Jaak van Wijck

Een landgrensoverschrijdende kunstschilder en glazenier
Landschapsschilderij met een brede watervlakte en een lage horizon. De lucht wordt gevuld door grijze wolken met lichtgele openingen rond de zon. In het water weerspiegelen de grijze en gele tinten van de lucht. Langs de horizon liggen stroken beige en blauwgrijze oeverbegroeiing. De compositie bestaat vooral uit lucht en water, uitgevoerd met zachte kleurovergangen en subtiele penseelstreken.
“De Putsche Moer” is een heel uitgestrekt, moerassig ven in de Kalmthoutse Heide. Het ligt op de grens tussen Putte (Noord-Brabant) en Kalmthout (Vlaanderen). Jaak van Wijck schilderde veel in deze en omliggende grensstreken. Het gesigneerde werk is geschilderd met olie op doek; afmetingen 49cx69 cm. De eigenaar is niet bekend.

Huibert van Eyk is een nazaat van Jaak van Wijck; een broer van hem was zijn grootvader van moederszijde. In zijn familie werd en wordt hij – met sympathie en stille bewondering – steeds “Ome Sjaak” genoemd. Zowat ieder familielid heeft wel een schilderij(tje) of gebrandschilderd raam van hem dat thuis gekoesterd wordt. Dat was voor Huibert genoeg reden om, samen met zijn neef Felix Verhagen zaliger – een zoektocht naar zijn oeuvre te beginnen. De vele jaren durende zoektocht, die nog voortduurt, resulteerde in een uniek, uitgebreid overzicht. Dit artikel geeft daarvan een kleine indruk en is bedoeld als eerbetoon aan Jaak van Wijck.

Jaak van Wijck (1870-1946) was een begaafde landschapschilder en glazenier. Hij schilderde op veel locaties tussen zijn geboorteplaats Ginneken, Antwerpen en Turnhout. Als jongeman trok hij naar het niet ver gelegen Antwerpen waar hij vrijwel de rest van zijn leven bleef wonen en zijn bestaan opbouwde. Maar hij voelde zich steeds weer aangetrokken tot het natuurlijke landschap van zijn geboortestreek.

Zwart-witte portretfoto van Jaak van Wijck, circa 1915-1920. Het hoofd en de schouders zijn van voren gefotografeerd binnen een ovale uitsnede. De foto heeft het karakter van een formeel historisch portret uit het begin van de twintigste eeuw.
Portretfoto van Jaak van Wijck ca. 1915-1920. (Bron: Koninklijke Vereniging voor Natuur en Stedenschoon)

 

Jaak werd geboren in het in Ginneken bekende en oud Brabants timmermansgeslacht Van Wijck. Het kunstschilderen trok hem aan, wat al bleek tijdens zijn eerste opleiding op het Stadstekeninstituut in Breda waar hij diverse prijzen won voor onder andere “handteekenkunde naar loofwerk”. Maar hij zag meer ontwikkelmogelijkheden in een rijke stad als Antwerpen. Daar schreef hij zich in als leerling aan de Koninklijke Academie van Schone Kunsten; hij viel er weer op door een flink aantal prijzen te winnen. Onder professor Joseph Coosemans (1828-1904), bekende kunstschilder, specialiseerde hij zich in landschapsschilderen en voltooide zijn studie daar in 1901.

Zijn vaardigheden als decorateur, glazenier en mozaïst verwierf hij in het gerenommeerde atelier van de Belg Henri Verbuecken (1848-1926) in Antwerpen, bij wie hij aanvankelijk in dienst was. Met zijn zakelijk compagnon Josef Gussenhoven (1874-1953) richtte hij in 1899 het atelier van decoratieve kunst Gussenhoven & van Wijck op. Het atelier verwierf faam in het Antwerpse, maar ook daarbuiten kregen ze opdrachten, zo ook in Ginneken. De atelierwerken in Antwerpen en omgeving vooral gebrandschilderde ramen, wandschilderingen en enkele mozaïeken – vormden uiteindelijk zijn belangrijkste inkomstenbron.

Liefde en actie voor natuur

Jaak bleef tot op hoge leeftijd schilderen, deels vanuit het besef dat het oorspronkelijke, mooie Vlaams-Kempische landschap aangetast werd en bescherming behoefde. Hij werd dan ook in 1923 lid van de (nu Koninklijke) Vereeniging voor Natuur- en Stedenschoon. Voor deze vereniging bleef hij, samen met zijn geliefde Vlaamse vrouw Reine Schoeters, tot de laatste momenten van zijn leven uitzonderlijk actief. Reine leidde het vrouwencomité van de vereniging en organiseerde mede allerlei natuurexcursies. Hun huwelijk bleef tot hun beider spijt kinderloos.

De Vereeniging, opgericht in 1910, was de allereerste organisatie voor milieubescherming en behoud van erfgoed in Vlaanderen. Jaak van Wijck was lang bestuurslid en werd in 1950, dus postuum, nog gelauwerd als erebestuurslid; hij werd omschreven als “een van de meest vooraanstaande en aktiefste bestuursleden”. Hij spande zich onder meer in voor het behoud van Vlaamse molens, die vaak door veroudering dreigden te worden afgebroken. Daarnaast was hij nog lid van enkele kunstenaarsverenigingen met wie hij verschillende exposities organiseerde en waarvoor hij ook affiches maakte.

