Waarom het waterschap De Dommel het eerste waterschap werd dat de formele zuiveringstaak toegewezen kreeg

Uitsnede van een foto met daarop watergraaf dhr. Mr. Th.A.J. Vosters in 1970. (Bron: Waterschap de Dommel / BHIC)

Het waterschap “Het stroomgebied van de Dommel” was formeel op 1 januari 1950 het eerste waterschap waarbij naast een taak op het gebied van waterkwantiteit er ook taken en doelstelling en werden toebedeeld op het gebied van waterkwaliteit. Daarom vieren wij dit jaar (2025) bij ons waterschap “75 jaar zuiveringswerk”.

Een brief in oorlogstijd

In mei 1940 stuurt Gedeputeerde Staten van de Provincie Noord-Brabant een brief aan het toenmalige bestuur van het waterschap “Het stroomgebied van de Dommel”. Hierin werd medegedeeld dat GS het wenselijk achtten om een systematisch onderzoek in te stellen naar de verontreinigingen van de openbare wateren”. Een brief die 10 jaar later zorgde voor een keerpunt bij het waterschap

Mei 1940 staat bij iedereen in het geheugen gegrift als de datum waarop ons land werd binnen gevallen en, na een kort gevecht en een bombardement op Rotterdam. Nederland zich over geeft aan Duitsland. De datum markeert ook een turbulente periode bij het jonge waterschap welke uiteindelijk zou eindigen met een ingrijpende reorganisatie van het bestuursapparaat en een nieuwe taak op het gebied van waterkwaliteit. In ons jubileumboek van 100 jaar waterschap in 1963 omschrijft onze toenmalige watergraaf Mr. Th. A.J. Vosters de datum van 1 januari als het “tweede keerpunt” in de geschiedenis van het in 1863 opgerichte waterschap.

Te weinig petunia’s

De reactie van het waterschap op deze brief kwam al op 8 juli 1940. Het toenmalige bestuur van het waterschap vond de voorgestelde maatregelen prima maar vond waterzuivering een rijkstaak. Het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA, voorloper van de Waterdienst van Rijkswaterstaat) en de Inspectie van volksgezondheid moesten er maar mee bezig zijn. Toch gaf het waterschap in augustus 1940 opdracht aan het RIZA voor een onderzoek. De rol van de Tweede Wereldoorlog, de onzekere tijden en de moeilijk te verhalen kosten leiden er uiteindelijk toe dat het onderzoek slechts 2 dagen heeft geduurd. (Het hierboven gememoreerde jubileumboek spreekt overte weinig petunia’s”)  De conclusie die toen werd getrokken was dat de grote steden de vervuilers bleken.

Naarmate de oorlog onverwacht bleef voortduren en de verontreinigingen binnen het gebied van het waterschap een zorgwekkend niveau bereikte wijzigde het standpunt van het waterschapsbestuur. Men wilde zich nog geen bevoegdheid aanmeten maar wilde wel de vervuiling bestrijden.

In de vergadering van 9 januari 1943 werd besloten om een kleine reglementswijziging in te voeren en het waterschap “keurbevoegdheid” te geven om de vervuiling te bestrijden. Ondertussen kregen gemeenten het advies om rioolstelsels aan te leggen en slechts gezuiverd water toe te laten op de rivieren.

Een op 14 april 1943 vastgestelde provinciale verordening betreffende de waterhuishouding temperde de verwachtingen bij het waterschap waardoor deze opnieuw een afwachtende houding aannam. De voorgestelde reglementswijziging van het waterschap heeft dan ook nooit het provinciaal blad bereikt.

Het stinkende paleis van De Quay

Het zou weer enkele jaren duren voordat “nieuw leven in deze nijpende materie werd geblazen”.  Op 27 november 1947 belegde de nieuwe commissaris van de koningin prof. Dr. J.E. de Quay een bijeenkomst van vertegenwoordigers van gemeenten uit het stroomgebied.

