De ogen van vader Paul glimmen wanneer hij gevraagd wordt zijn overleden zoon in een paar woorden als kind te tekenen. Ondernemend komt er als eerste uit. Hij was een Hulk, vanwege zijn lompigheid. Hij wilde alles uitproberen, kende geen angst of terughoudendheid. Hij deed dingen niet half, maar ging overal vol voor. En aanwezig. Hij was altijd enorm aanwezig. Dat maakt het contrast met het nu des te groter, omdat Kevin een enorm gat heeft achtergelaten.
Kevin wist al op jonge leeftijd wat hij later wilde worden. “Mijn broer Hans werkte bij de Marine. Als hij bij ons thuiskwam, liep Kevin trots met zijn marinepet door het huis. Hij heeft altijd gezegd: als ik later groot ben dan ga ik bij de commando’s.”
Die droom en de herinnering aan wie Kevin was, leeft voort bij zijn vader Paul. In zijn huis in Venray is Kevin op allerlei verschillende manieren nog steeds aanwezig. In de woonkamer staat een vitrine ter ere van hem, gevuld met spullen die herinneren aan wie hij was: van de schoenen die hij droeg op de dag dat hij stierf tot flessen whisky. Aan de muur hangt een fotocollage vol beelden van Kevin met een ondeugende glimlach of zijn tong uit zijn mond. “Zo was Kevin ook”, zegt Paul. “Een echte levensgenieter. Een mooi mens die altijd voor anderen klaarstond.”
Nog tijd genoeg om voor de klas te staan
Kevin verruilde Venray voor Tilburg om daar de opleiding tot gymleraar te volgen. Toen hij zijn diploma op zak had, veranderde hij van koers. “Ik ga de opleiding commando’s doen, want ik kan nog lang genoeg voor de klas staan”, vertelde Kevin zijn vader.
Paul kijkt met een gevoel van trots terug: “Ik vond het mooi dat hij zijn droom najaagde. Ik ben daar nog steeds hartstikke trots op.” Ook Kevin was stiekem erg trots toen hij zijn opleiding afrondde en zijn groene baret kreeg, al liet hij dat niet zo merken. “Hij was er wel heel bescheiden in”, herinnert Paul zich.
Missie in Afghanistan
“Kevin vertelde dat hij naar Afghanistan ging alsof hij op vakantie ging naar Barcelona”, herinnert Paul zich. Wanneer mensen in zijn omgeving verbaasd of bezorgd reageerden, kon Kevin scherp uit de hoek komen. “Ik ga daarheen om mensen te helpen, het is mijn werk”, zei hij dan vastberaden. Paul: “Ik had er eigenlijk nooit bij stilgestaan dat het mis kon gaan.”
Kevin had het erg zwaar in Afghanistan, al liet hij dit niet aan zijn familieleden merken. Tijdens telefoongesprekken met Paul ging het enkel over koetjes en kalfjes. “Ik vroeg dan: wat ga je vandaag doen? Waarop hij altijd antwoordde: ‘Ik ga vandaag sporten en eten.'” In de laatste anderhalve week laat hij echter wel het achterste van zijn tong zien aan zijn vriendin: hij belt haar elke dag. Kevin vond het heel heftig wat hij allemaal meemaakte.
Terugkijkend ziet Paul ook een andere Kevin op de foto’s: “Op de eerste foto’s trekt hij gekke bekken, op de laatste kijkt hij slechts bedenkelijk. Kevin was 26 jaar en sniper, en god weet wie hij allemaal heeft dood moeten schieten. Je weet niet wat dat met je doet als mens.”
‘A man down, a man down’
Op 6 september 2009 gebeurt dan het ondenkbare. Kevin vertrekt die dag met zijn team op patrouille in het Afghaanse Deh Rawod. Aanvankelijk is het rustig, er wordt zelfs gelachen en wat gedold, zo hoort de familie later van zes van Kevins kameraden. Maar dan slaat de sfeer plotseling om: het team komt onder vuur te liggen in een hevig vuurgevecht met de Taliban.
“A man down, a man down”, klinkt het opeens over de radio. Kevin, die als scherpschutter vooroploopt, is geraakt in zijn longslagader. Een Afghaanse tolk hoort de Taliban zeggen dat ze hem willen meenemen als trofee. Zes collega’s krijgen direct het bevel om hem terug te halen. Ze gaan dwars door vijandelijk vuur, vastberaden om Kevin niet achter te laten. Per helikopter wordt Kevin nog naar Kamp Holland gebracht, waar ze met hartmassage proberen hem tot leven te wekken. Maar het mag niet baten: Kevin overlijdt. Hij is de eerste drager van de groene baret sinds de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog die op missie om het leven kwam.
