Het middeleeuwse woord voor ‘pakken’ was nemen. Dat is altijd blijven bestaan, in het Standaardnederlands én in de Brabantse dialecten. De voorlopers van pakke en vatte hadden in de middeleeuwen een andere betekenis.
Het middeleeuwse woord packen betekende ‘inpakken’ en ‘opladen’. Die betekenissen vind je nog terug in woorden als pakhuis en pakpapier, en in de koffers pakken.
Pas na de middeleeuwen ging packen ook ‘ter hand nemen, grijpen, vastpakken’ betekenen. Net als in het Nederlands is pakke in West-Brabant het gangbaarste woord geworden. Neme vind je vooral in woorden als opneme en meejneme.
Door naar vatte. In de middeleeuwen was dat nog vaten, met één t. Het was afgeleid van vat, dat in het meervoud vaten is. Oorspronkelijk betekende het dan ook ‘in een vat stoppen’.
Later werd het vatten. De betekenis werd ‘pakken’. In het Standaardnederlands kun je pakken en vatten niet door elkaar gebruiken. Vatten gebruik je daar vooral in uitdrukkingen als in de kraag vatten en vlam vatten.
In Midden- en Oost-Brabant is vatte het normale woord voor ‘pakken’ geworden. Daar kun je bijvoorbeeld ’n pilske vatte, ’nen botterham vatte, of ’n bakske kòffie vatte. En als je gaat, vatte oewe jas.
In sommige regio’s is vatte zelfs een half-sterk werkwoord geworden. Daar is de verleden tijd namelijk niet vatte, maar viet: Ze viet nòr m’nen èèrm, mer ze viet ’r neffe.