Jan_de_Quay_1962_(1)
Foto van Jan de Quay in 1962. (Foto: Harry Pot, Nationaal Archief)

Namens het waterschap waren de heren Knaapen (waarnemend watergraaf) en Roefen (griffier) aanwezig. Het RIZA was o.a. vertegenwoordigd door Ir. F.J. Ribbius. Van laatstgenoemde is de beroemde quote “De Dommel kwam op gang omdat enkele dagen in het jaar Gouverneur de Quay uit zijn paleis stonk”.

De twee jaar die volgden waren op zijn zachts gezegd tumultueus. De burgermeester van Eindhoven krijgt het verzoek om overleg met gemeenten te organiseren. Er worden commissies ingesteld met inspecteur Volksgezondheid, publiek rechterlijk juristen, grote industriële bedrijven en grote gemeenten. Er werden rapporten geschreven,  (“Fabrieken, trafieken en particulieren zijn de vervuilers. Niet de gemeenten”) rapporten gebruikt (Regge arrest)en vergadert.

Het bleek een behoorlijke bestuurlijke uitdaging voor de inmiddels ingestelde Dommelcommissie en de uitdagingen werden geclassificeerd op basis van een drietal theorieën. In de discussie die volgde sneuvelden de Belangentheorie (Te veel met rijk, provincie, gemeenten en waterschap) en de  Causaliteitstheorie (Iedere vervuiler eigen maatregelen is niet uit te voeren). De  Doelmatigheidstheorie bleef overeind. Men heeft nog even gedacht aan een Gemeentewet maar met 46 gemeenten in het Dommelgebied bleek dit, ook voor de Quay, moeilijk in beweging te krijgen.

In het voorjaar van 1949 kwam het rapport van de Dommelcommissie. Inhoudelijk waren er geen bezwaren vanuit gemeenten en uiteindelijk was ook het hoofdbestuur van het waterschap op 8 juni 1949 akkoord met de voorgestelde reglementswijzigingen.

Op 19 juli 1949 is tijdens een Statenzitting formeel besloten om het Reglement voor het waterschap stroomgebied de Dommel aan te passen waarbij formeel de weg vrijgemaakt werd voor de invoering van de nieuwe taak voor het waterschap (de zuivering van afvalwater). De weg was vrij voor het waterschap om op 1 januari 1950 als eerste in Nederland te beginnen aan de nieuwe zuiveringstaak.

Een “beroepswatergraaf”

Van een einde aan een tumultueuze periode was echter nog geen sprake. Op 9 april 1949 verschijnt onderstaande advertentie in het landelijk dagblad De Volkskrant.

ABCDDD_010877613_mpeg21_p006_image
Het dagelijks bestuur van het waterschap „Het Stroomgebied
van de Dommel” te Boxtel roept sollicitanten op voor de
vervulling van het ambt van
WATERGRAAF
Gegadigden, die hiervoor in aanmerking wensen te komen.
worden verzocht hun sollicitaties, vergezeld van een uitvoerige
levensbeschrijving met gelijktijdige mededeling van de door
hen tot heden vervulde betrekkingen en hetgeen verder tot
aanbeveling kan strekken, vóór 24 April a.s. in te zenden
aan de waarnemend Watergraaf. de heer J. P. Knaapen te
Geldrop. Nieuwendijk 73.
Tot benoeming zullen slechts zij worden voorgedragen, die
beschikken over de nodige bestuurlijke kwaliteiten en een
gedegen kennis bezitten van waterstaats- en waterschaps-
aangelegenheden De bezoldiging zal maximum t 9000.—
bedragen. Persoonlijk bezoek UITSLUITEND na oproeping

 

Het waterschap doet op 13 juni 1949 een voordracht voor een nieuwe watergraaf en noemt daarbij de namen van de heren Roefen (voormalig griffier van het waterschap) en Van Tuyl (voormalig jurist van gemeente Eindhoven).
Het waterschap zag geen van de door het bestuur aanbevolen kandidaten gekozen worden, maar in plaats daarvan een door de provincie gekozen kandidaat;  dhr. Mr. Th.A.J. Vosters voormalig secretaris / penningmeester uit de gemeente Wieringermeer.

