Govert Heijnen

Leugenaar of held?
Prins van Oranje bij Quatre Bras in 1815, vlak voor de Slag bij Waterloo. (Bron: Jan Willem Pieneman, Rijksmuseum, 1817-1818)

Mijn betovergrootvader heette Govert Heijnen, geboren op 17 februari 1797 in Klundert. Tot diep in de twintigste eeuw ging zijn naam regelmatig rond in de familie. Dan werd er verteld of geschreven over ‘Govert de Leugenaèr’, die als infanterist van Napoleon verzeild raakte op de Russische steppen en bij de Slag bij de Berezina getroffen werd door een bijl in zijn hiel. Het fascineerde me dat dat verhaal twee eeuwen wist te overleven maar tegelijk bracht zijn bijnaam me in verwarring. Was het allemaal wel echt gebeurd? Was het verhaal vooral dat Govert de boel bij elkaar had verzonnen en daarom als leugenaar te boek stond, ook nog lang na zijn dood? Of was het een verzinsel van mijn vader of een van zijn broers, die bekend stonden om hun grenzeloos gefantaseer? Tijd voor nader onderzoek.

Napoleontische tijd

Govert was het vijfde kind en de derde zoon van Leonardus Heijnen (1759-1829) en Cornelia van der Snel (1766-1846). Hij wordt vernoemd naar zijn oom Govert van der Snel, die getuige is bij zijn doop, net als zijn oma Anna Maria Wessels. Govert wordt geboren in Klundert maar gedoopt in Standaardbuiten.

Het geboortebewijs van Govert Heijnen in een fragment van een kerkboek.
Het geboortebewijs van Govert Heijnen in een fragment van een kerkboek. (Bron: Family Search, 1797)

Een paar jaar voor de geboorte van Govert is Klundert veroverd door de legers van Napoleon. De belastingen gingen omhoog en Nederlandse jongens en mannen moesten vechten in het Franse leger, onder andere in die rampzalige Russische veldtocht van 1812. Dat Govert daaraan heeft deelgenomen en verzeild raakte in de dramatische Slag bij de Berezina is niet onmogelijk maar tegelijk niet zo heel waarschijnlijk; hij was toen pas 15 jaar. Zijn naam is ook niet terug te vinden in de archieven met Nederlandse soldaten in Franse dienst.

Tegen het einde van Napoleons heerschappij slaat de weerstand om in openlijk verzet. Wanneer de Fransen in 1813 zijn verzwakt na hun nederlagen in Rusland en Duitsland, komen de Nederlanders in opstand. In november 1813 wordt de Franse overheersing beëindigd en keert Willem I terug als soeverein vorst, wat de basis legt voor het Koninkrijk der Nederlanden in 1815.

Op naar Waterloo

In 1815 besluit een aantal Europese mogendheden ten strijde trekken tegen Napoleon, die net daarvoor is teruggekeerd van zijn eerste verbanning naar Elba. En laat ik – zoekend door de militaire archieven en wat dozen met familiegeschiedenis – op enig moment nou toch verschillende bewijzen vinden dat Govert deel heeft uitgemaakt van dat leger! Hij heeft dus wel degelijk deelgenomen aan de Napoleontische oorlogen; alleen, niet in dienst van Napoleon maar van de geallieerde legers.

In een militair stamboek is de inschrijving van Govert bij het 2e regiment infanterie terug te vinden. Zijn achternaam wordt weliswaar gespeld als Hijnen maar het is onmiskenbaar mijn betovergrootvader omdat als zijn vader en moeder respectievelijk Leonardus en Neeltje Snel worden opgevoerd. Govert is ‘5 voeten, 1 duim, 2 streek’ groot ‘bij zijne aankomst bij het Corps’, oftewel het is een ventje van ongeveer 1.59 meter! Hij heeft een rond gezicht, met ronde kin, een kleine neus en mond, donkerbruine ogen en wenkbrauwen en rossig haar.

