Het is oktober 2008 wanneer Pieter hoort dat hij over een paar maanden voor de tweede keer naar Afghanistan wordt uitgezonden, terwijl ze midden in een verbouwing zitten. Hun destijds 11-jarige zoon Dennis zit door een zeldzame spierziekte in een rolstoel en het hele huis moet ervoor worden aangepast. Overdag bereidt Pieter zich voor op de missie en ’s avonds staat hij tot laat met een hamer in zijn hand. ”Wij moesten ervoor zorgen dat alles geregeld was voordat ik wegging”, vertelt Pieter. ”We wisten dat het niet perfect ging zijn, maar het was belangrijk dat Dennis naar binnen kon en kon slapen.” Vanaf dat moment draait alles om Uruzgan. Zo staan de komende maanden in het teken van voorbereidingen: oefenen met de wapens, het peloton waar mee je op pad gaat en het land leren kennen.
Tussen het klussen en trainen door, probeert Pieter zoveel mogelijk tijd door te brengen met zijn gezin. Voor zijn vrouw Karin zijn die dagen zwaar. ‘’Hij moest naar het onbekende. Je wist alleen van verhalen hoe het daar was.’’ Volgens Pieter wordt ze in die periode vaak chagrijnig, terwijl Dennis aanhankelijker wordt. ‘’Hij vond het fijn om die dagen bij mij te zijn.’’ Zelf kan Dennis zich daar nog weinig van herinneren.
Houdoe
Op 7 juli 2009 is het dan zover. Met zijn gezin vertrekt Pieter vanuit Bladel richting vliegbasis Eindhoven, waar zijn reis naar Uruzgan begint. Met een kus, knuffel en een simpele ‘houdoe’, wordt hij op de parkeerplaats afgezet. Afscheid nemen van elkaar was nooit leuk, maar het gezin kon er niet aan ontkomen: ‘’Pieter moest toch gaan’’, vertelt Karin. ‘’Vanaf daar ben ik naar Minad Air Base in Dubai gevlogen waar ik twee dagen in een zogeheten transitiekamp zat, voordat we doorvlogen naar Kandahar, een groot vliegveld in Zuid-Afghanistan.’’
Pieter neemt deel aan de International Security Assistance Force (ISAF), die geleid wordt door de NAVO. Het doel van deze missie is de wederopbouw van Afghanistan te steunen.
Terwijl Pieter aan de andere kant van de wereld is, komt thuis alles op Karin haar schouders terecht. ‘’Ik had de zorg voor Dennis, de honden, het nieuwe huis en mijzelf.’’ Echt stilstaan bij wat er in Uruzgan gebeurt, kan nauwelijks. Toch zijn er momenten waarop de afstand extra voelbaar is. Op 29 augustus, de sterfdag van hun dochter Stephanie, die op vierjarige leeftijd overleed, mist Karin haar man enorm. ‘’Ze was een mooi blondharig meisje’’, vertelt Pieter. Ook hij staat daar in Afghanistan een moment bij stil. Op zijn kamer vindt hij een moment om met Karin te bellen. Over Stephanie heeft het stel het niet, uit zelfbescherming. ‘’Dat was even moeilijk’’, zegt Karin, ‘’maar dat is het thuis ook.’’
Op CoP (combat outpost) Tabar probeert Pieter zich af te sluiten. Tegen zijn collega’s zegt hij niets over de betekenis van die dag. ‘’Over dat soort dagen probeer je heen te stappen. Je moet die dag apart van elkaar doorkomen, onder de omstandigheden waar je je bevindt. Het werk in Afghanistan moest namelijk door.’’
Elkaar beschermen
Juist daarom is het contact met thuis zo waardevol. ‘’Als je een brief of pakket krijgt, weet je dat je niet vergeten wordt’’, vertelt hij glimlachend. Af en toe is er ook telefonisch contact mogelijk. De updates die Pieter geeft zijn bewust klein: ‘Het is lekker zonnig op het moment, maar ik heb slecht geslapen’, vertelt hij zijn gezin bijvoorbeeld. Het stel probeert elkaar daarin te beschermen. Pieter vertelt niet wat hij op zijn missies doet en Karin vraagt er niet naar. ‘’Ik wil niet dat ze zich zorgen gaan maken’’, vertelt hij.
Over de schietpartijen, bermbommen en terreuraanslagen zwijgt hij. Dat geldt ook voor het verlies van indirecte collega’s. Een van de Nederlanders die komt te overlijden tijdens zijn tijd in Afghanistan, is Mark Leijsen, die sneuvelt wanneer hij onderweg is naar de locatie waar Pieter op dat moment werkzaam is.
Op het journaal krijgt Karin het nieuws van Mark Leijsen mee. ‘’Je denkt meteen: dat had Pieter kunnen zijn.’’ Maar ze duwt de gedachte snel weg. ‘’Je staat weer op en gaat verder waar je mee bezig bent.’’

‘Ik werd weer verliefd’
Na maanden in de woestijn te hebben gewerkt, vertrekt Pieter vanaf Kamp Holland naar huis. Er valt een last van zijn schouders af zodra het vliegtuig in de lucht is en de stoelriemen los mogen. Opeens is hij heel moe. ‘’Op Cop Tabar sta ik constant aan, zelfs als ik slaap.’’
Hij voelt zich voor het eerst na lange tijd veilig. Tegelijkertijd groeit het verlangen om zijn gezin weer in zijn armen te kunnen nemen.