Kleurrijke affiche voor de tentoonstelling ‘Wind- en Watermolens’ in Sterckshof, Deurne (Antwerpen), van 24 juni tot 9 juli 1939. Centraal staat een houten standerdmolen op een heuvel tegen een gestileerde wolkenlucht. De afgebeelde molen is vermoedelijk de molen van Sint-Antonius in Brecht, België.
Affiche voor tenoonstelling over wind- en watermolens.
De afgebeelde molen is, volgens molendeskundige Luc Verachtert, de molen te St.-Antonius (Brecht, België). Een kopie van de affiche bevindt zich in de studiezaal van het Architectuurarchief van de Provincie Antwerpen. Er bestaan ook elders kopieën van. Zo schafte de Vereniging Vrienden van Breda’s Museum in 2016 een exemplaar ervan aan. (Bron: Het Letterenhuis, Antwerpen).

 

Landschapsschilderijen en gebrandschilderde ramen 

Tussen al deze activiteiten door was Jaak een heel productief kunstenaar. Alles bij elkaar heeft hij, zo schat ik, ruim 320 schilderijen gemaakt waarop heides, duinen, vennen, moerassen, weilanden, bossen, beken, rivieren, boerderijen, molens en kerkjes de belangrijkste thema’s zijn.

Zijn schilderstijl en -techniek kan men omschrijven als natuurgetrouw, maar vaak met enige impressionistische trekken. Hij bracht herhaaldelijk met pasteuze, dikke penseelstreken kleuren aan op zijn schilderijen, een impressionistische techniek. Hij schilderde, zoals veel impressionisten, ook vaak en plein air (buiten). De vaak wat donkere of grijze kleurstellingen van de hoge hemelwolken boven de afgebeelde duinen, vennen, enzovoorts, verraden evenwel de invloed van zijn leermeester Joseph Coosemans die als oprichter van de zogenoemde Grijze (of Kalmthoutse) School wordt beschouwd; de grijze tinten sloten mooi aan bij de kleuren van duinen, vennen en moerassen die hij aan beide kanten van de grens tussen Brabant en Vlaanderen vastlegde.

Als glazenier stond hij bekend om zijn beheersing van diverse stijlen, waaronder de zwierige art-nouveau stijl. Zo bevatten zijn glas-in-loodramen vaak bloemen en vogels, wat typerende thema’s waren voor die stijl.

Drie gebrandschilderde glas-in-loodpanelen in art-nouveaustijl met vogelmotieven. Op elk paneel staat een kleurrijke vogel tussen sierlijke bloemen, bladeren en kronkelende ranken. De panelen maakten oorspronkelijk deel uit van de woning van Frieda Resseler.
Gebrandschilderde panelen met vogelmotieven in art nouveau stijl. Ze bevonden zich in de voormalige woning van Frieda Resseler, een goede kennis van Jaak en Reine van Wijck door hun gemeenschappelijk lidmaatschap van de “Vereniging voor Natuur- en Stedenschoon”. (Bron: Familie Resseler, Antwerpen)

 

Op de meerderheid van zijn schilderwerken die ik heb gevonden wordt helaas geen locatie of jaartal vermeld. De meeste schilderlocaties liggen zonder twijfel in de regio’s ten noorden en westen van Antwerpen en ten zuiden van Breda, aan beide zijden van de grens tussen Noord-Brabant en Vlaanderen. Dus, grosso modo, in het landschap in de driehoek tussen Ginneken, Antwerpen en Turnhout. Zo schilderde hij in de omgeving van Wechelderzande en van Retie.

In Vlaanderen schilderde hij op uiteenlopende locaties in Antwerpen (in diverse stadsparken), langs de benedenloop van de rivier de Schelde, op het toen grotendeels nog ongerepte grenspark Kalmthoutse Heide en in het gevarieerde natuurlandschap De Liereman bij Turnhout.

De Liereman, Maart van Jaak van Wijck. Schilderij van een uitgestrekt landschap met waterplassen, lage begroeiing en een verre horizon. Het kleurgebruik bestaat uit zachte blauw-, grijs-, beige- en bruintinten, met roodbruine accenten in de vegetatie. De compositie wordt gedomineerd door een brede lucht met grote wolkenpartijen, die het grootste deel van het beeld innemen. Het werk is geschilderd met zichtbare penseelstreken en subtiele overgangen tussen licht en donker.
“De Liereman, Maart”.
Het schilderij hing op een tentoonstelling van Jaak van Wijck, gehouden van 17 tot 26 januari 1942 in Zaal Wijnen aan de Meir 47 in Antwerpen en werd in de oorlogsjaren gekocht door Charles Somers in Antwerpen, die een persoonlijke kennis was. Het werd later door een erfgenaam doorverkocht op een veiling van Jordaens op 19 maart 2014. (Bron: Huibert van Eyk, Jaak van Wijck (1870-1946) – een monografie over zijn leven en schilderwerken, 2016, Leiden)

 

Andere Belgische plaatsen waren o.a. Kasterlee, Meersel-Dreef, Oud-Turnhout, Putte, Retie, Wechelderzande en Wuustwezel. Hij koos deze plekken, die niet altijd dichtbij zijn woonplaats lagen, vanwege de schoonheid en uitgestrektheid van delen van het landschap of vanwege het dreigende verval van bepaalde gebouwen (molens, schuren) daarin.