Uitsnede van een van de Stamboeken van Onderofficieren en Minderen van de Landmacht 1813-1924
Uitsnede van een van de Stamboeken van Onderofficieren en Minderen van de Landmacht 1813-1924, waar we “Govert Hijnen” geregistreerd zien staan. (Bron: Nationaal Archief)
Stamboeken van Onderofficieren en Minderen van de Landmacht 1813-1924.
Uitsnede van het tweede blad van een van de Stamboeken van Onderofficieren en Minderen van de Landmacht 1813-1924, waar we “Govert Hijnen” geregistreerd zien staan. (Bron: Nationaal Archief)

Wanneer Napoleon midden juni België aanvalt, worden de Nederlandse troepen – die verspreid over Brabant zijn gelegerd – gealarmeerd. Govert marcheert met het 17e bataljon nationale militie in de richting van Leuven waar de troepen zich verzamelen. Dit bataljon staat onder leiding van luitenant-kolonel Nicolas van Stolz- Wieling. Het is een onderdeel van de 1e brigade (onder leiding van kolonel Hendrik Detmers (1761-1825)), welke vervolgens weer onderdeel was van de 3e divisie van het Nederlandse leger (dat onder bevel stond van luitenant-generaal David Hendrik Chassé (1765-1849)). Het 17e bataljon bestaat uit ongeveer 500 militairen en is een zogeheten flankcompagnie, die bijna uitsluitend bestaan uit nog onervaren dienstplichtigen en vrijwilligers onder bevel van een ervaren kapitein met enkele ervaren sergeanten en korporaals.

De slag bij Quatre Bras

Het 17e bataljon speelt een belangrijke rol in de slag bij Quatre Bras op 16 juni 1815, waar het samen met andere Nederlandse eenheden de Franse aanvallen op het kruispunt weet af te slaan. Het vecht vooral aan de rechterflank van de geallieerde linie en neemt het op tegen de Franse 6e divisie onder generaal Lefebvre-Desnouettes, die over een grote cavalerie beschikt. Het bataljon lijdt zware verliezen maar houdt stand en toont moed en vastberadenheid in de slag bij Quatre Bras, die de opmaat vormt voor de beslissende slag bij Waterloo op 18 juni.

De slag bij Waterloo

Govert en zijn bataljon maken deel uit van de allesbeslissende bajonetaanval in Waterloo onder leiding van de 1e brigade van kolonel Detmers. Diens brigade bestaat uit zes bataljons, die de rechterflank van het geallieerde leger onder Wellington verdedigden. De brigade heeft de hele dag zwaar gevochten en lijdt veel verliezen geleden, maar blijft standhouden tegen de Franse aanvallen. Wanneer Napoleon zijn laatste reserve, de Keizerlijke Garde, inzet om de geallieerde linies te doorbreken, geeft Chassé aan Detmers de opdracht om een bajonetaanval uit te voeren.

De Franse soldaten van het 3ème en 4ème Grenadiers, die zwaar onder vuur hebben gelegen en denken de vijand eindelijk te hebben verslagen, bezwijken onder de druk van de aanval en slaan op de vlucht; sommigen gooien hun berenmutsen en ransels weg. De Fransen zijn verslagen, het leger is verslagen, Napoleon is verslagen.

Slag bij Waterloo
Kaart van de Slag bij Waterloo in de ochtend van 18 juni, 1815. (Bron: Francis Sidney Weller, School Atlas of English History, 1914)

Verovering van Parijs

Omdat in zijn stamboekregistratie is te lezen ‘Frankrijk in 1815’ mag worden geconcludeerd dat Govert niet als gewonde in Brussel of elders in de Zuidelijke Nederlanden achterblijft. Waarschijnlijk trekt hij met zijn regiment Frankrijk in, om daar uiteindelijk Parijs te veroveren. Het regiment wordt gelegerd in het Bois de Boulogne bij Parijs. Daar worden – in aanwezigheid van de keizer van Rusland – de ridderkruizen uitgereikt. Voor zijn rol in de slag bij Waterloo wordt kolonel Detmers onderscheiden met het ridderkruis der 3e klasse van de Militaire Willemsorde. Hij wordt beschouwd als een van de helden van de Nederlandse militaire geschiedenis.

