Ruim veertig jaar jazz: het ontstaan van jazzpodium Paradox in Tilburg

De eerste lichting van de Tilburgse School, met van links naar rechts: Paul van Kemenade, Peter Mingaars, Henk Koekkoek, Niko Langenhuijsen, Hans Sparla, Toon de Gouw, Frans van Grinsven en Willem Kühne. (Foto: Ernest Potters, 1978)

Paradox vormt al ruim veertig jaar het kloppende jazzhart van Tilburg. Wat begon als een initiatief van een lokale club improvisatieliefhebbers, groeide uit tot een toonaangevend podium waarin zowel gevestigde namen als aanstormend talent zich laten horen. Hoe komt Tilburg aan zo’n gevleugelde plek? Ingrid de Rond dook in het levensverhaal van Paradox en ontdekte hoe een groep doorgewinterde jazzfanaten een eigen pand in de Tilburgse binnenstad bemachtigde.

Een zwervende, zinderende jazzscene

Op 14 december 1985 opent Paradox haar deuren aan de Willem II-straat in Tilburg. Oprichter Niko Langenhuijsen herinnert zich die avond nog goed: “Er was dat gevoel van verrassing, van enthousiasme: eindelijk was het ons gelukt.” De weg naar de openingsavond verloopt als een kronkelende improvisatiesessie die ruim tien jaar duurde. Het begint met groep Ohm, een avantgardistisch Tilburgs jazztrio met Langenhuijsen op bas. In 1973 winnen ze het landelijke concours van Jazzfestival Laren. Ze willen doorpakken, iets opbouwen. “Gewoon, van alles uitproberen en laten horen aan publiek”, aldus Langenhuijsen. In café De Beerenhof, in de Tilburgse Langestraat, vinden zij een eerste thuisbasis. Daar maakt het publiek kennis met experimentele, geïmproviseerde muziek.

Al na enkele jaren wordt De Beerenhof gesloten vanwege illegale gokpraktijken op de bovenverdieping. De Tilburgse jazzscene raakt dakloos en zwerft van café naar café. Op uiteenlopende plekken organiseren liefhebbers festivals, workshops en improvisatiebijeenkomsten, en aan het begin van de jaren ’80 vindt de scene in de Willem II-straat een nieuw onderkomen. Langenhuijsen: “Daar werd door Henk Koekkoek en Hein van de Geyn een klein muziekpodium opgericht waar van alles werd gespeeld. Jazz, cabaret, poëzie, theater.” Het podium krijgt de naam Paradoks, maar moet ook na enkele jaren sluiten vanwege klachten over geluidsoverlast.

De buitenkant van Paradox in de jaren ’80.
De buitenkant van Paradox in de jaren ’80. (Foto: Niek Hermans, Regionaal Archief Tilburg, 1986) Alle rechten voorbehouden

Dan een toevallige samenloop van omstandigheden: aan de overkant van de Willem II-straat sluit een biljartcafé de deuren. Langenhuijsen ziet een kans: “Ik kende die plek, we speelden er wel eens, en ineens zag ik dat het geveild werd. Dus ik eropaf, je weet maar nooit.” Via de veiling komt Langenhuijsen in contact met een makelaar, die hem helpt een hypotheek op te zetten. De Tilburgse jazzscene heeft geen geld, maar inmiddels is wel er een eigen stichting opgericht: Stichting Bevordering Muziekimprovisatie Tilburg (SBM). Aanvankelijk heeft geen enkele bank interesse in de plannen van die stichting, maar dat verandert wanneer Langenhuijsen bij de Triodosbank aanklopt. “Die bank bestond nog maar net en dacht socialer. Zij zeiden: ‘Als er draagvlak is, doen wij mee.'” Een uniek staaltje co-funding ontvouwt zich: ruim 175 jazzliefhebbers zetten een handtekening waarmee ze garant staan voor een deel van de hypotheek van het pand. De gemeente Tilburg springt bij, een andere bank volgt, en zo komt in 1985 een langgekoesterde muzikantendroom uit: de SBM wordt eigenaar van haar eigen podium in de binnenstad. ‘Paradoks’ wordt omgedoopt tot ‘Paradox’ en opent na een grondige verbouwing haar deuren voor publiek.

