Het oorspronkelijke woord voor de drank is melk. Dat komt van het Germaanse *miluks. In West-Brabant hebben ze het dus bij het oude gehouden. De klinker is in sommige regio’s wel een ö geworden: mölk (als in het Duitse zwölf).
Ten oosten van de rivier de Donge liep het anders. Daar gingen mölk en melk staan voor ‘karnemelk’. Dat was de dunne vloeistof die overbleef nadat de boterdelen uit de melk waren gekarnd.
In die regio kwam er een ander woord in gebruik voor melk waar de boterdelen nog in zaten. Dat woord was roomen, het meervoud van room. Het komt van het Germaanse *raumô, ‘melkvet’.
Roomen veranderde in Altena en de Langstraat in roeëme, rond Tilburg in rôome, en in Oost-Brabant in rômme. Oorspronkelijk gebruikten mensen dat woord nog echt in het meervoud, zoals in het Tilburgs: De rôome zèn zoer.
Intussen zijn roeëme, rôome en rômme op hun retour, vooral in het westen van de regio. Onder invloed van het Standaardnederlands en West-Brabant zeggen steeds meer mensen mölk of zelfs melk.
Door maatschappelijke veranderingen verdwijnen ook woorden als rômboer (‘melkboer’). Roomboter is er nog steeds, maar dat wordt dan weer goei botter genoemd.
Wie van veel room in de koffie houdt, wordt weleens goed rô(o)ms genoemd. Dat is een woordgrapje: goed rô(o)ms betekent ‘goed rooms-katholiek’.