Mode aan het Bourgondische hof

Door de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) verliest het Franse hof zijn positie als cultureel voorbeeld en maatstaf voor Europese mode. Het welvarende hertogdom van Bourgondiƫ neemt deze positie over van 1420 tot 1480.

Bourgondiƫ kent een winstgevende textielindustrie en in de steden floreren de ambachten. Er ontstaat een goed handelsklimaat dat veel belastinggeld oplevert. Met dit geld geeft het hof de grootse feesten en wordt de meest schitterende kleding gekocht. De kledingstijl van welvarende Bourgondiƫrs wordt steeds individualistischer en haalt inspiratie uit onder andere Italiƫ en het Midden-Oosten.

Ideaalbeeld

In hetĀ vijftiende-eeuwseĀ BourgondiĆ« blijven de trends uit de late veertiende eeuw grotendeels behouden,maar ze worden uitbundiger enoverdreven.Ā HetĀ silhouetĀ van deze tijd is gotisch en spits. Denk hierbij aanĀ puntigetootschoenen van zestig cm, dames met enorm lange slepen enĀ ongekendĀ hoge hoofdbedekking.Ā Het lichaam wordtĀ zichtbaarderĀ gemaakt enĀ gemodelleerd<span>; lichaamsproporties worden overdreven om teĀ kunnenĀ voldoen aan deĀ schoonheidsidealen.Ā Zo wordt vrouwelijkheid geaccentueerdĀ metĀ een gerimpelde rok en/ofĀ vulling die eenĀ soortĀ ā€˜zwangerschapsbuik’ suggereert.Een duidelijk voorbeeld van dit ideaal is de vrouwĀ inĀ hetĀ HetArnolfiniĀ portretĀ (1434)Ā van JanĀ van EyckĀ (circa 1390-1441). Waar de geportretteerde vrouwĀ haar boezem nog bedekt,Ā gaat deze zwangerschapsbuikĀ latersamen met eenĀ steeds dieper wordendĀ decolletĆ©.NaastĀ diepe decolletĆ©sĀ prefereertĀ menbrede heupen, smalle schouders enĀ kleine, hoog gesitueerdeĀ borsten.Dit ideaalbeeld wordt bereikt met hetĀ insnoerenĀ van het bovenlichaam. Het mannelijke silhouet wordt benadrukt metĀ krappe bovenkleding die de heupen nauwelijks bedekt.Ā De schouders worden juist verbreed met vullingen in de pofmouwen vanĀ hetĀ wambuis.

Het Arnolfini portret van Jan van Eyck
Het Arnolfini portret (1434), geschilderd door Jan van Eyck (circa 1390-1441). (Bron: Wikimedia Commons)

 

Ook is er een prominent ideaalbeeld met betrekking tot huid en haar. Vrouwen hebbenĀ bij voorkeurĀ een lelieblanke huid en blond haar. Huwbare meisjesĀ dragen hun haar onbedekt, hetzij loshangend ofĀ in lange vlechten die als een krans om het hoofd worden gelegd.Ā DankzijdeĀ hoofdbedekkingvan degehuwde vrouw isĀ het haar onzichtbaar. Op portretten uit deze tijd is te zien dat de haaraanzet is weggeschoren tot boven het voorhoofd,ook deĀ wenkbrauwenĀ en wimpersĀ zijnĀ nauwelijks zichtbaar.Ā VolgensĀ auteur en modevormgever KarinĀ SchacknatĀ wordtĀ deze haartrend mogelijk als vrouwelijk gezien.Ā ZijĀ beweertĀ datĀ haar namelijkĀ geassocieerdĀ wordtĀ met mannelijkheid, dierlijkheid, instinct en seksualiteit.

Aan het einde van de veertiende eeuwĀ is het haar van de mannenĀ in de nek opgeschorenĀ enĀ is hetĀ gezicht gladgeschoren. Na 1450 wordt het haarĀ langer danĀ dat het in eeuwen geweest is. Rond 1475 pronken modebewuste jongemannen met een haardos tot aan de schouders.

