Verbinding in dansen door balfolk: “Het is mooi om je er helemaal aan over te geven”

Via een fantasyforum leerde muzikant Niek van Uden over balfolk, een combinatie van volksdansen, livemuziek en jamsessies. “Internetcultuur geeft toegang tot dit soort muziek.” In Nijmegen ging hij voor het eerst naar een bal, iets dat hem als accordeonspeler inspireerde. Inmiddels speelt hij zelf in balfolkband BmB met bandleden Luc Plompen (teksten en zang) en Wouter Kuyper (doedelzakken, fluiten, chalumeau), met Tilburg als uitvalsbasis.

Balfolk of volksdansen?

Balfolk is een dansstijl die in heel West-Europa bekend is, maar elke regio heeft vaak een eigen traditie. Voor Brabant zijn een aantal traditionele liederen en dansen vastgelegd door Harrie Franken in Liederen en dansen uit de Kempen, uit 1978. Dit soort naslagwerken wordt gebruikt bij zowel volksdansen als balfolk. “In Nederland wordt er onderscheid gemaakt tussen volksdansen en balfolk, in andere landen is dat verschil niet altijd zo duidelijk aanwezig. Bij volksdansen proberen de dansers terug te gaan naar de traditie, dus historisch verantwoorde dansen, muziek en kleding.” Balfolk is daarentegen wat ‘losser’, het is meer zogenoemde social dancing, waarbij een combinatie van ontmoeting, verbinding en zelfexpressie centraal staat. Het historische element staat wat op de achtergrond. “De ontmoeting van mensen is belangrijker dan de voorstelling van geschiedenis. Dat is niet zwart/wit, volksdansen is soms vrijer en balfolkgroepen soms juist strenger.”

Een bal begint met een liveprogramma met dansen, daarna volgt een jamsessie. “Iedereen die wil en een instrument heeft meegenomen, mag meedoen tot het eind van de avond. Of tot de dansers en muzikanten allemaal helemaal op zijn.” In balfolk dans je zowel in koppels als in groepen en er worden ook zogenoemde rijdansen gedaan. Alle dansen en passen die je op een balfolk avond doet, zijn gebaseerd op een bepaalde volksdans. “Maar historische correcte vorm wordt losgelaten ten behoeve van connectie en plezier. Spel, improvisatie en connectie met je danspartner staan centraal.”

Die connectie voel je niet alleen als danser, maar ook als muzikant: “Er zijn veel groepsdansen, als de hele zaal dezelfde beweging doet, dat geeft voor de muzikant op het podium een heel mooi beeld. Er zit een schoonheid in een zaal die helemaal beweegt op jouw muziek. De beweging van de dans, mensen zijn letterlijk ingehaakt, dan dein je al op hetzelfde ritme mee. Dat is een bijzondere ervaring, om met een groep zo één te zijn. Het is mooi om je daaraan over te geven.”

“Salsa van bij ons”

Bandlid Luc put inspiratie uit historische bronnen en Brabants dialect voor de liedjes van BmB. Dat is voor het genre best wel bijzonder. “Wij hebben allemaal onze eigen invloed. Wouter en ik dansen meer, Luc is meer van de teksten, die houdt ook wel van dansen maar die wil meer vertellen. Hij staat heel erg stil bij de tekst. Bij balfolk zijn gezongen liederen ook niet per se standaard, want het gaat vooral om het dansen.”

Niek en Wouter kijken weer anders naar het historische deel van balfolk. “Balkfolk heeft het erfgoed in zich, het is historisch gebaseerd, en ik als muzikant ken ook zeker bepaalde klassiekers.” Maar voor Niek is het ook belangrijk dat hij bij balfolk juist zijn eigen invulling kan geven. “Ik ben zelf gaan componeren, als muzikant met een klassieke achtergrond. Op het conservatorium keek ik naar de grote componisten en dacht ik wel eens, hoe kan ik ooit zelf beginnen aan componeren. Balfolk gaf me juist een kans door de toegankelijkheid van het genre.”