Schilderij van een rietgedekte schuur met verweerde houten deur in een landelijk landschap. De schuur staat centraal in de compositie en wordt omringd door bomen en lage begroeiing. Het kleurgebruik bestaat uit aardse bruin- en groentinten, gecombineerd met grijze en blauwe nuances in de lucht.
“Oude schuur/vielle grange”. Paneel, 27.5 cm x 35 cm; gesigneerd. Eigenaar onbekend. (Bron: Huibert van Eijck, Jaak van Wijck (1870-1946) – een monografie over zijn leven en schilderwerken, 2016, Leiden)

 

Familienatuurschoon en Ginneken

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vluchtte hij samen met Reine uit Antwerpen. Ze gingen terug naar zijn geboorteplek Ginneken en hebben daar tussen 1914 en 1918, tot het eind van de oorlog, gewoond. In Ginneken ging Jaak door met schilderen, met dezelfde productiviteit als voorheen. Een groot deel van de schilderijen die hij in Noord-Brabant heeft gemaakt komen uit deze periode. In 1917 exposeerde hij nog een werk in Tilburg. De opbrengst van die expositie kwam ten goede van Belgische oorlogsslachtoffers. Hieronder volgen enkele schilderijen die hij maakte in en nabij Ginneken. Ik ga er stellig van uit dat deze tot stand kwamen in de periode tussen zijn vlucht naar Ginneken en het einde van de Eerste Wereldoorlog.

Schilderij van een Brabants heidelandschap. Een zandpad slingert vanaf de voorgrond naar de horizon en wordt links begeleid door een groep bomen. Rechts van het pad ligt open heide met lage begroeiing. Op de achtergrond loopt het landschap over in een vlakke horizon onder een bewolkte lucht. Het schilderij is uitgevoerd in losse penseelstreken en gedempte aardetinten
Vlasven Ginneken 1915. Schilderij door Jaak van Wijck.
Olie op paneel; 35×25 cm; gesigneerd. Het paneeltje komt uit de nalatenschap van de heer G.J.W. Noy (* 10.12.1923; † 2010) en werd door mij gekocht van de executeur van zijn nalatenschap Helma Verhoef uit Bemmel. (Bron: Huibert van Eyk, Jaak van Wijck (1870-1946) – een monografie over zijn leven en schilderwerken, 2016, Leiden)

 

Na de Eerste Wereldoorlog keerden Jaak en Reine terug naar Antwerpen, maar zijn geboorteplaats Ginneken en de mooie omgeving bleven aan hem trekken. Hij had een bijzondere band met zijn moeder in Ginneken en zijn grootmoeder in Ulvenhout (die ook getrouwd was met een Vlaming). Hij onderhield ook goede contacten met zijn vijf zussen en twee broers die bijna allen in Ginneken en Breda woonden. Hij maakte diverse schilderijen in opdracht van of voor hen en andere, deels Vlaamse, verwanten.

Mede dankzij zijn familienetwerk en de daaruit voortvloeiende contacten kreeg hij vanaf die tijd meer opdrachten, zowel voor schilderijen als gebrandschilderde ramen. Je kan enkele van deze werken nog altijd terugvinden, zoals de gebrandschilderde ramen voor het Raadhuis van de gemeente Ginneken en Bavel, weergegeven op de onderstaande afbeeldingen.

Twee gebrandschilderde glas-in-loodramen van Jaak van Wijck uit 1926. Het linker raam toont het gemeentewapen van Ginneken met een rooster, een koe en drie Sint-Andrieskruisen; het rechter raam toont de Brabantse leeuw. De ramen bevinden zich in het voormalige raadhuis van Ginneken en Bavel.
Twee grote gebrandschilderde ramen, gesigneerd door Jaak van Wijck, in het voormalige Raadhuis van de gemeente Ginneken en Bavel. Hij maakte ze in 1926 in opdracht van de gemeente. De centrale panelen bevatten de wapens van de gemeente Ginneken en van Noord-Brabant. De ramen werden in 2019 op mijn initiatief gerestaureerd en herplaatst in het hetzelfde gebouw dankzij de genereuze steun van de Ouborggroup B.V., de huidige eigenaar van het pand. (Bron: Huibert van Eyk)

 

Ik ben nog steeds op zoek naar mij nog onbekende schilderwerken van Jaak van Wijck. Lezers en lezeressen die de vindplaats van die werken kennen nodig ik heel graag uit met mij contact op te nemen via info@erfgoedbrabantverhalen.nl onder vermelding van “Jaak van Wijck”.

Onderdeel van:

Jouw verhaal telt ook!

Deel het met ons en help Erfgoed Brabant Verhalen groeien!

Periodes