke voertuigen in Nederland. “Als ik geweten had hoe dit verhaal zou aflopen, had ik hem dat akkoord nooit gegeven”, zegt Vic. De sergeant blijkt geen rijbewijs te hebben en maakt een fout; de wagen slaat over de kop, en belandt met een harde klap ondersteboven op de grond.

Er was één gewonde: Vic Lathouwers.

“Ik zei het toch, dat ik een paar keer goed ben weggekomen.” Na twee dagen ontwaakt Vic uit zijn coma. Hij kijkt om zich
heen; zusters, verband, draden en nog meer vreemden. Maar het belangrijkste, hij zag een tafel met eten. “Ik weet nog dat ik
eerst twee keer knipperde, vervolgens alle draden van me afgetrokken heb en zo snel mogelijk naar die tafel gestrompeld ben om wat te eten.” Hij moet lachen: “Die zusters wisten werkelijk niet wat ze zagen. Ik had dan ook geen idee dat mijn schedel zo goed als open lag.” Vic moet eerst revalideren in Naqoura en neemt daarna de radiowacht over in een bunker. Alles om maar wat bij te kunnen dragen.

Een foto en bordje van de YP 408 die over de kop sloeg, waardoor Vic Lathouwers gewond raakte. Te vinden bij Stichting Veteranen Brabant Zuid Oost. (Foto: Noor Klein, 2026)

Thuis, maar niet echt thuis

In oktober 1982 keert Vic terug naar Nederland. De missie zit erop, maar in zijn hoofd gaat deze nog even door. “We moesten toch op pad met z’n allen. Waar is iedereen? Er is niemand.” De leegte van een ‘gewoon’ leven voelt maar vreemd na maanden van constante alertheid. Door die plotselinge rust die hij kreeg, speelden de gevolgen van zijn ongeluk meer op. De pijn in zijn hoofd veroorzaakte aanvallen, waarin ieder beetje licht te veel was en hij veel tijd in donkere ruimtes moest doorbrengen. “Ik denk dat toen pas het besef kwam van wat ik eigenlijk allemaal meegemaakt heb daar. ”Toch is het niet alleen maar zwaar. Want wie had gedacht dat hij het zou missen? “Ondanks dat ik daar de oorlog heb meegemaakt, was het iets wat ik miste toen ik terugkwam.” En hij was niet de enige. Bijna iedereen van zijn post deelde hetzelfde gevoel. Ze hadden samen iets meegemaakt wat je niet zomaar achter je laat, en dat verbond.

Terug naar het nu

Hij maakt zijn dienst af en na vier jaar zit zijn tijd in het leger erop, maar de passie voor voertuigen blijft. Vic wordt testchauffeur bij DAF Trucks in Eindhoven, test militaire en civiele voertuigen en bouwt een carrière van 42 jaar als chauffeur. De jongen die op de kokschool zat te dagdromen over tanks gaat zijn dromen achterna, ook na het leger. Nu, veertig jaar later, kijkt Vic naar het nieuws. De beelden uit Gaza raken hem. Ze doen hem denken aan zijn eigen tijd als militair en aan wat oorlog met mensen doet. Met die wetenschap kijkt hij ook anders terug op zijn eigen vertrek: “Dan denk je aan jezelf op die leeftijd. En begrijp je je moeder haar zorgen destijds ineens een stukje beter.”

De tatoeage

Na zijn diensttijd laat Vic het gevleugelde paard zetten, groots op zijn arm. Een tattoo-artiest in Eindhoven, een papiertje met daarop precies wat hij wil. Geen tank, geen Libanese ceder, die vond hij op een kerstboom lijken. Nee, een gevleugeld paard. Het embleem van zijn missie, voor altijd op zijn rechterbovenarm. Als mensen ernaar vragen, is het antwoord kort: “Dat is voor mij het teken van mijn missie in Libanon.” Hij trekt zijn mouw omlaag. Meer dan veertig jaar later draagt hij het nog elke dag. Niet als litteken, maar als herinnering aan een tijd die hem gevormd heeft. Aan kameraden die hij nooit vergeet. En aan een jonge Vic uit Veldhoven, die wilde bewijzen dat hij geen watje was, en dat meer dan bewezen heeft.

Close-up van de tatoeage van het gevleugelde paard. (Foto: Noor Klein, 2026)

Onderdeel van:

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!

Periodes