De kranten staan op 20 juli 1949, daags naar deze bekenmaking vol met dit nieuws waarbij ook de ontwikkelingen rondom de nieuwe zuiveringstaak van het waterschap wat naar de achtergrond werden geduwd.

Het heeft nog wel een paar maanden gerommeld. Er is sprake van een besloten bestuursvergadering van 28-9-1949 waarvan de notulen destijds een tijd niet openbaar gemaakt werden. Ook blijft het al dan niet samenvoegen van waterschappen Dommel en Aa een thema

Op 27 december 1949 (“derde” kerstdag) is de heer Vosters (inmiddels formeel watergraaf) ook formeel in de bestuursvergadering geïnstalleerd als voorzitter  van het nieuwe hoofdbestuur van het waterschap en stonden alle lichten op groen voor de start van het “waterschap 3.0.
Een start die in januari 1950 belichaamd werd door de heer Vosters die in de eerste bestuursvergadering ruim aandacht gaf aan een samenvatting van het verleden maar ook een frisse kijk op de nieuwe periode.

Vosters
Uitsnede van een foto met daarop watergraaf dhr. Mr. Th.A.J. Vosters in 1970. (Bron: Waterschap de Dommel / BHIC)

 

Veel lof en aandacht

Ook veel aandacht en lof is er in de kranten van februari 1950. Koppen als “Er is nog hoop voor de Dommel” spreken boekdelen. De Provinciaal Noord-Brabantse Courant van destijds citeert onze nieuwe watergraaf:
“Onze eertijds zo schilderachtige en gezonde rivier de Dommel dreigt te verstikken in het vuil, dat zij door de steeds toenemende industrialisatie en de daarmede gepaard gaande bevolkingsaanwas in onze streek moet verwerken.
Jaar in, jaar uit heeft men deze klacht soms in ietwat andere bewoordingen kunnen opvangen. Maar ziet, er is nog hoop voor onze goede Dommel.

Na van de ene specialist naar de andere verwezen te zijn is dan eindelijk het waterschap „Het Stroomgebied van de Dommel” met een zuurstofapparaat komen aansnellen Oef! Dat was op het kantje af! Thans is er weer hoop, hoop voor de boeren, hoop voor de hengelaars!

Het waterschap „Het Stroomgebied van de Dommel” kreeg er namelijk een taak bij: de zuivering van het afvalwater. Jarenlang klachten, speciaal de klacht van Den Bosch 1939 die het wenselijk maakte een systematisch onderzoek  in te stellen. Vlak de vervuiling van Den Bosch niet uit. En die van Tilburg en Eindhoven. De riviertjes kwamen schoon over de grens en werden onderweg naar de Maas dusdanig vervuild dat zij zich op weg naar de Maas niet meer konden herstellen. Zwaar vervuild kwam zij aan bij de poorten van Den Bosch welke er nog een schepje boven op deed. Nadat de Aa ietwat verdunnend had gewerkt viel de naar adem snakkende Dieze in de Maas. Ze huppelt fris en monter Nederland binnen en sterft even later bijna de verstikkingsdood.

De hoofdstad van de provincie heeft er last van en is medeplichtig (schijnbaar ging alleen de gemeente Vught vrijuit door haar afvalwater afdoende te behandelen). De Maas werd ook steeds vuiler. Ook door diverse gebieden in haar stroomgebied Bundeling dus van alle benodigde instanties zal de Vuil-water wolf kunnen vernietigen”

Hoop die de afgelopen 75 jaar is omgezet in daden. Behandeling van afvalwater zou, wat mij betreft, op de nominatie mogen staan voor de “Nobelprijs voor de gezondheidszorg voor de twintigste eeuw”. Grote woorden wellicht maar het geeft een beeld bij wat ik voel als trotse medewerker van de afdeling (afval-)water van het waterschap. Op naar nieuwe innovaties en naar wellicht toch nog een nieuwe prijs in nieuwe tijden.

Dit verhaal is geschreven in een serie over 75 jaar zuiveringswerk van Waterschap De Dommel. Hieronder een overzicht van de verhalen.

Onderdeel van:

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!

Periodes