Een aanzienlijk deel van zijn leven was Bob van Asselt vlieger bij de Koninklijke Luchtmacht. Begonnen op de vliegbasis in Eindhoven, heeft hij gedurende zijn carrière de hele wereld gezien. Bij defensie gaan was niet zijn eerste keuze, maar daardoor heeft hij veel kennis op kunnen doen. Hij heeft er geen spijt van. In een café bij het station van Best vertelt hij me wat zijn carrière bij de Luchtmacht hem heeft gebracht, en hoe het zijn blik op de wereld en de mens heeft veranderd.
Praten
Als transportvlieger zat Bob meestal op een afstand van waar “de echte actie” was, zo zegt hij zelf. Toch heeft hij altijd genoeg meegekregen van wat om hem heen gebeurde, ook de ellende. Wat Bob heel erg is bijgebleven aan zijn tijd als transportvlieger is hoe mensen met elkaar omgaan. “Je ziet wat voor idiote dingen mensen elkaar aandoen. En je ziet hoe dun de laagjes vernis zijn op een samenleving, en op mensen.” Al het geweld heeft hem geraakt, maar hij ziet het niet alleen als een negatieve ervaring. Het heeft hem als mens gevormd, en dat vindt hij positief. “Je moet niet alleen maar de mooie dingen zien, je moet ook zien dat er andere dingen zijn, daar moet je goed mee om leren gaan. Ik realiseer me ook dat je in de positie moet zijn om er mee om te kunnen gaan.”
Niet elke veteraan is in die positie. Daarom geeft Bob ondersteuning aan veteranen die dat nodig hebben. Hij gaat in gesprek, hoofdzakelijk om een luisterend oor te bieden. Een luisterend oor dat vergelijkbare dingen heeft gezien en heeft meegemaakt, en zich daarom enigszins in de positie van de ander kan verplaatsen. Het heet nuldelijnsondersteuning, ‘nuldelijns-‘ omdat de ondersteuners zelf niets actief ondernemen. Veteranenondersteuners luisteren naar een collega veteraan en geven soms een (voorzichtig) advies. Bob vindt het mooi werk. “Ik herken het, ik heb zelf ook het een en ander meegemaakt.”
Ik vraag hem of hij zelf ook weleens zijn verhaal heeft moeten delen met een ondersteuner. “Absoluut. Je kan zoveel ellende hebben… Maar natuurlijk.” Toen Bob in Cambodja zat had hij nog betrekkelijk jonge kinderen. Bij het religieuze complex Angkor Wat zag hij een jongetje lopen waarvan de helft van zijn lichaam weg was, na op een landmijn te zijn gestapt. “Daar zie je constant kinderen van de leeftijd van je eigen kinderen zo lopen, en dat komt heel dichtbij. Daarna kom je terug en dan zie je je kinderen weer.” Die schok gaat niet in de koude kleren zitten. “Dan val je uit, dat wil je niet weten. En dat was het moment dat ik effe moest praten, gelukkig kon dat in mijn thuissituatie makkelijk.”
Bladel
Bob heeft een fijne thuissituatie, met een vrouw en twee, weliswaar al lang uitgevlogen, kinderen. Oorspronkelijk komt hij uit Amsterdam en hij heeft een groot deel van zijn jeugd in Soest doorgebracht. In 1979 kochten hij en zijn vrouw hun eerste huis in de Kempen. Sindsdien is hij daar nooit meer weggegaan, hij woont al lange tijd in Bladel.
Bob vindt Brabant een heel fijne, veilige omgeving om te wonen. “Mijn kleinkinderen kunnen nog steeds buiten voetballen, zonder dood te worden gereden op straat, wat in Amsterdam niet het geval is.” Wel ervaart hij soms de omgang wat simpel in Brabant. “Dan kom je terug van de uitzending en heb je wel zoiets van: er is wel wat meer aan de hand in de wereld dan ‘dat komt goe he’.”
Uitgeloot
Bob is destijds eerder vertrokken bij Defensie, en heeft op zeventigjarige leeftijd nog wel een eigen bedrijf, wat hij in 2005 startte. Hij geeft advies, trainingen en workshops aan onder andere luchtvaartmaatschappijen en onderhoudsorganisaties. Hij heeft veel aan de kennis die hij heeft opgedaan in de dertig jaar dat hij bij de Luchtmacht heeft gevlogen. In eerste instantie wilde hij diergeneeskunde studeren, maar hij werd tot twee keer toe uitgeloot.
Je moet een gedegen opleiding doen, zo had hij van zijn vader meegekregen. Hij overwoog een andere opleiding aan de universiteit. Tot hij in een tijdschrift een bon zag om als piloot bij de Luchtmacht te gaan. “Ik had nog nooit een vliegtuig van dichtbij gezien joh, laat staan in eentje gezeten.” Hij besloot zich aan te melden.
Bij de keuringen kwam Bob veel “grote, sterke mannen” tegen, in zijn woorden. Hij laat in het midden of hij zelf geen grote, sterke man was. Bob zag zijn kansen klein om aangenomen te worden. “Tot mijn stomme verbazing gingen zij allemaal terug naar huis, en bleef ik uiteindelijk met één iemand anders over. Dat was heel bijzonder.”
