Sporen van een Romeinse tolk in Ruimel

Latijn, Germaans en Gallisch?
Tekening van de fragmenten van de grafsteen van Gaius Januarinus Sextus. De inscriptie luidt: "C. IANVARINUS .NTERPRES. VV OSSIB FECIT." Vertaald in het Nederlands staat er: "Gaius Januarinus Sextus Tolk maakte dit voor zichzelf bij leven". Bron: Cannegieter, Hendrik. Adversaria Epigraphica. Universiteitsbibliotheek Leiden, BPL 953 deel 3, fol. 83r, UB Leiden)

Als er één verschil is tussen de Romeinen en de lokale inwoners van Romeins Noord-Brabant, is dat de taal die ze spraken. De Romeinen spraken Latijn, en in de provincie werd Gallisch en Germaans gesproken. Om toch contacten te leggen en de taalbarrière te overbruggen, hadden Romeinen tolken in dienst.

Er is één tolk bekend uit Noord-Brabant, met de naam Gaius Januarinius Sextus. Hij had een driedelige naam: Gaius was zijn voornaam, Januarinius zijn familienaam en Sextus zijn bijnaam. Dit roept een aantal vragen op over zijn afkomst. Was Gaius een geboren Romein, en is hij meegereisd met het Tiende Leger naar Nijmegen? Of was hij een lokale inwoner die na zijn carrière in het Romeinse leger het Romeinse burgerrecht heeft gekregen? En wat voor rol speelde hij in Romeins Noord-Brabant?

Romeinse tolken hadden een vaste positie in het leger. Hun voornaamste taak was het begeleiden van onderhandelingen tussen de Romeinse legerleiding en de lokale elite. Dit laat zien op welke manier de Romeinen het gebied regeerden: zij hadden geen intensieve contacten met de gehele lokale bevolking, maar stuurden de lokale elite aan. Door hier een tolk bij te betrekken, hoefden zij geen Gallisch of Germaans te leren. Ook konden tolken aanwezig zijn bij gesprekken met nederzettingen buiten de Romeinse grens. Hierdoor wisten de Romeinen wat er speelde in het grensgebied. Tolken hadden ook een sleutelrol bij de verhandeling van waren. Om het Tiende Legioen dichtbij Nijmegen te voorzien van voedsel en andere waren, moest er volop gehandeld worden.

Het gebruik van een tolk suggereert dat de Romeinen geen behoefte hadden aan intensief contact en culturele uitwisseling. Voor hen diende de provincie Germania Inferior, waar het gebied van Noord-Brabant onderdeel van uitmaakte, als een bufferzone tussen het Romeinse Rijk en de buitenwereld. De weinige invloed die de Romeinen uitoefenden op het gebied was voornamelijk bedoeld om Romeinse troepen makkelijk te kunnen verplaatsen naar de Limes. Daarvoor was een verhouding met de lokale elite voldoende.

Uit Romeinse schriftelijke bronnen wordt duidelijk dat zij neerkeken op de Gallisch en Germaans sprekende inwoners van het gebied. Tacitus vermeldt in zijn Historiae dat de “gewoonten en taal van de twee volkeren [Romeins en Gallisch of Germaans] aanzienlijk anders waren.” Vooral bij zijn uitspraak dat er binnen de Germaanse troepen “passies waren die correspondeerden met eigen gewoontes en talen, waarbij gewelddadig en onrechtmatig gedrag geoorloofd was” (Tacitus, 1925, p. 385 (3.33)). De taal die men sprak werd direct in verband gebracht met het gedrag dat werd vertoond.

Helaas is er over het leven van Gaius Januarinius Sextus weinig bekend. Hij liet wel een grafsteen achter die gevonden is in Ruimel. Het kan zijn dat hij als lokale bewoner terugkeerde naar zijn familie, maar het is ook mogelijk dat hij van elders kwam en zich als veteraan vestigde in het gebied waar hij lang in dienst was geweest. Doordat soldaten zich na hun carrière vestigden in Germania Inferior, drongen Romeinse culturele aspecten toch een beetje door in de provincie buiten de leefomgeving van de gestationeerde Romeinse soldaten.

De grafsteen van Gaius Januarinius Sextus is na de vondst in 1718 kwijtgeraakt en vergeten. Het jammere is dat we naast de steen geen verdere informatie hebben over de positie van de tolk, zijn levensloop en zijn rol in het gebied. In een wereld van Gallisch, Germaans en Latijn heeft de tolk waarschijnlijk een belangrijke rol kunnen spelen.

Onderdeel van:

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!

Periodes