Stadhouder Willem III en historische dilemma’s rondom seksualiteit

Portret van Willem III. (Bron: Caspar Netscher, 1680-1684, Rijksmuseum)

De seksualiteit van stadhouder-koning Willem III van Oranje (1650-1702) is het onderwerp van historisch debat. Volgens sommige historici was Willem homoseksueel, volgens anderen is dat slechts een gerucht verspreid door zijn politieke tegenstanders. Homoseksualiteit stond in Willems tijd als sodomie bekend en was ten strengste verboden en taboe, waardoor het in de geschiedschrijving vaak verborgen is gebleven.

De seksualiteit van stadhouder Willem III stelt historici voor een vraagstuk: hoe moeten we schrijven over historische figuren wiens seksualiteit misschien buiten de heteroseksuele norm lag? Aan de ene kant kan het lastig zijn om te schrijven over de seksualiteit van historische figuren. Er zijn lang niet altijd genoeg aanwijzingen. Voor het merendeel van de geschiedenis is homoseksualiteit taboe geweest, waardoor het vaak verborgen werd gehouden en voor historici moeilijk terug te vinden is in de overgebleven bronnen. Daarnaast is de manier waarop we over seksualiteit denken en praten altijd in ontwikkeling en dus moeilijk toe te passen op het verleden. Termen als homoseksualiteit en heteroseksualiteit werden pas in de loop van de negentiende eeuw gedefinieerd.

Aan de andere kant kan het juist waardevol zijn om te beargumenteren dat deze historische figuren queer waren. Dit laat zien dat niet-hetero identiteiten en relaties niet iets nieuws zijn, maar door de hele geschiedenis bestaan hebben. Het doorbreekt daarbij ook het beeld van heteroseksualiteit als standaard en laat zien dat ook belangrijke historische figuren zoals Willem III misschien queer waren. Zo kunnen historici een stem geven aan een groep die door de geschiedenis heen vaak genegeerd is.

Biografie

Willem III werd geboren op 14 november 1650, slechts acht dagen na het overlijden van zijn vader, stadhouder Willem II (1626-1650). Zijn moeder was de Engelse Maria Henriëtte Stuart (1631-1660). In Willems jonge jaren leek het onwaarschijnlijk dat hij, net als zijn vader, stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zou worden. De Republiek bevond zich sinds het overlijden van Willem II namelijk in het Eerste Stadhouderloze Tijdperk: vanwege de impopulaire Willem II was er besloten dat er nooit meer een Oranje stadhouder zou zijn. Dit veranderde in 1672, een jaar dat in Nederland als het Rampjaar bekend staat. De Republiek werd tegelijkertijd aangevallen door Engeland, Frankrijk, Keulen en Münster. Willem III kreeg de macht, en redde de Republiek met succes.

Dit was slechts het begin van Willems politieke carrière. In 1685 kwam in Engeland Jacobus II (1633-1701) – de vader van Willems echtgenoot Maria II (1662-1695) – aan de macht, waardoor Willem ook in de Engelse troonopvolging kwam. Jacobus was een katholieke koning in het overwegend protestantse Engeland. Toen hij een zoon kreeg werden de Engelse edelen bang dat ook hij katholiek opgevoed zou worden, en schakelden ze de hulp van Willem in om hem van de troon te stoten. In 1688 leidden Willem en Maria de zogenaamde Glorious Revolution, waarbij zij de macht overnamen van Jacobus en tot koning en koningin van Engeland gekroond werden. Het huwelijk van Willem en Maria was gebaseerd op diplomatie, niet op liefde. Hoewel ze in de latere jaren van hun huwelijk een goede band en wederzijds respect voor elkaar hadden, was Willem in eerdere jaren vaak onverschillig en onvriendelijk naar Maria. Ook hield hij er wellicht een maîtresse op na: Elizabeth Villiers (1657-1733), een hofdame van Maria.

De Nassaus zijn op verschillende manieren verbonden aan Breda. Ook stadhouder Willem III had een connectie met Breda: in 1668 hield hij zijn eerste Blijde Intrede in Breda, en vanaf toen verbleef hij er vaak. Onder zijn regering was Breda zelfs een keer residentiestad. Willem had ook invloed op het stadsaanzicht van Breda: onder hem werd bijvoorbeeld het Kasteel verder uitgebreid en gemoderniseerd. In 1921 kreeg Willem III een standbeeld – vanwege deze nauwe relatie werd ervoor gekozen om dit standbeeld in Breda te plaatsen.

