Een kloppend hart
Het is tijd om het beeld van watermolens te herdefiniëren. Ze zijn niet alleen pittoreske, romantische monumenten die je tijdens een fietstochtje gaat bewonderen, of die je ziet op een schilderij van Van Gogh. De realiteit is dat door de watermolens de meest geavanceerde landschapsprojecten ontstonden uit de Brabantse geschiedenis.

Om te begrijpen hoe de watermolens in 2024 een overstroming stopten, moeten we kijken naar wat deze machines de afgelopen duizend jaar met het landschap hebben gedaan. Volgens recente studies, onder andere door Hans de Mars, een themanummer van Tijdschrift voor Historische Geografie en projecten als de Erfgoed Deal Watermolenlandschappen, was een watermolen het kloppende hart van een verbonden hydrologisch, ecologisch en economisch systeem. Als een ware landschapsarchitect heeft de watermolen door de eeuwen heen de Dommelvallei vormgegeven.
Stuwende kracht
Hoe veranderden de watermolens het landschap? Het cruciale onderdeel is niet de molensteen of het wiel, maar de stuw. Een stuw is een lage dam over de breedte van de stroom om de natuurlijke loop en het water van de rivier of beek te organiseren, te beheersen en potentiële energie op te bouwen.
Je houdt het water vast om een kunstmatig verval te creëren. Wanneer dat water via de sluis wordt losgelaten, dwingt de zwaartekracht het op de bladen van het waterrad, wat energie geeft om graan te malen of hout te zagen. Je gebruikt het waterlandschap als een gigantische batterij.
Als je het water van een rivier of beek vasthoudt, dan moet dat ergens heen. Experts gebruiken daarvoor het concept van de ‘stuwschaduw’. Dit is de invloedssfeer van de molen die zich tot kilometers stroomopwaarts kan uitstrekken. Binnen die zone is de grondwaterspiegel dan door het stuwen hoger, waardoor de beek regelmatig buiten zijn oevers treedt en zo het hele beekdal nathoudt. Over een periode van honderden jaren zette de rivier vruchtbaar slib af op die uiterwaarden, waardoor uitgestrekte gebieden met natte bodems, moerassen en unieke natte graslanden ontstaan.

Dit leidde tot een openbaring: veel streng beschermde Natura 2000-gebieden in de Dommelvallei, die je misschien als ‘ongerepte natuur’ beschouwt, bestaan feitelijk alleen dankzij het menselijk beheer van de molens. Deze zeldzame ecosystemen, met hun specifieke amfibische planten en biodiversiteit, gedijen daar omdat een middeleeuwse molenaar de beek beheerste en het water gebruikte om graan te malen.
Onderzoekers stellen daarom dat deze gebieden eigenlijk ‘Cultura 2000’-gebieden zouden moeten heten. De biodiversiteit die we vandaag proberen te beschermen is industrieel erfgoed uit de middeleeuwen.
Een keten
De Dommelvallei is een voorbeeld van een ‘molencascade’. De rivier stroomt van hoog naar laag: van het Kempisch Plateau in België naar de Maas in Nederland door een keten van watermolenlandschappen. Elke molen beheerde een specifiek gedeelte van de stroom, een beekvak. De ene stuwschaduw eindigde precies waar de volgende begon.
Ondanks de complexiteit was er geen ‘baas’ die het systeem aanstuurde. Er was eerder sprake van wederzijdse afhankelijkheid. Als een molenaar stroomopwaarts te veel water vasthield, kwam de molen stroomafwaarts droog te staan. Maar als de molenaar stroomafwaarts zijn stuw te hoog bouwde, steeg het water zo hoog dat het waterrad van de stroomopwaartse molen onderliep en niet meer kon draaien. Ze hadden geen andere keuze dan samen te werken.

Logica van het landschap
De stuwschaduw dicteerde eeuwenlang de logica van het landschap: en bepaalde waar gronden nat bleven en waar vruchtbare slib- en zandafzettingen zorgden voor de geleidelijke ophoging van de dalvlakte, de zogenaamde beemden. Recent onderzoek toont aan dat deze dalvlakte door een combinatie van ontbossing en molenbeheer in de afgelopen 1200 jaar lokaal wel 1,5 meter is opgehoogd.
Het maakt meteen duidelijk waarom het onverstandig is om in beekdalen te bouwen; het zijn gebieden die bij veel water als een noodzakelijke spons kunnen fungeren. De plekken van de historische processen kunnen we herkennen op de topografische kaart, omdat ze in onze taal sporen hebben achtergelaten: namen als ‘Broek’ (moerassig land), ‘Donk’ (hogere zandkop) en ‘Molenweg’ getuigen van de relatie tussen het molenaarsambacht en het landgebruik. Zelfs bij verdwenen molens, zoals de Munstermolen bij Vessem, verraadt de naam ‘Molenbroek’ nog altijd de invloed op het landschap.
Gebieden zoals ‘De Vloed’ bij de Spoordonkse watermolen laten zien dat het negeren van deze landschappelijke logica leidt tot conflicten met het water. In 2018 trad de Beerze buiten de oevers en vormde daar een soort meer. Herstel van het watermolenlandschap moet dat in de toekomst voorkomen. De logica van het landschap zien we terug in de veldnamen op de kaart: het was historisch gezien slim om niet in deze beekdalen te bouwen, maar nederzettingen op de hogere, drogere zandruggen te vestigen.