Terug naar huis

Vanaf de zomer begint het leger aan de terugtrekking. Ergens in het najaar van 1815 komt Govert weer thuis in Klundert, vol verhalen van heldendom en gruwelen, misschien zo extreem dat niet iedereen Govert kan en wil geloven. Misschien zelfs ook niet zijn vader Leo, een voormalig Staatse militair, die het lastig vindt dat zijn jonge zoon hem in militaire daden naar de kroon steekt.

In de laatste cel van de stamboekinschrijving is te lezen ‘3 april 1816 gepasporteerd bij loting’. Na de veldtocht tegen Napoleon is het leger veel te groot. Dus wordt bij loting bepaald wie de militaire dienst mag verlaten. Govert wordt ontheven van zijn dienstplicht en eervol ontslagen. Hij is dan 18 jaar en heeft er – in ervaring – al een half leven op zitten.

Een Waterloo-gratificatie

Na Waterloo moet Govert dus op de een of andere manier aan de kost zien te komen. Naar school gaan is geen optie. Dat is te duur. Op latere akten is te lezen dat Govert niet kan schrijven. Dat heeft hij dus nooit geleerd. Govert gaat in de leer als kleermaker, bij zijn peetoom Govert van der Snel, maar dat is geen vetpot. Het is daarom goed nieuws dat de Nederlandse Staat besluit tot de oprichting van het Fonds 1815, in eerste instantie ter ondersteuning van de Waterloo-veteranen.

In het archief van Fonds 1815 is Govert Hynen terug te vinden als soldaat van bataljon 17 van de infanterie van de Nationale Militie. Daar is tevens te lezen dat hij in aanmerking komt voor een (eenmalige) Waterloo-gratificatie van maar liefst 29 guldens en 60 centen. Voor dat bedrag kan Govert voor een paar maanden brood kopen, of een jaar lang aardappelen, of een paar maanden huur betalen. Een mooi bedrag dus, maar op geen enkele manier structureel.

Vreugde en verdriet in twee huwelijken

Op 7 september 1821 – Govert is dan 24 jaar oud – trouwt hij met de dan 19-jarige Maria Seelen/Celi. Zij is geboren in Lage Zwaluwe. Een jaar na de huwelijksvoltrekking wordt in 1822 in Hoge en Lage Zwaluwe zoon Leonardus geboren (mijn overgrootvader) en vernoemd naar zijn grootvader Leo, de Staatse militair. Volgens de akte wonen Govert en Maria aan de Groenendijk in Lage Zwaluwe.

In de zes jaar daarna baart Maria nog eens vier kinderen; Clasina (1824), Cornelia (geboren in 1825 en vernoemd naar oma Cornelia van der Snel, overlijdt zeven weken na haar geboorte), Adriaan (1826) en Henrica (1828). Maar deze laatste bevalling wordt Goverts vrouw Maria fataal. Anderhalve maand later overlijdt zij op 26-jarige leeftijd. Baby Henrica sterft een half jaar later. Wat een tragiek. Govert is 31 jaar oud, heeft zijn vrouw en twee kinderen verloren en blijft achter met drie jonge kinderen. Volgens de akte woont Govert op dat moment in Hoge Zwaluwe en is Maria gestorven op nummer 153.

Vijf jaar later, in 1833, trouwt Govert opnieuw en wel met Anna Maria Mol. Met haar krijgt hij nog eens vijf kinderen: Dirk (1834), Jacobus (1835), Cornelia (1837), Johannis (1838) en Elisabeth (1842). Dochter Clasina – uit zijn eerste huwelijk met Maria – overlijdt in 1839 op 14-jarige leeftijd.