Foto van het ruiterstandbeeld van Willem III in Breda. (Bron: L. M. Tangel, 2003, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)
Foto van het ruiterstandbeeld van Willem III in Breda. (Bron: L. M. Tangel, 2003, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Seksualiteit

De geruchten over Willems homoseksualiteit waren al langer bekend, maar werden lange tijd ontkend door historici, zoals bijvoorbeeld in de biografie William of Orange: a Personal Portrait geschreven door Nesca Robb. Het debat rondom Willems seksualiteit werd aangewakkerd door historicus Dirk Noordam, die in zijn boek Riskante Relaties beargumenteert dat Willem homoseksueel was. Tijdens zijn huwelijk met Maria onderhield Willem verschillende relaties met mannen, waarover Noordam speculeert dat deze mogelijk homoseksueel waren. Twee van Willems relaties staan hierbij centraal: die met zijn jeugdvriend Hans Willem Bentinck (1649-1709) en zijn latere gunsteling Arnold Joost van Keppel (1670-1718).

Als voorbeelden van de mogelijk intieme relatie tussen Willem en Bentinck noemt Noordam onder andere het portret van Willem waar in 1676 Bentinck aan liet toevoegen: een zeldzaam dubbelportret van twee mensen van hetzelfde geslacht. Daarnaast wijst Noordam ook op briefwisselingen tussen de twee, waarin Willem zinnen schreef als “zonder U kan ik niet leven” en “ik hoop U morgen te omhelzen”. Bentinck kreeg allerlei belangrijke posities toebedeeld, waardoor hij in de omgeving van Willem kon blijven. Vanaf 1690 werd Bentinck langzaam vervangen door de jongere Arnold Joost van Keppel.

Dubbelportret van Willem III en Hans Willem Bentinck. (Bron: Willem Souven, 1676, Stichting Kasteel Amerongen)
Dubbelportret van Willem III en Hans Willem Bentinck. (Bron: Willem Souven, 1676, Stichting Kasteel Amerongen)

Willems tijdsgenoten speculeerden al over zijn seksualiteit en over de aard van zijn relaties met Bentinck en Van Keppel. Dit kwam eerst vooral van zijn politieke tegenstanders in Engeland. Volgens hen was er maar één verklaring voor de invloed die deze mannen op de koning hadden: ze deelden het bed met hem. Zo schreef een tegenstander bijvoorbeeld dat Willem “met Bentinck op z’n Italiaans speelt”, een verwijzing naar het stereotype geloof dat sodomie veelvuldig voorkwam in Italië. De motieven van de beschuldigingen van politieke tegenstanders zijn uiteraard niet zuiver, echter speelden de roddels over zijn seksualiteit ook in Willems directe omgeving. Niemand minder dan Bentinck zelf waarschuwde Willem in een brief dat zijn relatie met Van Keppel aanleiding was tot verdenkingen van sodomie.

Noordam concludeert uit zijn onderzoek dat het absolute bewijs ontbreekt, maar vindt dat Willem III vrijwel zeker een homoseksuele geaardheid toegeschreven mag worden. Gezien Willems relaties met zijn vrouw en zijn mogelijk maîtresse, kan het niet uitgesloten worden dat hij ook op vrouwen viel, en zich vandaag de dag dus eerder als biseksueel or panseksueel zou identificeren. Geen van deze termen bestonden echter in Willems tijd. Dus ongeacht Willems seksuele voorkeur, hij zou zichzelf in elk geval niet als bi-, pan-, of homoseksueel geïdentificeerd hebben.

Historische dilemma’s

Het bewijs voor Willems homoseksualiteit is niet voor iedereen overtuigend. Een tegengeluid komt van historicus Tony Claydon, die een biografie van Willem III schreef. Claydon erkent de uitzonderlijk nauwe band tussen Willem en Bentinck en Van Keppel, maar beargumenteert tegelijkertijd dat de affectie in Willems correspondentie met deze mannen niet meer was dan affectie tussen goede vrienden en bondgenoten. Hij schrijft ook dat de beschuldigingen van homoseksualiteit in Nederland nooit speelden, en dat het wellicht dus alleen ging om laster verspreid door zijn Engelse politieke rivalen.

De relaties van Willem met Bentinck en Van Keppel lijken bijzonder nauw, maar we kunnen niet met zekerheid vaststellen of deze ook romantisch zijn geweest. Ook de eigentijdse beschuldigingen van homoseksualiteit zijn onbetrouwbaar, aangezien deze voornamelijk door Willems tegenstanders werden gemaakt. In dit opzicht kan stadhouder Willem III vergeleken worden met de latere koning Willem II (1792-1849), wiens seksualiteit ook lange tijd betwist werd. Argumenten dat de koning op mannen en vrouwen viel werden lang afgedaan als laster. In 2004 werden er echter nieuwe bronnen geopenbaard die definitief aantoonden dat koning Willem II relaties onderhield met zowel mannen als vrouwen.

Volledig waterdicht bewijs voor de seksualiteit van een historische figuur is dus niet altijd mogelijk, maar duidelijk kan zich wel later alsnog aandienen, zoals in het geval van koning Willem II. Daarom blijft stadhouder Willem III een interessante figuur wiens seksualiteit ruimte voor interpretatie biedt.

Onderdeel van:

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!