Bob geeft tegenwoordig advies aan onder andere luchtvaartmaatschappijen. (Foto: privécollectie Bob van Asselt) Alle rechten voorbehouden
Uitzendingen
Na tweeënhalf jaar opleiding in Canada en Nederland kwam hij terecht in Eindhoven, bij zijn eerste operationele squadron. In een NF-5 jachtvliegtuig. “Die is allang aan Turkije verkocht.” Onder een squadron vallen alle vliegtuigen en bijbehorend personeel van een militaire eenheid. Na een tijd in de NF-5 te hebben gevlogen ging Bob naar Twente, om tactisch instructeur te worden op het jachtvliegtuig. Maar de Luchtmacht zocht vliegers voor het transport-squadron. “Daar zaten op dat moment bijna alleen maar oude kerels die bijna de dienst uit waren, maar ja, ze hadden een tekort. Dus ik dacht, ik ga daar gewoon naartoe.”
Als transportvlieger verplaatste Bob mensen en materialen. Over de hele wereld. Daardoor was hij met het squadron altijd als een van de eersten aanwezig op locatie. Vaak in, of in de buurt van, oorlogsgebied. Daar moest hij de zogenaamde pre-parties – “die de zaak moeten voorbereiden” – afzetten. Meestal was hij dan twee tot drie weken van huis. Bob heeft deze transportmissies nooit als uitzending gezien, daarvoor duurden ze volgens hem niet lang genoeg.
Hij is volgens zijn eigen definitie op twee ‘echte’ uitzendingen geweest. In Joegoslavië en Cambodja. In Cambodja zat hij vier maanden. Ook hier was hij transportvlieger, als onderdeel van de vredesmissie van de Verenigde Naties. Hij vloog in een F-27, een transportvliegtuig dat op een marinebasis in Thailand stond, vanwege de beperkte mogelijkheden in Cambodja. Vier maanden lang vloog hij in Thailand en Cambodja voor de VN.
Familieman
Familie is altijd van grote waarde geweest voor Bob. Tijdens zijn diensttijd was hij veel van huis. Door zijn vrij stabiele thuissituatie was het voor Bob vrij makkelijk om na een missie thuis te komen, en vrij snel weer weg te moeten gaan. Het hielp dat zijn vrouw goed op de hoogte was van wat Bob deed wanneer hij weg was. Tegelijkertijd merkte hij bij thuiskomst, zeker na Joegoslavië en Cambodja, dat zijn lontje aanzienlijk korter was. “In het begin heb je dat absoluut niet door, daar word je later op gewezen. Trouwens, je omgeving heeft het initieel ook niet door.” Daardoor was het voor Bob lastiger om bepaalde zaken te accepteren. Hij noemt een voorbeeld, van toen zijn oudste zoon zestien was. “Er was iets op zijn school. Ik was toen thuis en ging me daar mega mee bemoeien. Toen zei m’n zoon van zestien joh pa, ma heeft het de afgelopen twaalf jaar gewoon geregeld. Als jij zo nu en dan thuis bent, hoef jij dat niet te gaan regelen, dat kan ma beter dan jij hoor.”
Voor Bob was het een moment van reflectie, een spiegelmoment noemt hij het. Hij accepteerde dat hij, omdat hij vaak van huis was, dingen meer los moest laten. Dit is ook een reden dat hij bij de nuldelijnsondersteuning is gegaan, omdat hij andere veteranen zag worstelen in soortgelijke situaties.
Het thuiskomen en weggaan was voor Bob, zeker als transportvlieger, onderdeel van zijn leven, hij zat er dan ook nooit zo mee. Toch zegt hij: “Maar het thuiskomen is altijd gaaf, en het weggaan is nooit leuk.” Duidelijke woorden van een echte familieman.
Gemengde gevoelens
Of hij trots is op zijn tijd bij Defensie, vindt Bob misschien wel de moeilijkste vraag die ik hem stel. Hij vindt zelf dat hij ‘best wel’ carrière binnen de Luchtmacht heeft kunnen maken, maar voordat hij Kolonel kon worden heeft hij defensie verlaten. De reden dat hij wegging was dat hij zich begon te ergeren binnen Defensie. “Ik heb ook onbenullen gezien, en helaas hadden die vaak net zo veel of meer strepen als ik.” Bob ervaarde incompetentie binnen Defensie, vaak in de bevelvoering. “Het systeem heeft daarom mij wel doen besluiten dat ik moest moven.” Hierdoor vindt hij het moeilijk om aan te geven of hij trots is.
Bob heeft bij Defensie ongelooflijk veel geleerd. Door zijn latere leidinggevende functies is hij bedreven geworden in mensen aansturen, advies en kritiek geven en ontvangen, en dingen relativeren. Dat is waar hij het meest trots op is. “Zeker wat dat betreft was het geen verkeerd bedrijf, Defensie. Ik heb veel nuttige dingen geleerd, bruikbare dingen.” Kennis die hij vandaag de dag nog toepast in zijn eigen bedrijf.
Daarnaast vindt Bob het heel mooi en gaaf wat hij met al zijn collega’s heeft bereikt binnen de Luchtmacht. Hij heeft mensen kunnen helpen, bijvoorbeeld met voedseldroppings in Afrika eind jaren tachtig. Hij heeft de hele wereld gezien, hij heel hele mooie dingen gezien. “Het is niet alleen de ellende die je ziet hè, je ziet ook hoe mensen mekaar helpen.” Dat is voor Bob ook een beetje trots, zo zegt hij zelf. Die trots uit zich niet op symbolische wijze. Bob hoeft niet meer met een baret op te lopen en een jasje aan, dat is niks voor hem. Wel heeft hij zich door zijn tijd bij de Luchtmacht als persoon kunnen ontwikkelen. De kennis die hij heeft opgedaan en hoe hij daardoor met de medemens omgaat, dat is voor hem het belangrijkst, en daar is hij trots op.