Hartverscheurend nieuws
Op die zwarte dag staat plots de vriendin van Kevin voor Pauls deur. Ze brengt het vreselijke nieuws: Kevin is omgekomen. “Dan word je helemaal gek”, vertelt Paul geëmotioneerd. Na een korte stilte vervolgt hij: “Vanwege een verbouwing stonden er buiten nog oude ramen. Ik heb bakstenen gepakt en ze erdoorheen gegooid, uit pure woede en verdriet. Ik kon het niet bevatten. Die jongens zijn zo goed opgeleid. Maar toch, het was echt.”
Alsof het nog niet zwaar genoeg was, moest Paul ook zijn dochter, kleindochter en Kevins moeder het hartverscheurende nieuws vertellen. “Dat moment vergeet ik nooit meer”, zegt hij. “Mijn kleindochter was toen zes. Haar reactie was: Opa, dan komt Kevin dus niet meer de kerstboom in december optuigen? Dat had Kevin haar beloofd”, verduidelijkt Paul. “Dat hakt er wel in op zo’n moment. Het was vreselijk.”
‘Ik geloofde niet dat hij dood was’
De woensdag erna kwam Kevin eindelijk thuis. Op Eindhoven Airport werd hij met militaire eer ontvangen. Paul herinnert zich het moment nog haarscherp. Samen met andere familieleden stond hij op het bordes toen in de verte de lampen van het vliegtuig verschenen. “Het is heel bizar, want normaal hoor je zo’n groot vliegtuig al van verre aankomen”, zegt hij. “Maar toen het op ooghoogte kwam, hoorde ik pas de motoren en zag ik de propellers. Ik krijg het er nog koud van.”
Zodra het toestel tot stilstand kwam, klonk een commando-kreet. Vervolgens vormden zo’n tweehonderd militairen een erehaag van het vliegtuig tot aan de hal. “Dat was heel indrukwekkend. Ik krijg er nog steeds kippenvel van”, zegt Paul met een brok in zijn keel. Twee kisten werden uit het vliegtuig gedragen. In een kist lag Kevin, in de andere een andere gesneuvelde soldaat. “Ik kon het niet geloven. Ik bleef maar denken: dit kan niet. Bij de kist heb ik nog geklopt en zachtjes gezegd: ‘Hey, dikke…'” Dat was Kevins bijnaam op de academie, vanwege zijn forse postuur.
De dag erna mocht de familie hem zien in Tilburg, waar hij was opgebaard. Paul ging erheen met zijn kleindochter. “Ik ben meteen naar boven gerend, ik moest hem zien. Pas toen ik hem in de kist zag liggen, drong het echt tot me door dat hij er niet meer was. Hij lag er heel mooi bij in zijn korte broek en op blote voeten, dat wilde hij graag. Hij lag erbij alsof hij gewoon op de bank in slaap was gevallen.”
Een waardig afscheid voor Kevin
Voordat Kevin op uitzending naar Afghanistan ging, moest hij zijn uitvaartwensen vastleggen. In dat document beschreef hij tot in detail wat hij wilde: een specifieke kist, een begrafenis met militaire eer en geen koffietafel, maar liever een biertafel.
“De avond voor de begrafenis ben ik samen met Debbie en een paar van Kevins vriendinnen naar zijn kamer gegaan, waar hij lag opgebaard”, vertelt Paul. “We hebben toen rondom hem een biertje en een whisky gedronken.” Opeens ging het alarm van Kevins horloge af. “Dat was heel bizar”, zegt Paul. “Het voelde even alsof hij erbij was.”
Afscheid met een glimlach en een traan
Paul glimlacht als hij terugdenkt aan de dag van de begrafenis. “Bij de kerk stond een erehaag van oud-commando’s, begeleid door het geluid van een doedelzak. De kerk zat tot aan de nok toe vol. Het was onvoorstelbaar.”
Een van Kevins wensen was om na afloop een biertafel te hebben in zijn stamkroeg ‘De Koets’ in Venray. “Er werd rijkelijk bier gedronken. Het was precies zoals Kevin het had gewild”, zegt Paul met een glimlach. Er werden foto’s van Kevin getoond, en zijn kameraden haalden herinneringen op aan hun tijd in Afghanistan. Een van hen zei lachend: “Er was maar één in Kamp Holland die meer burgerkleding meehad dan militaire. ’s Ochtends liep hij gewoon in witte teenslippers en een witte broek naar de douche.” Paul knikt herkenbaar: “Dat was Kevin. Hij was enorm ijdel.”