Als de band speelt, merken ze dat er regionale verschillen zijn. “Wij komen bij de volksessies in Tilburg. Voor sommige mensen daar is het heel belangrijk dat de muziek en dansen uit de streek komen.” Maar door internet is de cultuur van balfolk opengesteld. “Ooit was er wel een verschil tussen streken, toen was het van dorp tot dorp anders. Maar door alle communicatiemiddelen kun je nu juist overal aansluiting hebben.”

Laagdrempelig en open

Die aansluiting is sowieso een kenmerk aan de balfolkcultuur. “Het is een open subcultuur, de dansen zijn laagdrempelig.” Je moet de basispassen leren, maar aan het begin van een bal is er meestal een zogenoemde initiatie waarbij nieuwkomers de passen aangeleerd krijgen. “Als je de dans weet, weet je het ritme en dan kun je altijd meedoen”.

Wie begint met dansen, zoekt meestal aansluiting bij een lokale scene. Voor Niek was dat dus in Nijmegen, maar later bij David Cornelissen, die ook bij de Veulpoepers speelt, in Tilburg.

In veel landen is balfolk een familiecultuur, de hele familie van jong tot oud doet mee. In Nederland is het geen familieaangelegenheid. De kerngroep is twintigers en dertigers, maar het publiek kent alsnog uiteenlopende leeftijden. “Onder onze dansvrienden zijn pensionado’s en studenten. Iedereen gaat met elkaar om, het is echt intergenerationeel. Bij veel andere fysieke inspanning is het niet zo toegankelijk. Maar in balfolk zijn de passen gemakkelijk, en je bent ook niet met elkaar in competitie. Alleen met jezelf.”

Behalve in leeftijd, loopt het publiek ook op andere manieren uiteen. “Je merkt dat er veel energie is. Omdat het zo open is, merk je ook veel neurodiversiteit, ook omdat de verdraagzaamheid in de cultuur heel groot is. Dat vind ik zelf heel aantrekkelijk aan de scene. Voor mensen die met prikkels worstelen is het ook een fijn genre, omdat het geluid niet zo heel hard staat. Iedereen kan er zelfexpressie via dans kwijt.”

“Het podium is laagdrempelig”

“Je kan elk weekend dansen in Nederland, maar niet altijd bij jou in de buurt. Als Nederlandse balfolkband mag je blij zijn als je elke maand optreedt, dat vaak al niet. De scene is relatief klein en er worden veel buitenlandse bands geprogrammeerd.” Tegelijk is het moeilijk om zelf in het buitenland op het podium te komen, omdat de cultuur daar wat beschermender staat tegenover lokale bands. “Er is beperkte capaciteit, bands hebben vaak een relatief kort leven in balfolk. Grotere groepen die in Europa toeren, kunnen het nog wel eens langer volhouden.”

Behalve bals spelen de meeste balfolkbands op festivals, waaronder fantasyfairs. Onder het publiek bevinden zich mensen in pagan en wicca subculturen, maar ook metalheads en veel gothic en tribal. Sommige van de fantasyfairs zijn inmiddels heel populair en worden drukbezocht. Het betekent een nieuwe toestroom van publiek voor het genre. Ook speelt de band op festivals als het Brabantse Van Hier Festival en het Dennefeest, en dansfestivals als Cadansa. Die laatste is een groeiend festival, met ongeveer duizend unieke bezoekers per dag. “Je denkt altijd: het kan nog wel wat groter en we kunnen nog meer mainstream. Ik vind het belangrijk dat mensen een beter beeld van balfolk krijgen.”

Wat Niek zo mooi vindt aan het genre, maakt het soms ook lastig voor bands: “Het podium is heel laagdrempelig, maar dat maakt het ook moeilijk professionaliseren.” Maar het maakt het genre uniek. “Aan balfolk is dat live muziek element heel eigen, je moet het echt beleven. Als je wil gaan dansen dan doe je dat vrijwel altijd met live muziek. Als muzikant is dat heel tof.”

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!

Periodes