Een korte geschiedenis van watermolens
De wortels van deze technologie in de ons land gaan tenminste terug tot de Romeinse tijd, met archeologische vondsten bij Rimburg aan de Worm in Limburg. Vanaf de middeleeuwen vinden we watermolens terug in wat we nu kennen als Noord-Brabant. De Venbergse watermolen bij Valkenswaard, en de Kilsdonkse Watermolen in Heeswijk-Dinther worden voor het eerst genoemd in documenten uit de dertiende eeuw. Waarschijnlijk stonden ze er toen al een tijdje.
Het in bezit hebben van een molen werd als een bron van rijkdom en macht, vastgelegd in ‘heerlijke rechten’ of regalia minora. Dit was een wettelijk afgedwongen monopolie. De lokale heer had het exclusieve recht om de wind en het water te benutten en legde ‘maaldwang’ op: boeren waren verplicht om hun graan tegen betaling naar de banmolen van de heer te brengen. Dit was bijzonder lucratief. Een bron uit de vijftiende eeuw laat zien dat een pachter van een molen in Sint-Oedenrode de heer bijvoorbeeld moest betalen met saffraan.
De molenaar moest voortdurend laveren tussen de economische belangen van de heer en de boeren. Het stuwen zorgde voor natte grond, en daar gedijen niet alle gewassen bij. Dit leidde tot conflicten met boeren. In 1545 greep Keizer Karel V in door de ‘pegel’ te introduceren: een ijzeren pin in de oever die het maximale stuwpeil strikt vastlegde op straffe van hoge boetes. Molenaars waren echter creatief in het omzeilen van deze regels. In Boxtel en Liempde zijn geschillen gedocumenteerd waarbij molenaars ’s nachts de oevers verbreedden of greppels groeven om meer water in hun molenvijver te krijgen zonder het oppervlaktepeil boven de pegel te laten stijgen.
Na de zeventiende eeuw evolueerden de molens in de Dommelvallei tot zware industriële machines voor de textielnijverheid en houtzagerijen.

Een voorbeeld van deze evolutie is de Collse watermolen in Eindhoven. De middeleeuwse molen brandde af in de zeventiende eeuw, en er kwam een nieuwe. Met zijn twee gebouwen vervulde die een dubbele functie als koren- en oliemolen. Hier werd de kracht van de Kleine Dommel niet alleen aangewend voor broodmeel, maar ook voor het slaan van olie uit zaden voor de verfindustrie of consumptie. Een ander voorbeeld is de watermolen van Geldrop. Dat vormde het begin van de textielfabriek. In het Weverijmuseum Geldrop is nog steeds een draaiend waterrad te zien.
Vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw is er een tweede ontwikkeling. Landgoederen ondergingen een verandering. Waar ze eerst hoofdzakelijk economisch nut hadden voor hun heer of vrouwe, veranderde dat naar pracht en praal. Oude molenvijvers werden verbreed en omgevormd tot siervijvers. De stuwkracht gebruikten ze niet meer om te malen, maar om fonteinen te laten spuiten of watervallen te creëren.
De neergang van het watermolensysteem zette na 1850 in toen de’ waterkracht geleidelijk werd vervangen door de stoommachine en later door diesel- en elektromotoren. Tussen 1930 en 1970 verdwenen talloze watermolens; ze raakten in verval, werden gesloopt of hun stuwrechten werden opgekocht door waterschappen om de beken te kunnen kanaliseren .
Vooral na de Tweede Wereldoorlog zorgden grootschalige ruilverkavelingen en het ‘normaliseren’ van waterlopen voor een versnelde waterafvoer ten behoeve van de moderne landbouw. Hierdoor verdroogde het landschap en raakte de eeuwenoude samenhang tussen de molen, het water en de natuur grotendeels vergeten.

Sleutel voor de toekomst
Waarom doet deze 1000 jaar oude techniek er nu toe? Het herstel van deze molenlandschappen kan oplossingen bieden voor huidige klimaatuitdagingen. Denk aan water vasthouden bij piekbuien in molenvijvers, het vernatten van natuurgebieden in het beekdal waar nog veen in de bodem zit om zo het ‘sponseffect’ van de bodem weer te herstellen en het te veel aan water te bewaren voor drogere perioden. Tijdens de droogte van 2018 en 2019 hielden de watermolens water vast in het landschap terwijl moderne systemen faalden. De eeuwenoude bodem van de stuwschaduw fungeert als een buffer die langzaam water teruggeeft aan de beek. In januari 2024 hielp de Hooidonkse watermolen door de stuw te verhogen, waardoor het water over de historische stuwschaduw werd verspreid om te voorkomen dat de dorpskern van Sint-Oedenrode zou overstromen. Men gebruikte de ‘batterij’ in omgekeerde richting door overstromingen op te slaan.
De conclusie is dat het watermolenlandschap een kennisbron is voor een klimaatrobuuste toekomst. Veel van deze molens werden na 1850 aangepast voor de inzet van stoommachines of opgeheven voor efficiënte landbouw. De huidige crises, zoals hoogwater na stortbuien, zijn wellicht niet alleen het gevolg van klimaatverandering, maar ook van het onnadenkend slopen van deze 1000 jaar oude machines en de aanpassingen van het landschap en de bijbehorende watersystemen. En daarmee werd hun functie vergeten.
Het is niet zo simpel als terugbrengen van wat verloren is. De sleutel schuilt in het beter begrijpen van de samenhang. Een watermolenlandschap is een samenspel van water, bodem, natuur en menselijk handelen. Het doorgronden van zo’n landschap biedt aanknopingspunten voor uitdagingen in deze tijd.
De volgende keer dat je een schilderij van een watermolen ziet, of er eentje bezoekt, bedenk dan dat dit romantische tafereel een oplossing kan bieden voor de problemen van vandaag.