De akte waarmee mensen garant konden staan voor een deel van de hypotheek van Paradox.
De akte waarmee mensen garant konden staan voor een deel van de hypotheek van Paradox. (Bron: persoonlijk archief Niko Langenhuijsen, 1984-1985) Alle rechten voorbehouden

Het ontstaan van de Tilburgse School

Originaliteit, kwaliteit en veelzijdigheid vormen van het begin af aan de grondtonen van het nieuwe podium. Paradox brengt “niet alleen een uitgebalanceerd programma waarin de (inter)nationale jazztraditie weerspiegeld wordt”, maar wil ook “nieuwe wegen aanleggen, ontdekkingen stimuleren en avonturen initiëren”, en daarbij “op voorhand geen enkele muzieksoort uitsluiten”, zo valt te lezen in een uitgave van de SBM. Naast concerten en open podia worden er workshops, repetities en samenwerkingen georganiseerd. Al gauw vormt het podium de thuisbasis van toonaangevende Tilburgse muzikanten als Paul van Kemenade, Hans Sparla, Bert en Jacq Palinckx, Willem Kühne, Henk Koekkoek en Eric van der Westen. Er ontstaat ruimte voor wat jazzkenners de ‘Tilburgse School’ noemen: een lokale scene van improviserende musici met een opvallend nieuw geluid. “Het Tilburgse geluid mocht wringen, schuren en vrij zijn – maar er was ook aandacht voor mooie melodieën”, vertelt jazzhistoricus Koen Graat, die sinds 2020 samen met Bartho van Straaten de programmering van Paradox verzorgt. “In diezelfde tijd ontstonden ook de Amsterdamse en de Haagse School. Waar de Amsterdammers zich richtten op vrijheid en experiment, en de Hagenezen juist de harmonieuze bebop uit Amerika eerden, vond je bij de Tilburgers een middenweg tussen die twee. De Tilburgse school klinkt zowel toegankelijk als avontuurlijk en omarmt ook andere muziekgenres, zoals bigband en pop. Ze zijn inclusief, openminded en gericht op samenspel.”

Niemand minder dan Paradox-oprichter Langenhuijsen wordt als aartsvader van dit unieke geluid beschouwd, maar zelf wil hij daar weinig van weten. “Ik heb misschien iets aangezwengeld, maar zonder publiek en gedeelde wil om muziek te maken was het er nooit geweest.” Na enig overdenken: “Als er zoiets bestaat als een uniek Tilburgs geluid, dan kenmerkt dat zich door het vermogen om samen te werken, naar elkaar te luisteren en interactie aan te gaan.”

De eerste lichting van de Tilburgse School, met van links naar rechts: Paul van Kemenade, Peter Mingaars, Henk Koekkoek, Niko Langenhuijsen, Hans Sparla, Toon de Gouw, Frans van Grinsven en Willem Kühne.
De eerste lichting van de Tilburgse School, met van links naar rechts: Paul van Kemenade, Peter Mingaars, Henk Koekkoek, Niko Langenhuijsen, Hans Sparla, Toon de Gouw, Frans van Grinsven en Willem Kühne. (Foto: Ernest Potters, 1978) Alle rechten voorbehouden

