Ruike, ruke en rieke

Kaart van Noord-Brabant met dialectvormen van het werkwoord ruiken in 1937. De kaart toont meerdere duidelijk afgebakende dialectgebieden. In West-Brabant, rond Roosendaal, Breda en Tilburg, overheerst de vorm ruke. In het zuiden van West-Brabant komt daarnaast de vorm rieke voor. In grote delen van Noord-, Oost- en Zuidoost-Brabant, waaronder gebieden rond Den Bosch, Uden en ten zuiden van Eindhoven, wordt vooral ruike gebruikt. Ten oosten van Tilburg en rond Eindhoven, komt de vorm reùke voor. Kleine, verspreide gebieden rond Waalwijk en Helmond kennen de vorm roike. De zwarte grenslijnen markeren de belangrijkste scheidingen tussen deze dialectgebieden. De kaart laat zien dat de uitspraak van het woord ruiken in Noord-Brabant sterk regionaal verschilt, met meerdere duidelijk begrensde varianten naast elkaar.
'Ruiken' in de dialecten van Noord-Brabant in 1937. (Bron: Yoïn van Spijk, 2026)

In West-Brabant zeggen ze ruke, terwijl je ruike zou verwachten. En rieke betekent in het Brabants iets anders dan in het Nederlands. Hoe zit dat precies?

In de dialecten rond Cuijk en Budel zeggen mensen ruke. Een u in plaats van een ui is typisch voor die dialecten. Buigen is bijvoorbeeld buge, en Cuijk heet in het dialect Cuuk.

In West-Brabant is het buige en rondom Tilburg bèùge – en dus niet buge. Daarom is het vreemd dat ze daar wel ruke zeggen, en niet ruike en rèùke.

Ruke zit met zijn u nog dicht bij het middeleeuwse ruken. In West- en Midden-Brabant begonnen zulke u’s in de 15e eeuw in een ui te veranderen. Dat gebeurde in alle woorden – behalve dus in ruken. Daar is geen verklaring voor.

Door naar rieke. Dat vind je in het uiterste zuiden van West-Brabant, net als in Vlaanderen. In het huidige Standaard-nederlands is rieken iets anders dan ruiken, maar vroeger betekenden ze precies hetzelfde.

In de middeleeuwen kwam ruken vooral voor in het centrum en oosten van ons taalgebied, en rieken in het zuiden en westen. In de streektalen is die verdeling bewaard gebleven. Rieke(n) in de betekenis ‘ruiken’ hoor je tot in Brussel en tot aan de West-Vlaamse kust.

Dan hebben we nog rèùke. De èù klinkt als het eerste deel van ui, maar dan langgerekt. Deze lange klinker ontstond uit de ui, net zoals de ij in veel regio’s de lange klinker èè werd: rijp veranderde daar in rèèp.

Èù is maar één van de vele spellingen voor wat in fonetisch schrift [œː] is. Andere veelgebruikte spellingen zijn ùi, ûi, úí, öö – en gewoon ui. Er is immers geen officiële spelling voor de Brabantse dialecten.

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!