Babi pangang is van oorsprong uitgevonden in China eind 19e eeuw, waarbij heel vet varkensvlees werd gebruikt. Dat werd in een speciale oven gegaard en gesneden. Dat gerecht was beschikbaar in Nederland, maar het werd maar weinig besteld. Het gerecht is in Eindhoven in de jaren 50 uitgevonden door Olivier Ching. Daarom kwam een kok van het legendarische restaurant Pom Lai in Eindhoven met een idee om het traditionele recept aan te passen. Dat deed hij omdat veel mensen het gerecht veel te vet vonden. Hij heeft daarbij een ander stuk varkensvlees gebruikt en een ander sausje. Het varkensvlees is geroosterd voor een knapperig korstje, vandaar de naam babi (varken) pangang (geroosterd).
Het originele recept gebruikt een scherpe of zoute saus, meestal zwartebonensaus. Die saus was ook een heel stuk dunner dan het Nederlandse recept, dat een heel stuk dikker, zoeter en gemaakt is met tomatenpuree. Na de grootwording van de Nederlandse versie werd het in veel meer Chinese restaurants gemaakt en werd het veel gekocht. Het originele gerecht werd opgericht door een mix van verschillende keukens, namelijk de Chinese kooktechnieken, Indonesische kruiden en lokale ingrediënten, maar het is aangepast door een andere kooktechniek en andere ingrediënten te gebruiken. Het gerecht is opgericht door de Chinese migranten in Nederlands-Indië. Doordat er na het jaar 2000 veel traditionele Chinese restaurants sluiten, is het ook steeds minder verkrijgbaar, tenzij je het zelf wilt maken. De reden dat de restaurants sluiten komt door verschillende oorzaken inflatie, veranderingen in smaak of doordat er geen mensen zijn die de restaurants over willen nemen, omdat de eigenaren op leeftijd raken en er geen opvolging is.
Mocht je het zelf willen maken? Het Nederlandse recept volgt:
Ingrediënten:
Voor het vlees:
800 g varkensnek
1 el vijfkruidenpoeder
2 tenen knoflook (fijngehakt)
Zout en peper
1 el vijfkruidenpoeder
2 tenen knoflook (fijngehakt)
Zout en peper
Voor de saus:
1 blikje tomatenpuree (70 g)
150 ml water
2 el ketjap manis
2 el bruine suiker
2 el rijstazijn (of witte azijn)
1 el sambal oelek
1 tl geraspte gember
1 teen knoflook (fijngehakt)
1 el maizena (aangemaakt met een beetje water)
150 ml water
2 el ketjap manis
2 el bruine suiker
2 el rijstazijn (of witte azijn)
1 el sambal oelek
1 tl geraspte gember
1 teen knoflook (fijngehakt)
1 el maizena (aangemaakt met een beetje water)
Bereidingswijze:
Vlees marineren: wrijf het vlees helemaal in met de vijfkruidenpoeder, knoflook, zout en peper. Laat dit minimaal 30 minuten rusten in de koelkast.
Vlees garen: verwarm de oven voor op 200 graden Celsius. Rooster het vlees in ongeveer 40 minuten gaar en krokant. Draai het vlees na 20 minuten in de oven om. Snijd het in plakken van 1 tot 2 cm.
Saus maken: fruit de knoflook en gember kort in een pannetje. Voeg de tomatenpuree toe en bak 1 minuut mee om te garen.
Saus binden: voeg het water, de ketjap, bruine suiker, azijn en sambal toe. Breng het aan de kook. Bind de saus met maizena tot de gewenste dikte.
Serveren: leg de plakken vlees op een bord en giet de hete saus eroverheen. Serveer direct of met een bijgerecht van nasi en zelfgemaakte atjar tampoer.
Dit artikel is tot stand gekomen tijdens de Impact Driedaagse in 2026. Leerlingen van het Sint-Janslyceum uit ‘s-Hertogenbosch kregen de kans zich het erfgoed van Brabant eigen te maken en er zelf een verhaal aan toe te voegen.Â