Lachen, liedjes spelen, zien wat er ontstaat

Doorheen de jaren ondergaat Paradox meerdere metamorfoses. “In de jaren ’80 zag het eruit om op te schieten. Buitenkant verwaarloosd, verf eraf”, vertelt Bartho van Straaten. “De Tilburgse muzikanten hebben het opgelapt, er een echte jazzclub van gemaakt.” De gevel werd verbouwd, pilaren verdwenen, professionele apparatuur verscheen en het rookhok kwam en ging. “Er was nauwelijks geld, dus het moest altijd stap voor stap”, zegt Bert Palinckx. In 2019 verrezen op de bovenverdieping muziekateliers waarin muzikanten tegen een relatief lage huur aan hun beroepspraktijk kunnen werken. Gitarist Bram Stadhouders is vrijwel dagelijks in zijn atelier te vinden. “Veel muzikanten staan voor dit soort ruimtes in de wachtrij”, vertelt hij vanuit zijn zolderkamer. “Betaalbare en geluidsdichte plekken waarin je ook kunt opnemen zijn zeldzaam.” Het raam van zijn atelier heeft uitzicht op een stukje Tilburgse binnenstad: fietsers en voetgangers passeren, er komt een draaiorgel voorbij. Hij lacht: ooit bespeelde hij zo’n ding met zijn gitaar. Schelle, vrolijke klanken vullen de kamer, totdat Stadhouders de deur dichttrekt: totale stilte, midden in het centrum van de stad.

“De ateliers maken dat Paradox naast concertpodium ook steeds meer een productiehuis voor jazz wordt”, vertelt Van Straaten. “Veel van wat erin ontstaat is later ook op ons podium te zien. We werken nauw samen met podia als Bimhuis (Amsterdam), Lantarenvenster (Rotterdam) en TivoliVredenburg (Utrecht), waardoor wat in Tilburg gemaakt wordt uitstraalt over het hele land.”

De binnenkant van een van de muziekateliers op de bovenverdieping van Paradox. (Foto: Stef Mennens)
De binnenkant van een van de muziekateliers op de bovenverdieping van Paradox. (Foto: Stef Mennens, gemaakt in opdracht van Paradox) Alle rechten voorbehouden

Sommige dingen veranderen niet: al sinds de deuren van Paradox openzwaaiden vinden er op dinsdagavond improvisatiesessies plaats. Zo’n avond begint met een voorbereide muziekset van grofweg een uur, waarna het podium opent voor uiteenlopende musici: jong, oud, beginnend, gevestigd – onmiskenbaar verbonden door een liefde voor improvisatie. Wat er te horen is ontstaat ter plekke; het kan laat worden of vroeg, de avond wijst het uit.

Andrés Hühner studeert aan het Tilburgse Conservatorium en gaat iedere dinsdag getrouw naar de sessies. Net als de andere studenten neemt hij zijn instrument mee op zijn rug, legt het bij de stapel instrumenten in de rechterhoek van de zaal en wacht tot het juiste moment om het podium te beklimmen. “Veel van mijn jazzidolen hebben op dit podium gestaan”, zegt hij, “en op deze avonden sta ik er zelf. Hoe cool is dat?”

Het Paradox Jazz Orchestra onder leiding van dirigent Jaspers Staps op 29 januari 2025. (Foto: Nienke Groot, 2025)
Het Paradox Jazz Orchestra onder leiding van dirigent Jaspers Staps op 29 januari 2025. (Foto: Nienke Groot, 2025) Alle rechten voorbehouden

Jazz 2.0

Wie de agenda van Paradox bekijkt ziet al gauw dat het podium meer in huis heeft dan jazz alleen. Programmeur Koen Graat: “Wat bij Paradox past is breed, want jazz is per definitie breed. We willen een voorhoede tonen, verschillende ontwikkelingen binnen de jazz laten zien, en zoeken daarbij steeds naar balans: gevestigde namen en nieuwe talenten, mannen en vrouwen, nationale en internationale musici. Ook zoeken we samenwerkingen met andere Tilburgse instellingen, zoals de Universiteit en lokale muziekscholen, zodat de binding met de stad breder is dan die van jazz alleen.”

Een aantal ontwikkelingen roept kritiek op: het programma zou teveel hetzelfde zijn, met een te sterke focus op opkomend talent en kaartverkoop boven experiment. Het Amsterdamse Bimhuis kreeg onlangs vergelijkbare verwijten: te braaf, bedrijfsmatig, gelikt en geïnstitutionaliseerd.