Robes enĀ accessoires

Zowel mannen als vrouwen dragen een wit onderhemd onder hun kleding.Ā Waar het onderkleed altijd onder de kleding bleef wordt het nu zichtbaar en trekt het zelfs de aandacht.Ā Het onderhemd piept door splitten in de achterkant van mouwen enĀ uitsneden inĀ de hals.Ā OmdatĀ de hals vanĀ het onderhemd zichtbaar is, wordt het geplooid en geborduurd.

Over het onderhemd dragen vrouwen een robe met strakke mouwen en een diepe V-hals met hierin een driehoekig vlak van een stof met een contrasterende kleur.In de vroege vijftiende eeuw zit de taille onnatuurlijk hoog, langzaam daalt de taille naar een natuurlijkere hoogte. De bovenkleding bestaat uit twee aparte stukken: het lijfje en de rok. De randen, het decolleté en de sleep zijn afgewerkt met bont. Vanwege de kostbaarheid van het materiaal wordt het bont uit oude kledingstukken hergebruikt. Het steeds dieper wordende decolleté wordt behangen met kettingen en parelsnoeren. Kettingen van goud en email met rond geslepen (half)edelstenen zijn populair.

De bovenkleding van Bourgondische mannen bestaat grofweg uit twee delen:Ā een broek met een strakke pasvorm enĀ eenĀ houppelande-achtigetuniek.DeĀ BourgondischeĀ versieĀ van deĀ houppelandeis echter veel smaller en compacter.Ā Dit kledingstukĀ wordt gedragen met een gordel enĀ is kraagloos zodat het wambuisĀ datĀ eronder wordt gedragen zichtbaar is.Ā Het wambuisĀ isĀ ook zichtbaar wanneerĀ de bovenkledingĀ hangmouwen met spleten heeft.Ā Ook bijdeĀ mannenĀ wordenĀ randenĀ van de bovenkledingĀ afgewerkt met bont.Ā BontĀ wordt gedragen voor zowel uiterlijk vertoon als voor de warmte van het materiaal.Ā Om de outfit af te maken dragen mannenĀ een dolk. DitĀ zeer gewildeĀ accessoireĀ draagt men aan eenĀ gordel met opvallende gespen.

Mannen in houppelandes
Een veertiende-eeuwse schildering met mannen in houppelandes van verschillende lengtes. (Bron: Wikimedia Commons)

Hoofdbedekking

Welgestelde Bourgondische vrouwen dragen als hoofdbedekkingeen atour, ook wel hennin genoemd. Dit is een kegelvormige hoed met platte bovenkant of een punthoed. De atour lijkt op de turtur, een puntig hoofddeksel dat gedagen wordt door vrouwen in gebieden van het Midden-Oosten. Mogelijk is dit hoofddeksel door de kruisvaarders in Europa geïntroduceerd. De hoogte van deatour is afhankelijk van de status van de draagster,sommige vrouwen droegen een atour van een meter hoog. De constructie van de hoed is gemaakt van metaal, karton of gesteven linnen. Deze constructie is bekleed met dure stof en een sluier. Vanaf 1470 zit er een zwarte band van fluweel om de gezichtsopening, dit is goed te zien bij het portret van Maria van Bourgondië (1457-1482). Op haar voorhoofd is ook een zwarte lus te zien, het is niet bekend waar deze lus voor diende. Vanwege de dominante positie van de lus is het waarschijnlijk een esthetische keuze geweestmaar een praktische functie is niet uitgesloten. Een andere mogelijkheid is dat de lus geen onderdeel is van het hoofddeksel maar van het kapsel.

Middeleeuwse mannen droegen een kaproen. Deze stoffen hoofdbedekking lijkt op een kap en bedekthet hoofd en de nek van de drager.Ā Waar in de vroege middeleeuwen vooral arme mannenĀ een kaproen dragen,Ā wordtĀ dit hoofddeksel vanaf de veertiende eeuw populairĀ bij de elite. Hun kaproenenĀ zijnĀ echter gemaakt van luxe stoffen.Ā Vanaf de vijftiende eeuw worden kaproenen als een tulband om het hoofd gedrapeerd, zoalsĀ te zienĀ isĀ op het schilderijĀ Portret van een man met een rode tulbandĀ doorĀ schilder Jan van Eyck.Ā Deze tulband-achtigeĀ drachtĀ lijkt geĆÆnspireerd te zijn door het Midden-Oosten.Ā In de late middeleeuwen beginnen ook vrouwen een kaproen te dragen.