Dan komt de stilte
“Daarna ga je naar huis en dan val je in een enorm gat. Dan is het echt overleven”, zegt Paul zacht. “Je bent er onbewust elke dag mee bezig.” In de eerste periode zocht hij houvast in kleine rituelen. “Elke ochtend stak ik de waxinelichtjes in de vitrine aan en ’s avonds deed ik ze weer uit. Dat gaf me iets om aan vast te houden.”
De wereld buiten ging door, maar voor Paul stond alles stil. “Het gekke is: je moet gewoon naar de supermarkt, het dorp in. En dan zie je bekenden die letterlijk omdraaien of weglopen, bang om iets verkeerds te zeggen. Dat doet pijn.” Toch vond Paul veel steun in zijn omgeving. “Mijn hele vriendenkring stond voor me klaar. En vanuit Defensie had ik een contactpersoon die ik altijd mocht bellen als ik daar behoefte aan had.”
Reis naar Kamp Holland
De betrokkenheid van Defensie was opnieuw voelbaar toen zij een bijzondere reis naar Afghanistan organiseerden voor nabestaanden. Samen met 71 nabestaanden reist Paul af naar Kamp Holland, de plek waar Kevin had geleefd en gewerkt. “Ik wilde sporten waar Kevin had gesport, lopen waar hij had gelopen.”
“Het was heel bizar. De container waarin Kevin sliep stond er nog steeds, helemaal intact. Het was bijzonder om daar te mogen zijn. Het klinkt misschien raar, maar ik heb alles in zijn leven meegemaakt. Ik heb hem opgevangen bij zijn geboorte en ik heb hem weggedragen. De cirkel is rond.”
Paul kijkt er met een warm gevoel op terug: “Het was een geweldige reis. Ik ben zo blij dat ik ben gedaan. Alles wat ik wilde zien en te weten komen, heb ik meegemaakt. Ik blijf met geen vragen achter.” Uit trots laat hij weten dat hij meer dan driehonderd foto’s heeft gemaakt om later, de reis opnieuw te kunnen beleven.
Het missen blijft
Inmiddels is de dood van Kevin al meer dan vijftien jaar geleden, maar het gemis nog altijd voelbaar. “Het missen zwakt niet af. Op sommige momenten is het zelfs meer”, vertelt Paul. “Van de twaalf maanden in het jaar gaat het misschien twee maanden goed. In de andere maanden is er elke keer weer iets dat me aan Kevin doet denken. Dat overvalt me dan volledig.”
Het zijn vaak kleine dingen die hard binnenkomen: een nummer op de radio of een scène op tv. “Als ik in de supermarkt ben en Viva La Vida van Coldplay hoor of wanneer in NCIS iemand wordt neergeschoten op tv. Dat zijn zware momenten, want die doen me denken aan Kevin.” Toch gaat het leven van Paul verder. “Na driekwart jaar niet te hebben gewerkt, ben ik weer gaan opbouwen. Dat deed ik voor Kevin. Ik zei altijd: als ik dat niet doe, komt die ‘dikke’ naar beneden en schopt hij me onder mijn reet.”
Voor altijd Kevin
Bepaalde momenten in het jaar zijn extra zwaar en daar staat Paul bewust voor stil. “Met Dodenherdenking wil ik helemaal alleen zijn en op de bank een whisky op Kevin drinken. Op zijn verjaardag eet ik een broodje kroket en drink ik een biertje, Kevins favoriet.”
Kevin leeft niet alleen voort in de herinneringen van Paul. In Tilburg is een viaduct naar hem vernoemd. Eens in de vijf jaar wordt er een wandeltocht gehouden: de Kevin Memorial March. Zo blijft de herinnering van Kevin altijd voortbestaan. “Ik vind het heel mooi dat dit gedaan wordt. Zo verdwijnt hij niet uit onze gedachten en blijft hij altijd dichtbij. Laatst reed ik met een cliënt onder het viaduct en dat is gewoon prachtig. Dan krijg ik wel kippenvel en sta ik er extra bij stil.”
Dit interview kwam tot stand dankzij een samenwerking tussen Stichting Bredase Veteranen, Fontys Journalistiek Tilburg, en Erfgoed Brabant.