Graat erkent dat er spanning bestaat tussen experimentele muziek en publieksbereik: “We willen avontuurlijk programmeren, dat is onze basis, maar als er avonden op rij maar dertig mensen in de zaal zitten hebben we een probleem. Dus ja, we kijken ook naar kaartverkoop. Afgelopen week speelde hier een trio uit New York, vrij heftige experimentele muziek, halfvolle zaal – en deze week speelt Benjamin Herman en die verkoopt de tent uit. Door op die manier te programmeren creëren we evenwicht. En ja, we geven veel aandacht aan jonge muzikanten; zij zijn de toekomst van de muziek. Vernieuwing zit in het DNA van de jazz, en dus in het DNA van Paradox.”

Graat ziet de openheid voor vernieuwing als één van de redenen waarom Paradox al veertig jaar kan bestaan. “Sinds de eeuwwisseling is de jazzscene verlevendigd. Er is een soort 2.0 energie ontstaan. Vooral in de jaren ’90 hield de jazzmuziek zich klein door de nadruk eenzijdig op jazzhelden uit het verleden te leggen, waardoor jazz in de publieke opinie als een soort museummuziek werd beschouwd. Dat veranderde toen een nieuwe generatie muzikanten zich openstelde voor muzikale cross-overs. Daardoor transformeerde de jazz van bolhoedjesmuziek tot een genre dat je kunt tegenkomen op Lowlands of Le Guess Who.” Het publiek is gegroeid en verjongd, merken beide programmeurs. “Ook Tilburg heeft een leuke jonge scene, met veel energie”, zegt Van Straaten. “Kom op een dinsdagavond maar eens binnenlopen en je begrijpt meteen wat ik bedoel.”

Frank Slijpen, bestuurslid Paradox, Koen Graat en Bartho van Straaten met de bouwtekeningen van de muziekateliers.
Frank Slijpen, bestuurslid Paradox, Koen Graat en Bartho van Straaten met de bouwtekeningen van de muziekateliers. (Foto: Eddy Westveer, 2019) Alle rechten voorbehouden

Uitkleedpraktijken

Een andere sleutel tot het succes van Paradox is volgens de programmeurs het feit dat het pand in eigen beheer is, waardoor er geen inkomsten aan huur worden kwijtgespeeld. Dat had zomaar anders kunnen zijn: omstreeks 2010 lag er een plan om het Tilburgse Veemarktwartier tot muziekkwartier te transformeren, waarbij Paradox naast poppodium 013 zou komen te staan. “Het waren gouden tijden. We mochten meedenken over hoe onze ideale club eruit zag, en zouden het kroonjuweel van het dak van parkeergarage worden”, vertelt Van Straaten. “Maar toen kwam de financiële crisis en bleek het hele plan onhaalbaar. We besloten: we blijven waar we zitten en gaan het hier verbouwen. Achteraf gezien is dat de beste beslissing die we ooit hebben gemaakt, anders waren we ons eigen pand kwijt geweest.”

Anno 2025 ontvangt Paradox subsidie van de gemeente Tilburg, de provincie Noord-Brabant en het Fonds Podiumkunsten. De rest van de begroting wordt met ticket- en barverkoop gedekt. Dat de subsidiestromen geregeld onder druk hebben gestaan blijkt onder meer uit een iconische archieffoto uit 1996, die in de werkkamer van Paradox prijkt: prominente Tilburgse jazzmusici kleedden zich uit in de vrieskou om te protesteren tegen de ‘uitkleedpraktijken’ van Stichting Jazz In Nederland. Ook veertien jaar geleden vielen er klappen. “Toen Halbe Zijlstra ging snijden heeft iedereen hier wat salaris ingeleverd”, vertelt Van Straaten. “Maar we gingen niet bij de pakken neerzitten, we deden er juist een schepje bovenop.”