Vermoedelijk zelfportret door Jan van Eyck
‘Portret van een man met een rode tulband’ (zelfportret?) (1433), geschilderd door Jan van Eyck (circa 1390-1441). (Bron: Wikimedia Commons)

 

Stoffen en kleuren

In de middeleeuwen geldt karmijnrood als de meest feestelijke en prestigieuze kleur, maar dankzij Filips de Goede(1396-1467)wordt zwart het nieuwe rood aan het Bourgondische hof. Zwart wordt gezien als de ideale achtergrond voor juwelen en goudborduursels. Waarschijnlijk is deze Bourgondische trend overgewaaid uit Italië. In een poging om de verspilzucht van Italiaanse patriciërs tegen te gaan besluitenbestuurders vangrote steden datde patriciërs alleen in het zwartgekleed mogen gaan. Dit zorgt ervoor dat dat Italiaanse wevers zich specialiseren in zwarte stoffen die ook naar Bourgondië geïmporteerd worden. Daarnaast isItaliaans zijde en zijdefluweel met rijke dessins en gouddraad zeer gewild.

Toch is er ruimte voor kleur, brokaatstoffen worden niet alleen in het zwart geproduceerd maar ook in de kleuren blauw en rood. Bovendien worden er in Bourgondië zelf fluwelen en zijde stoffen gemaakt van hoge kwaliteit met zilveren en gouden borduursels.Het populairste dessin van de vijftiende eeuw is de granaatappel, een vruchtbaarheidssymbool. Ook buiten Europa is de granaatappel een geliefd textieldessin, het wordt toegepast in het Midden-Oosten en het Oude Egypte.

Filips de Goede (1396-1464)
Portret van Filips de Goede (15-eeuw), gebaseerd op een verloren schilderij van Rogier van der Weyden (1399 of 1400 – 1464). (Bron: Wikimedia Commons)

 

Uit de mode

Door de successieoorlogen en het uiteenvallen van het Hertogdom Bourgondië verliest het diens status als cultureel voorbeeld voor Europa. In Italië is de Renaissance volop in gang en in 1450 komt de Renaissance ook naar het noorden van Europa. Latervoltrekt zich in Noord-Europa de Reformatie en de Contrareformatie. Tijdens de Renaissance floreert het humanisme waardoor het individu meer centraal komt te staan, ook in de mode. Zowel in Italië als in Noord-Europa kleden de adel en rijke burgerij zich gevarieerd en individualistisch. Voor vrouwen blijft een bleke huid met blond haar en een hoog voorhoofd in de mode maar mannen mogen eindelijk hun baard laten staan. Waar de adel en de rijke burgerij zich weinig aantrekt van de reformatoren, kleed de burgerij zich eenvoudig.De hoge atours raken uit de mode, in tegenstelling tot de kleur zwart.

Bronnen

Boucier, F.,Ā 20.000Ā YearsĀ of fashion: TheĀ historyĀ of CostumeĀ andĀ PersonalĀ Adornment, 1959, p. 202-203.

Schacknat, K.,Ā In en uit de mode: 2000 jaar modevormgeving, 2014, p. 99-104.

https://www.britannica.com/topic/dress-clothing/Medieval-EuropeĀ (standĀ op 14 juli 2020).

http://i.4pcdn.org/tg/1402638948683.pdf(standĀ op 13 juli 2020).

https://www.nemokennislink.nl/publicaties/schoonheidsidealen-in-de-geschiedenis/(standĀ op 13 juli 2020).

http://web.archive.org/web/20080212104338/http://www.instituutvlaamsevolkskunst.be/stpublic.phpĀ (standĀ op 13 juli 2020).

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!

Periodes