Jaak van Wijck (1870-1946) was een begaafde landschapschilder en glazenier. Hij schilderde op veel locaties tussen zijn geboorteplaats Ginneken, Antwerpen en Turnhout. Als jongeman trok hij naar het niet ver gelegen Antwerpen waar hij vrijwel de rest van zijn leven bleef wonen en zijn bestaan opbouwde. Maar hij voelde zich steeds weer aangetrokken tot het natuurlijke landschap van zijn geboortestreek.

Jaak werd geboren in het in Ginneken bekende en oud Brabants timmermansgeslacht Van Wijck. Het kunstschilderen trok hem aan, wat al bleek tijdens zijn eerste opleiding op het Stadstekeninstituut in Breda waar hij diverse prijzen won voor onder andere “handteekenkunde naar loofwerk”. Maar hij zag meer ontwikkelmogelijkheden in een rijke stad als Antwerpen. Daar schreef hij zich in als leerling aan de Koninklijke Academie van Schone Kunsten; hij viel er weer op door een flink aantal prijzen te winnen. Onder professor Joseph Coosemans (1828-1904), bekende kunstschilder, specialiseerde hij zich in landschapsschilderen en voltooide zijn studie daar in 1901.
Zijn vaardigheden als decorateur, glazenier en mozaïst verwierf hij in het gerenommeerde atelier van de Belg Henri Verbuecken (1848-1926) in Antwerpen, bij wie hij aanvankelijk in dienst was. Met zijn zakelijk compagnon Josef Gussenhoven (1874-1953) richtte hij in 1899 het atelier van decoratieve kunst Gussenhoven & van Wijck op. Het atelier verwierf faam in het Antwerpse, maar ook daarbuiten kregen ze opdrachten, zo ook in Ginneken. De atelierwerken in Antwerpen en omgeving vooral gebrandschilderde ramen, wandschilderingen en enkele mozaïeken – vormden uiteindelijk zijn belangrijkste inkomstenbron.
Liefde en actie voor natuur
Jaak bleef tot op hoge leeftijd schilderen, deels vanuit het besef dat het oorspronkelijke, mooie Vlaams-Kempische landschap aangetast werd en bescherming behoefde. Hij werd dan ook in 1923 lid van de (nu Koninklijke) Vereeniging voor Natuur- en Stedenschoon. Voor deze vereniging bleef hij, samen met zijn geliefde Vlaamse vrouw Reine Schoeters, tot de laatste momenten van zijn leven uitzonderlijk actief. Reine leidde het vrouwencomité van de vereniging en organiseerde mede allerlei natuurexcursies. Hun huwelijk bleef tot hun beider spijt kinderloos.
De Vereeniging, opgericht in 1910, was de allereerste organisatie voor milieubescherming en behoud van erfgoed in Vlaanderen. Jaak van Wijck was lang bestuurslid en werd in 1950, dus postuum, nog gelauwerd als erebestuurslid; hij werd omschreven als “een van de meest vooraanstaande en aktiefste bestuursleden”. Hij spande zich onder meer in voor het behoud van Vlaamse molens, die vaak door veroudering dreigden te worden afgebroken. Daarnaast was hij nog lid van enkele kunstenaarsverenigingen met wie hij verschillende exposities organiseerde en waarvoor hij ook affiches maakte.

De afgebeelde molen is, volgens molendeskundige Luc Verachtert, de molen te St.-Antonius (Brecht, België). Een kopie van de affiche bevindt zich in de studiezaal van het Architectuurarchief van de Provincie Antwerpen. Er bestaan ook elders kopieën van. Zo schafte de Vereniging Vrienden van Breda’s Museum in 2016 een exemplaar ervan aan. (Bron: Het Letterenhuis, Antwerpen).
Landschapsschilderijen en gebrandschilderde ramen
Tussen al deze activiteiten door was Jaak een heel productief kunstenaar. Alles bij elkaar heeft hij, zo schat ik, ruim 320 schilderijen gemaakt waarop heides, duinen, vennen, moerassen, weilanden, bossen, beken, rivieren, boerderijen, molens en kerkjes de belangrijkste thema’s zijn.
Zijn schilderstijl en -techniek kan men omschrijven als natuurgetrouw, maar vaak met enige impressionistische trekken. Hij bracht herhaaldelijk met pasteuze, dikke penseelstreken kleuren aan op zijn schilderijen, een impressionistische techniek. Hij schilderde, zoals veel impressionisten, ook vaak en plein air (buiten). De vaak wat donkere of grijze kleurstellingen van de hoge hemelwolken boven de afgebeelde duinen, vennen, enzovoorts, verraden evenwel de invloed van zijn leermeester Joseph Coosemans die als oprichter van de zogenoemde Grijze (of Kalmthoutse) School wordt beschouwd; de grijze tinten sloten mooi aan bij de kleuren van duinen, vennen en moerassen die hij aan beide kanten van de grens tussen Brabant en Vlaanderen vastlegde.
Als glazenier stond hij bekend om zijn beheersing van diverse stijlen, waaronder de zwierige art-nouveau stijl. Zo bevatten zijn glas-in-loodramen vaak bloemen en vogels, wat typerende thema’s waren voor die stijl.