Die mentaliteit kenmerkt Paradox van begin af aan, zegt oprichter Langenhuijsen. “Geldproblemen hebben ons vaak in de weg gezeten. Ook in die eerste tien jaar moest geregeld knip op de portemonnee.” Langenhuijsen heeft altijd op vrijwillige basis voor Paradox gewerkt, pas na zijn vertrek in 1994 werden er taken van het bestuur aan betaalde krachten uitbesteed. Verschillende directeuren passeerden sindsdien de revue. Vrijwilligers zijn altijd een belangrijke spil in de organisatie gebleven: achter de bar, bij de kassa, als artiestenbegeleider. Op dit moment zijn ze met ruim zestig man sterk. “Zonder hen kan het niet”, zegt Van Straaten. “Veel andere podia hebben betaalde krachten voor dat soort taken, maar bij ons past dat niet. Paradox moet geen zakelijk, commercieel bedrijf zijn, maar los, gerund door mensen met passie voor muziek.”

Alles hier ademt jazz

Wie eenmaal voor de karakteristieke rode gordijnen op het podium heeft gestaan, keert er dikwijls met warme gevoelens terug, vertelt vocaliste Sanne Rambags. Op haar achttiende stond ze in Paradox als vrijwilliger achter de bar, inmiddels staat ze er zelf geregeld op de planken en heeft ze meerdere Edisons op haar naam. Al aan het begin van haar carrière mocht ze in Paradox komen repeteren, opnemen en try-outs spelen. Ze kreeg er advies en werd er uitgedaagd om met andere musici samen te werken. “Plekken die je dat soort kansen geven zijn zeldzaam, zeker voor startende musici. Paradox gaf mij van het begin af aan het gevoel dat ik er niet alleen voor stond. Voor mij was dat belangrijk, want als muzikant ben je toch vaak alleen.” Rambags heeft de indruk dat nagenoeg iedere Nederlandse jazzmuzikant zich bij het Tilburgse podium betrokken voelt. “En ook de internationale muzikanten die ik nu ontmoet geven aan dat Paradox een bijzondere plek in hun hart heeft. Binnen de jazzwereld zijn er ook allerlei eerbetonen aan Paradox: denk aan de bekende jazzdrummer Joey Baron, die gekleed in een Paradox t-shirt de wereld over gaat, of aan pianist Shai Maestro, die een nummer naar Paradox heeft vernoemd.”

Vocaliste Sanne Rambags in Paradox op 5 februari 2025.
Vocaliste Sanne Rambags in Paradox op 5 februari 2025. (Foto: Eddy Westveer, 2025) Alle rechten voorbehouden

Gevraagd of het Paradox van nu nog lijkt op het Paradox dat hij halverwege de jaren ’90 achterliet, knikt oprichter Langenhuijsen instemmend. “Het aanbod is nog steeds ruim en avontuurlijk. Je vindt er ouwe rotten, jonge mensen, soms experimenteel, dan weer stilistisch. ’T is werkelijk van alles.” Ook Bert Palinckx ziet hoe Paradox zich heeft ontwikkeld zonder haar ziel te verliezen. Destijds was hij een van de muzikanten die garant stond voor de hypotheek van Paradox. “Voor duizend gulden, als ik me niet vergis. Als ’t failliet zou gaan waren we het kwijt.” In de beginjaren voelde het podium volgens hem geslotener dan nu. “Er werd veel geblowd, avonden begonnen pas laat – en als buitenstaander voelde je je er ongetwijfeld wat bekeken.” Dat veranderde: “De verbouwingen, het rookverbod, de bredere programmering en samenwerking met andere plekken maakten Paradox toegankelijker. Daardoor kan de plek waarschijnlijk ook al zo lang voortbestaan. ’T is nog steeds een tegendraadse plek, een beetje anarchistisch, maar tegelijkertijd open, nieuwsgierig en verbonden met de scene.” Ook de betrokkenheid van musici is volgens Palinckx onveranderd. “Voor veel muzikanten is Paradox een tweede woonkamer. Op een gegeven moment had ik zelf ook de voordeursleutel, kon ik er op zondagmiddag gaan repeteren. Een podium dat zo breed gedragen is, zoveel goodwill krijgt van musici en waar zoveel mensen zich op vrijwillige basis zo hard voor inzetten, zoiets ken ik niet in Nederland. Tilburg mag er trots op zijn.”