In Nederland is Karin, samen met veel familie en vrienden, onderweg naar het vliegveld. Maandenlang kijkt ze uit naar dit moment. Aan Dennis vertelt ze dat zijn vader pas een week later thuiskomt, een leugentje om de verrassing compleet te maken.
Onderweg naar het vliegvel, belt de oom van Dennis op. ‘’Hij verklapte dat we papa gingen ophalen.’’ Dat moment breekt Dennis naar eigen zeggen. ‘’Ik barste in tranen uit.’’ Dit ene moment, het thuiskomen van zijn vader, is alles wat Dennis zich van die uitzending kan herinneren.
Wanneer Karin Pieter in zijn zandkleurige pak aan ziet komen lopen, wordt ze weer verliefd. ‘’Ik dacht: oh daar is hij weer!’’ Toch brengt dit moment onzekerheden met zich mee. Ze weet niet in welke staat ze haar man terugkrijgt. ‘’Je weet niet wat hij daar heeft meegemaakt en wat hij mee terug neemt.’’
Ruimte krijgen in elkaars ritme
Die onzekerheid blijkt niet onterecht. De inmiddels 60-jarige Pieter merkt wel dat zijn tijd bij de mariniers hem heeft veranderd. Zo heeft hij moeite om zijn energie kwijt te raken. ‘’Ik stuiter als een gek.’’ Ook is zijn zelfvertrouwen aangetast. Voorheen stapte hij met gemak op vreemden af, iets waar hij nu erg tegenop kijkt. ‘’Daar ben ik huiverig voor.’’ Ook lichtflitsen, drukke ruimtes en harde geluiden verdraagt hij slecht. ‘’Ik weet altijd wat er achter mij gebeurt, waar de uitgangen zijn en ik neem mijn omgeving waar.’’
Toch wil hij zich niet laten onderzoeken op PTSS. ‘’Aan de ene kant uit zelfbescherming en aan de andere kant is het nu goed zo. Met een diagnose schiet ik niks op.’’
Daarnaast is het thuiskomen voor Pieter zelf ook niet altijd even makkelijk. Hij moet ruimte krijgen en zij moet het geven. De laatste zestien jaar in dienst, was hij doordeweeks weinig thuis. Na zijn functioneel leeftijdsontslag, gaat Pieter niet meer weg. Ook voor Karin is dat even wennen, want Pieter liep haar letterlijk voor de voeten. ‘’Je doet alles alleen als hij weg is. Als hij weer thuis is, hou je toch weer rekening met elkaar. Je levert zelf dan ook weer je vrijheid in.’’
Soms schuurt dat. Zo is het voor haar niet fijn als hij een opmerking maakt, over hoe ze iets doet. ‘’Ik denk dan: is het niet goed genoeg hoe ik het doe?’’ Pieter: ‘’Je bent altijd blij om elkaar te zien, maar je moet ook weer in elkaars ritme komen.’’ Na een periode thuis te hebben gezeten, besluit Pieter dat hij niet stil kan blijven zitten. Momenteel is hij werkzaam bij Verebus, een bedrijf dat onder andere Defensie helpt om lastige bedienings- en onderhoudssystemen goed te laten werken. ‘’Ik doe dit op dezelfde kazerne waar ik met FLO ben gegaan en waar ik weer met dezelfde collega’s werk’’, vertelt hij lachend. ‘’Ik ben nog geen jaar weggeweest.’’
Stichting Veteranen de Kempen
Waar Pieter en Karin niet de behoefte hebben om hun verhalen te delen, ziet hij dat wel bij andere veteranen om zich heen. ‘’Het was voor ons normaal dat hij veel weg was.’’ Velen hebben de behoefte om hun verhalen te delen. Die behoefte wordt tijdens de coronaperiode extra zichtbaar. ‘’De vader van een vriendin van ons is een veteraan van in de negentig.’’ Trouw gaat hij naar veteranendagen en reünies, maar door de strenge maatregelen komt hier een einde aan, waardoor hij weinig contact heeft met andere veteranen.
In zijn directe omgeving miste er een stichting voor veteranen. ‘’De dichtstbijzijnde was in Eindhoven’’, maar daar kon de oude veteranen door zijn fysieke gesteldheid niet alleen naartoe. Samen met voormalig wethouder van Bladel Davy Jansen organiseert Pieter daarom wanneer de coronamaatregelen wat versoepeld zijn, avonden voor veteranen uit de gemeente. Hier blijkt grote belangstelling voor, ook vanuit anderen in omliggende gemeenten. Hieruit ontstaat Stichting Veteranen de Kempen. De stichting biedt een plek voor veteranen om elkaar te kunnen ontmoeten, verhalen te delen en elkaar te ondersteunen.
‘’Ik vind het belangrijk dat de veteranen ergens naar toe kunnen en ze op een laagdrempelige manier, ongeacht hun fysieke gesteldheid aanwezig kunnen zijn.’’ Voor zijn inzet is Pieter in 2023 genomineerd voor De Witte Anjerprijs, een jaarlijkse onderscheiding voor organisaties of mensen die zich inzetten voor de erkenning en waardering van Nederlandse veteranen. Deze prijs won hij helaas niet. ‘’Maar ik ben hartstikke trots dat ik genomineerd ben.’’
Dit interview kwam tot stand dankzij een samenwerking tussen Stichting Bredase Veteranen, Fontys Journalistiek Tilburg, en Erfgoed Brabant.