Op de meerderheid van zijn schilderwerken die ik heb gevonden wordt helaas geen locatie of jaartal vermeld. De meeste schilderlocaties liggen zonder twijfel in de regio’s ten noorden en westen van Antwerpen en ten zuiden van Breda, aan beide zijden van de grens tussen Noord-Brabant en Vlaanderen. Dus, grosso modo, in het landschap in de driehoek tussen Ginneken, Antwerpen en Turnhout. Zo schilderde hij in de omgeving van Wechelderzande en van Retie.
In Vlaanderen schilderde hij op uiteenlopende locaties in Antwerpen (in diverse stadsparken), langs de benedenloop van de rivier de Schelde, op het toen grotendeels nog ongerepte grenspark Kalmthoutse Heide en in het gevarieerde natuurlandschap De Liereman bij Turnhout.

Het schilderij hing op een tentoonstelling van Jaak van Wijck, gehouden van 17 tot 26 januari 1942 in Zaal Wijnen aan de Meir 47 in Antwerpen en werd in de oorlogsjaren gekocht door Charles Somers in Antwerpen, die een persoonlijke kennis was. Het werd later door een erfgenaam doorverkocht op een veiling van Jordaens op 19 maart 2014. (Bron: Huibert van Eyk, Jaak van Wijck (1870-1946) – een monografie over zijn leven en schilderwerken, 2016, Leiden)
Andere Belgische plaatsen waren o.a. Kasterlee, Meersel-Dreef, Oud-Turnhout, Putte, Retie, Wechelderzande en Wuustwezel. Hij koos deze plekken, die niet altijd dichtbij zijn woonplaats lagen, vanwege de schoonheid en uitgestrektheid van delen van het landschap of vanwege het dreigende verval van bepaalde gebouwen (molens, schuren) daarin.

Familie, natuurschoon en Ginneken
Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vluchtte hij samen met Reine uit Antwerpen. Ze gingen terug naar zijn geboorteplek Ginneken en hebben daar tussen 1914 en 1918, tot het eind van de oorlog, gewoond. In Ginneken ging Jaak door met schilderen, met dezelfde productiviteit als voorheen. Een groot deel van de schilderijen die hij in Noord-Brabant heeft gemaakt komen uit deze periode. In 1917 exposeerde hij nog een werk in Tilburg. De opbrengst van die expositie kwam ten goede van Belgische oorlogsslachtoffers. Hieronder volgen enkele schilderijen die hij maakte in en nabij Ginneken. Ik ga er stellig van uit dat deze tot stand kwamen in de periode tussen zijn vlucht naar Ginneken en het einde van de Eerste Wereldoorlog.

Olie op paneel; 35×25 cm; gesigneerd. Het paneeltje komt uit de nalatenschap van de heer G.J.W. Noy (* 10.12.1923; † 2010) en werd door mij gekocht van de executeur van zijn nalatenschap Helma Verhoef uit Bemmel. (Bron: Huibert van Eyk, Jaak van Wijck (1870-1946) – een monografie over zijn leven en schilderwerken, 2016, Leiden)
Na de Eerste Wereldoorlog keerden Jaak en Reine terug naar Antwerpen, maar zijn geboorteplaats Ginneken en de mooie omgeving bleven aan hem trekken. Hij had een bijzondere band met zijn moeder in Ginneken en zijn grootmoeder in Ulvenhout (die ook getrouwd was met een Vlaming). Hij onderhield ook goede contacten met zijn vijf zussen en twee broers die bijna allen in Ginneken en Breda woonden. Hij maakte diverse schilderijen in opdracht van of voor hen en andere, deels Vlaamse, verwanten.
Mede dankzij zijn familienetwerk en de daaruit voortvloeiende contacten kreeg hij vanaf die tijd meer opdrachten, zowel voor schilderijen als gebrandschilderde ramen. Je kan enkele van deze werken nog altijd terugvinden, zoals de gebrandschilderde ramen voor het Raadhuis van de gemeente Ginneken en Bavel, weergegeven op de onderstaande afbeeldingen.

Ik ben nog steeds op zoek naar mij nog onbekende schilderwerken van Jaak van Wijck. Lezers en lezeressen die de vindplaats van die werken kennen nodig ik heel graag uit met mij contact op te nemen via info@erfgoedbrabantverhalen.nl onder vermelding van “Jaak van Wijck”.