De binnenkant van Paradox in de jaren ’80, met op het podium Soesja Citroen (zang), Leo van Oostrom (sopraansax), Berend van de Berg (piano), Jan Voogd (bas) en Arnoud Gerritsen (drums). (Foto: Niek Hermans, Regionaal Archief Tilburg, 1986)
De binnenkant van Paradox in de jaren ’80, met op het podium Soesja Citroen (zang), Leo van Oostrom (sopraansax), Berend van de Berg (piano), Jan Voogd (bas) en Arnoud Gerritsen (drums). (Foto: Niek Hermans, Regionaal Archief Tilburg, 1986) Alle rechten voorbehouden

Toekomstmuziek

Anno 2025 staan de kunstsubsidies opnieuw onder druk. Maken de programmeurs van Paradox zich daar zorgen over? Koen Graat: “Ja en nee. Ik maak me zorgen over de negatieve sfeer rondom kunst en cultuur, waardoor gezelschappen het zwaar hebben. Maar de gemeente Tilburg snapt dat cultuur een belangrijk uithangbord voor de stad is. Doorheen de jaren zijn zij altijd een stabiele partner geweest, ik geloof niet dat ze ons zouden laten vallen.” Van Straaten: “in veertig jaar tijd hebben we al zoveel stormen overwonnen, ik weet zeker dat we dat blijven doen. Er hebben hier altijd goede en betrokken mensen gewerkt, die ons er in tijden van financiële crises doorheen hebben gesleept. Zij maken ons een sterke en stabiele club.” Hoe de toekomst van het podium klinkt? Van Straaten: “Aankomende zomer wordt er opnieuw verbouwd. De bar wordt vernieuwd en verplaatst, zodat de zaal wat groter wordt”. Graat: “En over pakweg vijftien jaar is dit nog steeds een levendige, bruisende plek. Je vindt er de diversiteit die in de jazz gaande is, en de makers en het publiek blijven verjongen, waardoor steeds weer nieuwe generaties van jazz gaan houden en begrijpen hoe veelzijdig, avontuurlijk en tof die muziek is. Daardoor hebben we in Brabant een mega levendige jazzscene, waarvan Paradox een van de spil-organisaties is.”

Niko Langenhuijsen in een brief van 19 oktober 1984 gericht aan de burgemeester en wethouders van Tilburg.
Niko Langenhuijsen in een brief van 19 oktober 1984 gericht aan de burgemeester en wethouders van Tilburg: “Ik vind het nog steeds hoogst gênant, keer op keer te moeten vertellen dat de Gemeente Tilburg niet verder is gekomen in die 10 jaar dan een kleine subsidie per jaar op incidentele basis! Er zijn toch wel intelligentere manieren te bedenken om de initiatieven van de S.B.M. en Tilburgse musici te ondersteunen of te honoreren. Tilburg kan zich de laatste jaren vergelijken met steden als Amsterdam, Rotterdam, Groningen, Utrecht en Nijmegen wat betreft de actuele ontwikkelingen op het gebied van de jazz- en geïmproviseerde muziek.” (Bron: Archief Paradox) Alle rechten voorbehouden
Niko Langenhuijsen in een brief van 19 oktober 1984 gericht aan de burgemeester en wethouders van Tilburg.
Vervolg brief: “Ik wil nog even onderstrepen dat het gemis van een eigen ruimte niet zozeer van invloed is op het organiseren van konserten, maar vooral een gemis van een ontmoetingsplaats of werkplaats waar juist die dingen gebeuren die van belang zijn voor het voortbestaan van muziek. Met name sessions, het uitnodigen van vooraanstaande musici, het spelen van nieuwe stukken, nieuwe groepen en het uitproberen van nieuwe improvisatie-technieken.” (Bron: Archief Paradox) Alle rechten voorbehouden

Dit verhaal is tot stand gekomen met behulp van een stimuleringsbijdrage van het Tilburgs Mediafonds

Logo Tilburgs Mediafonds

Onderdeel van:

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!

Periodes