Koning, kunning en konning

Kaart van Noord-Brabant met dialectvormen van het woord koning, gebaseerd op taalgegevens uit 1935-1966. De kaart toont een duidelijke regionale verdeling van de uitspraak. In West-Brabant, waaronder de regio’s rond Roosendaal, Breda en grote delen van Midden-Brabant, overheerst de vorm koning. In Oost- en Zuidoost-Brabant, waaronder de regio’s rond Den Bosch, Uden, Helmond en Eindhoven, komt vooral kunning voor. Daarnaast zijn er kleinere overgangsgebieden met varianten als konning in het zuidwesten, keuning aan de oostelijke grens van Noord-Brabant, koëning in de regio Oss, koeëning in Achel en könning aan de zuidelijke grens. Deze vormen liggen verspreid langs de grenzen tussen de grotere dialectgebieden. De kaart laat zien dat de uitspraak van het woord koning binnen Noord-Brabant voornamelijk is verdeeld tussen een westelijk gebied met koning en een oostelijk gebied met kunning, met enkele lokale varianten daartussen.
'Koning' in de dialecten van Noord-Brabant. (Bron: Yoïn van Spijk, 2026)

In de periode 1935-1966 hebben onderzoekers in totaal 140 Noord-Brabantse plaatsen bezocht. In elke plaats lieten ze een groepje goede dialectsprekers zinnen in hun dialect vertalen. Daarvan maakten ze nauwkeurige transcripties in het Internationaal Fonetisch Alfabet. Een van de woorden die in die zinnen voorkomt, is koning.

In de West-Brabantse dialecten zeiden mensen vooral koning (rood) en in Oost-Brabant kunning (blauw). In het zuiden waren er wat eilandjes met könning (lichtblauw) en konning (oranje), die voorbij de grens doorliepen tot in Vlaanderen. In Antwerpen was het bijvoorbeeld ook könning, en wat naar het oosten, in Turnhout, konning.

Een strook tussen Oss en Wijchen zei weer iets anders: koëning (geel), met een tweeklank die lijkt op wat je hoort in het woord ‘showen’.

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!

Periodes