Waterloo-herdenking

De slag bij Waterloo heeft enorm veel indruk gemaakt op de Nederlandse bevolking. Bij het 50-jarig jubileum lijkt er geen nationale viering georganiseerd te worden. Wanneer de publieke opinie zich daar druk over begint te maken, maakt de overheid zich alsnog sterk voor een nationaal feest. Het zijn met name de Waterloo-veteranen die vragen om een nationale herdenking en om een onderscheiding die zij nooit gekregen hebben. Zij dienen een petitie in bij koning Willem III voor de invoering van een Waterloo-medaille.

Op 10 mei 1865 is in het Staatsblad het volgende Koninklijk Besluit te lezen. “Voor hen die in de jaren 1813-1815 in Nederlandse dienst aan de altijd gedenkwaardige krijgsverrichtingen ter herstelling en bevestiging van Nederland’s onafhankelijk volksbestaan een werkzaam aandeel hebben gehad, wordt een ereteken ingesteld”. De burgemeesters werden aangeschreven om via de commissarissen van de koningin de namen door te geven van hen die voor de onderscheiding in aanmerking kwamen en aanwezig zouden zijn in Leiden, de stad waar het jubileum nationaal zou worden gevierd op 27 juni 1865 (een dag of tien nadat het jubileum overal in het land groots gevierd was). In een publicatie over Noord- Brabantse oorlogsveteranen is te lezen dat Govert Heijne uit Hoge Zwaluwe hiervoor ook is uitgenodigd en daarmee in aanmerking kwam voor het Waterloo herdenkingskruis.

Zilveren Herdenkingskruis van Waterloo. Aan de ene zijde staat 1813 en aan de andere 1815.
Zilveren Herdenkingskruis van Waterloo. Aan de ene zijde staat 1813 en aan de andere 1815. (Bron: Museum de Lakenhal)

In Leiden komt Govert in het feestgedruis terecht. De volgende dag wordt om 8 uur in de ochtend het feest gestart met 21 minuutschoten en een uitbundig carillonspel. Bij de Ruïne wordt de stoet ontvangen door prins Frederik (die als 18-jarige had deelgenomen aan de strijd) en de minister van Oorlog. Daar krijgt Govert net als alle andere veteranen ook het ereteken opgespeld. Na het defilé marcheren de troepen terug naar de kazerne of de hun aangewezen verzamelplaatsen. Op twee locaties, waaronder het Invalidenhuis, wordt om 17 uur de feestmaaltijd opgediend. Dat gebeurt op twee verschillende tijdstippen om prins Frederik de gelegenheid te geven bij beide maaltijden aanwezig te zijn. Wanneer Govert daar later thuis over verteld, geloven ze hem weer niet…

Dat het eremetaal pas 50 jaar later werd uitgereikt was ook tekenend. Het duurde even voordat de volledige omvang van zowel de betekenis als de gruwelen van Waterloo door wisten te dringen tot het collectieve besef. Het verklaart wellicht waarom Govert lange jaren last had van zijn bijnaam De Leugenaèr. Ondanks die late erkenning wist zelfs die bijnaam de tijd te trotseren, want wist zich te handhaven in het familiegeheugen. 

Naar het einde

Vijf jaar na dat glorieuze Waterloo-jubileum overlijdt Anna Maria Mol 1870 op 70-jarige leeftijd. Govert blijft nog vijf jaar alleen en sterft in 1875, in Lage Zwaluwe. Hij is dan 78 jaar, zeker voor die tijd een zeer respectabele leeftijd. Hij heeft – bij twee vrouwen – tien kinderen geboren zien geworden, van wie er drie op jonge leeftijd komen te overlijden. Er worden 35 kleinkinderen geboren (drie met de naam Govert). Een aantal daarvan sterft jong, maar een paar van die kleinkinderen laten een groot nageslacht na.

Wat een bewogen leven. Dat hij in de eeuw daarna nog wordt herinnerd met de bijnaam ‘leugenaèr’ komt op mij als hardvochtig over. Ik heb niks kunnen vinden wat die naam onderbouwd. Ik heb alleen maar feiten gevonden die bevestigen dat Govert als kleine, rossige held de eeuwigheid mag ingaan.

Onderdeel van:

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!

Periodes